Inkopen? Zoek niet het putje op, maar vind de weg omhoog!
Column Marga Hoek

De Nederlandse overheid koopt voor bijna 100 miljard euro per jaar aan diensten en producten in. Een substantieel deel van die uitgaven wordt gedaan door de provincies, die daarmee tot de grootste inkopende organisaties van ons land gerekend kunnen worden. Als het om het verduurzamen van onze economie gaat,  geldt hier: noblesse oblige. Want wie een inkoop-spend van die omvang met zijn volle gewicht innovatief duurzaam aanwendt, kan echt het verschil maken en het vliegwiel van de verduurzaming aan het draaien krijgen.

Op papier gebeurt dit ook: de Nederlandse overheid koopt formeel 100% duurzaam in. De uitwerking van dit beleid in de praktijk laat echter nog veel te wensen over. Uit een rapport van Ecorys (ex post beleidsevaluatie duurzaam inkopen in opdracht van het ministerie van I&M, november 2013) blijkt dat in ruim 40% van de gevallen de praktijk afwijkt van de geoffreerde minimum duurzaamheidseisen. Conclusie: blijkbaar controleren overheden niet of onvoldoende of aan de duurzaamheidseisen in de offerte wordt voldaan. 

Het rapport geeft ook andere inzichten. Zo wordt volgens aanbestedende diensten in slechts 10% van de gevallen innovatief aanbesteed (7% doet dat nooit, 71% soms), slechts in 7% van de gevallen aanbesteed op levensduurkosten (16% nooit, 64% soms) en past niet meer dan 9% regelmatig marktconsultaties toe (7% nooit, 79% soms).  Er is dus nog veel ruimte voor verbetering, want bij veel overheden lijkt de bestuurlijke focus op duurzaam inkopen eerder af- dan toe te nemen.

Binnen De Groene Zaak hoor ik geregeld geluiden dat bij inkooptrajecten door overheden (provincies inbegrepen) uiteindelijk toch de (laagste) prijs leidend is. Daardoor ontstaat er een ‘race to the bottom’, ten koste van de kwaliteit van bijvoorbeeld onze openbare ruimte. Het leidt ook tot grote maatschappelijke kosten, omdat partijen zich soms genoodzaakt zien onder de kostprijs te offreren – met alle gevolgen van dien in het vervolgtraject. 

Ik stel daarom voor dat overheden hun aanpak omdraaien: daag de markt uit door zélf de prijs vast te stellen in een aanbesteding, en laat aanbieders vervolgens concurreren op kwaliteit en duurzaamheid. Dan ontstaat er namelijk een ‘race to the top’. Zeker, deze aanpak houdt in dat er méér werk gaat zitten in het proces voorafgaand aan de aanbesteding. Je moet immers goed onderzoeken wat een reële prijs is en welke minimum kwaliteits- en duurzaamheidseisen daarvoor tenminste verwacht mogen worden. Ter compensatie neemt de kans op kostenoverschrijding in latere fase als gevolg van onrealistisch offreren scherp af, en neemt de kans op bovengemiddelde (duurzame) kwaliteit toe. 

Wat is hiervoor nodig? Eén: een Rijksoverheid die haar regierol terugpakt en lagere overheden aanzet tot slim duurzaam inkopen. Twee: een platform waar goede voorbeelden in de spotlight worden gezet en waar inkopers kennis kunnen delen. Bij dat laatste kan IPO bij uitstek een rol spelen.

Tot slot: in een van haar evaluatierapporten stelt IPO dat de huidige minimumeisen voor duurzaam inkopen (de criteria die voor 45 productgroepen zijn opgesteld) voldoen en dat een nieuw duurzaam inkoopbeleid niet nodig is. Die conclusie is te kort door de bocht, want minimumeisen zijn vaak al verouderd nog voordat ze gepubliceerd zijn. In het licht van wat ik hierboven al schreef, komt op deze manier de gewenste innovatie en groene groei niet van de grond. Het gaat er juist om de markt uit te dagen zo duurzaam mogelijke producten en diensten te leveren. Dus, beste provinciale bestuurders: zoek niet het putje op, maar vind de weg omhoog!

Marga Hoek is directeur van De Groene Zaak. De komende weken kunt u elke maandag een energiecolumn lezen op onze website.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het Nationaal Energieakkoord plaatste in 2013 de Energietransitie weer bovenaan de politieke agenda!

De provincies hebben de opgaves uit het energieakkoord voortvarend opgepakt. Ze werken daarin intensief samen in de Interprovinciale Samenwerking Energietransitie en Economie (IPS2E). Het Energieakkoord is de eerste stap op een lange weg naar een duurzame samenleving, gebaseerd op een koolstofarme economie.

Wat kunnen provincies bijdragen vanuit hun verantwoordelijkheid voor ruimtelijke ordening, regionale economie en innovatie, mobiliteit en openbaar vervoer, vergunningverlening en handhaving? Dat thema staat volop in de belangstelling bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten op 18 maart 2015.

Een aantal toonaangevende spelers in het energieveld zijn gevraagd om hun uitdaging voor de provinciale rol in de energietransitie in een column uit te spreken. In de komende weken treft u hun ideeën aan op de IPO website, en we hopen dat ze zullen bijdragen aan het debat over de provinciale rol in de Energietransitie.