Provincies belangrijke schakel in energietransitie
Column Pieter Boot

Energie wordt een steeds belangrijker deel van onze leefomgeving en daarom van het beleid. Belangrijker, omdat het om veel geld gaat, het één van de meest centrale aspecten van onze infrastructuur betreft, en we aan de vooravond staan van een grote transitie. Jarenlang schommelde het aandeel hernieuwbare energie rond de 4%, nu moet het in zeven jaar naar 14%. Dat geeft niet alleen kansen voor bedrijvigheid, maar ook transitiepijn. Burgers zien windturbines verrijzen, de grote  energiebedrijven hun inkomsten wegvallen. In deze turbulentie spelen ook provincies een rol. Deze is drievoudig.

Het begint met de ruimtelijke ordening. Het ruimtelijk beleid is gedecentraliseerd en provincies spelen hierin een sleutelrol. Bij energie gaat dat nu vooral om de plaatsing van windturbines, maar dat is nog maar het begin. De duurzame energie van de toekomst zal meer decentraal zijn, meer ruimte in beslag nemen, maar onderling verbonden zijn. Decentraal is geen autarkie: er komen meer netten en ze krijgen meer functies. Windturbines, biocentrales, zonnepanelen hebben een ander ruimtebeslag dan gas- en kolencentrales.  En dit is maar het halve verhaal. Warmteverbruik is belangrijker dan dat van elektriciteit. Gemeenten, woningcorporaties en andere eigenaars zijn in de weer met isolatieprogramma’s van woningen en kantoren. Ook dit heeft een ruimtelijke component. Veel restwarmte van centrales en industrieën wordt nog verspild. Op sommige plaatsen is het, zelfs na isolatie van woningen, nog steeds rendabel en zinvol een warmtenet aan te leggen. Op andere niet. Provincies kunnen bij deze afweging een belangrijke rol spelen. In het transport wordt een kwart van onze energie verbruikt. Verduurzaming daarvan gaat ook provincies aan, als wegbeheerder en concessieverlener van een deel van het openbaar vervoer.

Hoe zouden provincies deze taken slim op kunnen pakken? Ik zie vier aandachtspunten.

De eerste is aan te sluiten bij de beweging die is ontstaan door het Energieakkoord. In dat kader wordt hard gewerkt aan het realiseren van doelen voor 2020/23. Die zijn nog niet geheel in zicht, er moet nog een tandje bij. Daarbij zal zeker een beroep op provincies worden gedaan, die het Energieakkoord ook hebben onderschreven. Maar dat biedt ook mogelijkheden om nieuwe coalities te sluiten: je staat er niet alleen voor. Een voorbeeld is om verschillende energiecoöperaties nog intensiever met elkaar in contact te brengen zodat ze nog meer van elkaar kunnen leren, zoals  Gelderland doet met een Community of Practice. Rijke provincies maken gebruik van revolving funds voor onder andere energiebesparing.

De tweede is verbreding van de energie-agenda tot ‘groene groei’. Bestaande bedrijven zijn daar volop mee bezig. Een duurzaam energiesysteem is een vestigingsplaatsfactor geworden. Bedrijven die zich willen vestigen nemen het in hun overweging mee. Noord Brabant bijvoorbeeld neemt dit mee in zijn aandacht voor innovatie. Maar bijvoorbeeld ook grote onderwijsinstellingen oriënteren zich erop. Door stages en werkervaringsplaatsen bereiden  jongeren zich voor op de nieuwe toekomst.

De derde sluit aan bij de oorzaak van decentralisatie: de erkenning van grote en wellicht toenemende verschillen tussen onze landstreken. De Randstad wordt voller, aan de randen wordt krimp zichtbaarder. In een toekomstgericht mobiliteitssysteem gaat het meer om snelle fietspaden en trams dan om nog meer wegen en treinen. De samenhang tussen mobiliteit en ruimtelijke ordening kan beter.  De Stedendriehoek rond Apeldoorn, Energy Valley in het Noorden, de Europoort of Zuid-Oost Brabant zullen andere keuzes maken. Hun kracht en zwakte verschilt. Brabant en Twente hebben een technische topuniversiteit, Zeeland en Groningen niet. Groningen heeft gas en sterke gasbedrijven. Zeeland ruimte en een welwillend oog voor kernenergie, Zuid Holland een wereldhaven. Comparatieve voor- en nadelen verschillen sterk. Maar provincies kunnen hierin wel van elkaar leren. Kennis over mislukkingen en best practices kunnen uitgewisseld worden.

De vierde is de wisselwerking met andere overheidslagen. Veel gemeenten hebben vergaande doelen geformuleerd, maar vaak nog geen flauw idee hoe ze die moeten halen. Het rijk komt binnenkort met een Warmtevisie. Ook zal het dit jaar nader bepalen hoe de in Europees kader afgesproken doelen voor 2030 worden ingevuld. Dat kan je als provincie over je heen laten komen, je kunt er ook een rol in spelen door zelf een visie te ontwikkelen. Dat is niet makkelijk, want veel is onzeker. Wanneer gaan de energieprijzen weer stijgen, wanneer worden wind- en zonne-energie concurrerend, komt er een mondiaal klimaatakkoord en ontstaat er ooit weer een Europese emissiehandelsprijs die iets voorstelt? Maar tegelijk is wel duidelijk welke onderdelen een toekomstgerichte energievisie altijd nodig zal hebben. Zonder heel veel energiebesparing redden we het bijvoorbeeld niet. En daarmee is de cirkel rond, want inzake de ruimtelijke ordening, het warmteverbruik en de mobiliteit –  essentiële schakels in energiebesparing – zijn juist de provincies cruciaal.

Dit voorjaar zijn er provinciale en waterschapsverkiezingen. Alle reden nu al goed na te denken over hoe om te gaan met de kansen die deze bieden en voorbereid te zijn op mogelijke uitkomsten ervan.

Pieter Boot is hoofd van de sector Klimaat, Lucht en Energie van het Planbureau voor de Leefomgeving. De komende weken kunt u elke maandag een energiecolumn lezen op onze website.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het Nationaal Energieakkoord plaatste in 2013 de Energietransitie weer bovenaan de politieke agenda!

De provincies hebben de opgaves uit het energieakkoord voortvarend opgepakt. Ze werken daarin intensief samen in de Interprovinciale Samenwerking Energietransitie en Economie (IPS2E). Het Energieakkoord is de eerste stap op een lange weg naar een duurzame samenleving, gebaseerd op een koolstofarme economie.

Wat kunnen provincies bijdragen vanuit hun verantwoordelijkheid voor ruimtelijke ordening, regionale economie en innovatie, mobiliteit en openbaar vervoer, vergunningverlening en handhaving? Dat thema staat volop in de belangstelling bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten op 18 maart 2015.

Een aantal toonaangevende spelers in het energieveld zijn gevraagd om hun uitdaging voor de provinciale rol in de energietransitie in een column uit te spreken. In de komende weken treft u hun ideeën aan op de IPO website, en we hopen dat ze zullen bijdragen aan het debat over de provinciale rol in de Energietransitie.