Wauw!

Begin februari dit jaar zaten we met een groep provinciale energie-professionals bij elkaar in Utrecht. Een van de doelen was de onderhandelaars van input te voorzien en het onderwerp energie te laden voor de nieuwe bestuursperiode. Lang niet iedereen zag op dat moment de uitkomst van de onderhandelingen met vertrouwen tegemoet, althans, niet als het ging om de vraag of de energietransitie de nodige aandacht zou gaan krijgen. En om te kunnen acteren is bestuurlijke legitimatie wel een eerste vereiste natuurlijk.
Op 3 juni zaten we weer bij elkaar. Het IPO had een overzicht laten maken van de wijze waarop het thema energie is opgenomen in de 11 coalitieakkoorden die tot op heden verschenen zijn. Zeeland ontbreekt in dat rijtje nog tijdens het schrijven van dit voorwoord.
Wat een rijke oogst. Wie sceptisch is zou kunnen zeggen “het zijn maar woorden, daarmee heb je nog niet meer duurzame energie”. Dat klopt. Maar voer je dezelfde exercitie uit op de coalitieakkoorden van 4 jaar terug dan is het een verschil van dag en nacht. Toen was de energietransitie nog geen leidend thema, toen werd het onderwerp bij lange na niet als een integrale onontkoombare opgave beschouwd. En kijk nu dan eens: de energietransitie wordt in de akkoorden over de hele linie in zijn volle breedte beschreven, het barst van de ambitie, concrete doelen en urgentie. De energie spat van de bladzijden af! De akkoorden getuigen ook van realiteitszin: men wil investeren in draagvlak en dialoog. Zonder daarbij de ambities zelf ter discussie te gaan stellen. Of zoals het er soms letterlijk staat: niet het of maar het hoe is onderwerp van dialoog. Daarnaast zijn provincies zich heel bewust van hun verschillende rollen en het besef dat het ‘buiten’ moet gebeuren.
Ik durf te stellen dat de energieambitie in zekere zin een politiek resistente opgave is geworden in provincieland. Natuurlijk zijn er accentverschillen en zijn er specifieke regionale keuzes, maar dat doet niks af aan de constatering dat alle provincies een zelfbewuste en ambitieuze positie innemen.
Het maakt me trots, het geeft vertrouwen. Juist de provincies zijn als klassiek middenbestuur als geen ander in staat de verbinding te leggen tussen partijen, de dialoog te entameren, waar mogelijk te investeren, richting te geven en te werken aan deze majeure opgave op een manier die voorbij gaat aan de kortademigheid van het incidentele project.
 
Wauw!
 
Co VerdaasFacilitator IPO themabijeenkomsten ruimte, economie, mobiliteit & energietransitie