Enkele vragen en antwoorden over de financiën van de provincies

Hoe komen de provincies aan het geld voor hun uitgaven?

Betaalt de provincie uit de opcenten op de motorrijtuigenbelasting de provinciale wegen?

Aan wie leggen de provincies (financiële) verantwoording af?

Zijn de financiële mogelijkheden voor alle provincies gelijk?
Hoe komen de provincies aan het vermogen? 

Waar hebben de provincies het vermogen voor nodig?

Mogen provincies in aandelen beleggen?

 

Hoe komen de provincies aan het geld voor hun uitgaven?

Provincies krijgen geld van het Rijk en hebben daarnaast eigen inkomsten. Van het Rijk krijgen de provincies geld via het Provinciefonds en als specifieke uitkering. De gelden van het Provinciefonds behoren tot de algemene middelen en zijn daarom in principe vrij besteedbaar, mits de provincies wel de taken uitvoeren die hen wettelijk is opgelegd door het Rijk. Provincies moeten bij specifieke uitkeringen wel het geld aan een specifiek door het Rijk bepaald doel uitgeven. De eigen inkomsten bestaan uit de opbrengsten van de provinciale belastingen – in de vorm van provinciale opcenten op de motorrijtuigen-belasting - en de inkomsten uit vermogens en dergelijke. Net als de uitkeringen van het Provinciefonds behoren de eigen inkomsten tot de algemene middelen van de provincies en zijn dus vrij besteedbaar.

Betaalt de provincie uit de opcenten op de motorrijtuigenbelasting de provinciale wegen?

Deels. De opbrengsten van de provinciale opcenten op de motorrijtuigenbelasting behoren tot de algemene middelen van de provincies. De provincie is vrij in de besteding, dus alle soorten uitgaven kunnen zij hieruit bekostigen, van natuurbeheer tot wegenonderhoud. Elke provincie stelt zelf het tarief vast van de opcenten.

Aan wie leggen de provincies (financiële) verantwoording af?

De provincies zijn een zelfstandige bestuurslaag. De colleges van Gedeputeerde Staten (het dagelijks bestuur van de provincie) leggen in de Jaarrekening en het Jaarverslag verantwoording af aan Provinciale Staten (het algemeen bestuur van de provincie). Ook de specifieke uitkeringen verantwoorden de colleges in een bijlage van de jaarrekening. Deze gestandaardiseerde bijlage gebruikt de provincie ook voor het afleggen van de verantwoording naar het Rijk. Op deze manier verzamelt het Rijk de verantwoordings-informatie maar één maal. Dit noemt men ook wel single information, single audit (SiSa).

Zijn de financiële mogelijkheden voor alle provincies gelijk?

De ministeries van Binnenlandse Zaken en van Financiën zijn de beheerders van het Provinciefonds. Vanaf 2012 gaat een nieuw verdeelmodel voor het Provinciefonds in. Dit model houdt, op grond van artikel 7 van de Financiële verhoudingswet, rekening met de onderlinge verschillen in de noodzakelijke uitgaven aan taken en de verschillen in de eigen inkomsten per provincie. Een provincie met een grotere opgave voor de taken krijgt meer geld. Een provincie met een grotere belastingcapaciteit (meer auto’s) en/of meer inkomsten uit vermogen krijgt minder geld. Hiermee wil het Rijk recht doen aan de uitgangspunten van de Financiële verhoudingswet. Deze uitgangspunten houden in dat overheden (in dit geval provincies) in gelijke omstandigheden een gelijke financiële uitgangspositie hebben.

Hoe komen de provincies aan het vermogen?

Van oudsher hebben de provincies belangen in energiebedrijven, vaak zijn deze zelfs opgericht door de provincies. Later zijn deze provinciale energiebedrijven gefuseerd tot landelijke en zelfs internationaal opererende bedrijven. In de loop der tijd zijn de aandelen van deze energiebedrijven sterk in waarde gestegen. Onlangs zijn deze deelnemingen verkocht. Op papier hebben de provincies – maar ook een heleboel gemeenten – meer vermogen gekregen. Voor de financiële situatie van de provincies is er echter weinig veranderd. In plaats van jaarlijkse dividenden ontvangen de provincies nu jaarlijks rente op het vermogen. Overigens is de grote waardestijging van de aandelen en hogere dividenden van de provincies aanleiding geweest voor het Rijk om vanaf 2011 structureel € 300 miljoen te korten op het Provinciefonds.

Waar hebben de provincies het vermogen voor nodig?

De provincies die vermogen hebben, hebben dit nodig om een deel van de noodzakelijke uitgaven aan kerntaken te betalen. Het nieuwe verdeelmodel Provinciefonds gaat er vanuit dat provincies een deel van deze uitgaven betalen uit een fictief rendement van 3% op de opbrengsten uit de verkoop van de energiebedrijven. Het model houdt rekening met 35% van deze geraamde inkomsten. Dit komt neer op € 227 mln per jaar. Daarbovenop moeten de provincies € 130 mln van hun uitgaven betalen uit diverse andere inkomstenposten, zoals algemene reserves, dividendinkomsten van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en de Nederlandse Waterschapsbank (NWB). In totaal moeten de provincies dus € 457 mln uit het rendement op hun vermogen gebruiken voor de kerntaken.

Mogen provincies in aandelen beleggen?

Nee. Op grond van de Wet Financiering Decentrale Overheden moeten provincies, gemeenten en waterschappen, zoals de wet zegt, ‘prudent’ omgaan met hun vermogen. Dit betekent dat zij geen financiële risico’s mogen lopen en in principe niet mogen beleggen in aandelen. De provincies houden zich aan de wet en beleggen vooral in obligaties, garantieproducten of andere waarden met vaste renten, zoals deposito’s en spaarrekeningen.