De provincie kan zich ook als ‘contractpartij’ op de markt van energieprojecten gaan begeven. De meest voor de hand liggende rol is daarbij de provinciale inkoopfunctie. Bij het inkopen van eigen goederen en diensten kan de provincie duurzame toetsingsvoorwaarden opnemen.
Dat betekent meer dan ‘100% duurzaam aanbesteden’ volgens de officiële criteria. Hierdoor vallen namelijk veel projecten buiten boord. De provincie kan in de aanbesteding bijvoorbeeld opnemen dat er op basis van ‘total cost of ownership’ wordt ingekocht waarbij dus niet alleen naar de korte termijn kosten wordt gekeken maar waar op basis van de ‘life cycle costs’ wordt ingekocht. Om innovatieve ondernemers te stimuleren kan gewerkt worden met het concept van de SBIR-criteria waarbij gestuurd wordt op nieuwe en onconventionele ideeën in plaats van gebaande paden.
De beperking van dit instrument is gelegen in de inkoopbehoefte van de provincie. De provincie kan echter de inkoopbehoefte vergroten door samen met gemeenten een aanbesteding op te starten.
Een andere rol die in het inkoopproces kan worden ingenomen is de inkoop voor derden. De provincie koopt dan niet in om in een eigen directe behoefte te voorzien, maar gebruikt haar positie als sterke inkoop-partner om (goedkoop) in de kopen. Aandachtspunt hierbij is wel dat er goed gekeken wordt naar de formele eigendomsposities en bijbehorende aansprakelijkheden. De provincie gaat immers namens een andere partij een inkooprelatie aan met een onderneming.