Dat de cultuursector niet aan bezuiniging ontkomt, daarover waren de sprekers het eens. Maar de wijze waarop en de mate waarin kan niet rekenen op draagvlak bij provincies en gemeenten. Dat bleek tijdens een rondetafelgesprek in Tweede Kamer over de beleidsbrief “Meer dan kwaliteit” van staatssecretaris Zijlstra (OCW, VVD) op 20 juni jl.
Opvallend afwezig was de fractiewoordvoerder van de PVV. Ter voorbereiding op het notaoverleg op 27 juni a.s. nodigde de Kamer onder andere de gedeputeerden Maij (Overijssel, CDA), De Vey Mestdagh (Groningen, D66) en Lebens (Limburg, CDA) uit om van gedachten te wisselen. Gedeputeerde Maij wees erop dat landsdeel Oost onevenredig zwaar wordt getroffen. Zij illustreerde dat aan de hand van het Orkest van het Oosten dat, als het aan de staatssecretaris ligt, samen met het Gelders orkest vanaf 2013 bijna 50 procent minder rijkssubsidie krijgt. Dat is percentueel de grootste bezuiniging van alle orkesten die te maken hebben met een bezuiniging op de rijkssubsidie. Ook vroeg zij aandacht voor de Nationale Reisopera (Enschede), die een landelijke functie vervult, zou het met bijna 60 procent minder moeten doen. Ter vergelijking, de Nederlandse Opera (Amsterdam) levert slechts 5 procent subsidie in.
Ook De Vey Mestdagh riep de Kamer op om de bezuiniging beter te spreiden over het land. Laat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen en zet een regionaal schot in de subsidieverdeling door de fondsen, aldus De Vey. Hij vreest dat anders de klap hard aankomt in de toch al ijle culturele infrastructuur in het Noorden. Gedeputeerde Lebens riep op vakkundig te snoeien en de wortels intact te laten. Als Zijlstra groen licht krijgt zou Limburg te maken krijgen met 78 procent bezuiniging op de rijkssubsidie aan culturele instellingen en initiatieven. “Onrechtvaardig en ongelijkwaardig”, aldus Lebens. Landelijk gaat het om een bezuiniging van ongeveer 26 procent op de basisinfrastructuur cultuur.
De gemeenten waren vertegenwoordigd door de heer Brok (delegatieleider cultuur, VNG) en de wethouders Gehrels (Amsterdam, PvdA), De Jong (Den Haag, D66) en Van Wessem (Arnhem, VVD). Brok wees op de witte vlekken die gaan ontstaan in de basisinfrastructuur. De ingrijpende bezuiniging in combinatie met verhoging van het BTW-tarief is te veel en te snel. De cultuursector wordt hierdoor diep en onevenredig geraakt. Anders dan de staatssecretaris, wil Brok dat fondsen meerjarige subsidies blijven verstrekken. Wethouder Gehrels (Amsterdam, PvdA) nam de vlucht naar voren en presenteerde een “verbindingsvoorstel”. Daarin smeedde ze het kabinetsvoornemen en het advies van de Raad voor Cultuur tot een nieuw plan dat de pijn moet verzachten. Kern van het voorstel is dat niet alleen de top maar ook voor middelgrote en kleinere instellingen rijkssteun blijven ontvangen. Conform het raadsadvies zou de bezuiniging gefaseerd moeten worden ingevoerd. Daarvoor is wel 50 miljoen per jaar extra nodig. In hoeverre dit voorstel op steun kan rekenen van de andere partijen is nog niet duidelijk. Wethouders De Jong (Den Haag, D66) wees nog maar eens op de tegenstijdigheden in de voorstellen van de staatssecretaris. Meer ondernemerschap en een hoger BTW-tarief gaan niet samen. Verder is het tempo van de bezuinigingen veel te snel. “Deze staatssecretaris loopt met bergschoenen door de porseleinkast”, aldus De Jong. Tot slot wees ook wethouder van Wessem (Arnhem, VVD) op de onevenredigheid in de spreiding van bezuinigingen.
Behalve met de provincies en gemeenten, sprak de Tweede Kamer eerder op de dag met een aantal deskundigen en fondsdirecteuren. Of de Kamer ingaat op de oproep van wethouder Gehrels om lef en leiderschap te tonen door andere keuzes te maken moet 27 juni jl. blijken. Dan komt Zijlstra naar Kamer om zijn plannen te verdedigen.