Minister Donner wil al in 1 januari 2011 duidelijkheid scheppen over de herverdeling van het Provinciefonds. Hij zegde dit bij verrassing toe in het eerste wetgevingsoverleg BZK. De Kamerleden Van de Burg (VVD) en Heijnen (PvdA) hadden hem gevraagd dit voor 1 maart te doen. De aanwezige fracties grepen het overleg ter voorbereiding op de begrotingsbehandeling van BZK vooral aan om duidelijkheid te krijgen over passages in het regeerakkoord over het openbaar bestuur.
Heijnen en Schouw (D66) hadden veel vragen over de infra-structuurautoriteit in de Randstad: ‘Als je daarover nadenkt en de commentaren daarop leest, vraag je je af - het staat letterlijk zo in het regeerakkoord - welke bevoegdheden van welke overheidslaag worden overgedragen aan die autoriteit', aldus Heijnen. ‘Neem bijvoorbeeld de Wet ruimtelijke ordening. Als die blijft zoals die nu is, zal zo'n Randstadvervoerinfra-autoriteit niet bevorderlijk zijn voor het terugdringen van de bestuurlijke drukte, maar juist voor het versterken ervan, omdat er een nieuwe autoriteit bijkomt'.
Schouw diende er zelfs een motie over in waarin hij de regering verzoekt op korte termijn met een nadere analyse te komen over de noodzaak van en voorstellen voor de invulling van een Infrastructuurautoriteit in de Randstad. Dit omdat er volgens hem onduidelijkheid bestaat over de democratische controle op deze autoriteit, de financiering van dit orgaan, het takenpakket en de effecten op de bestuurlijke drukte van het instellen van deze autoriteit.
Donner zegde alvast toe dat hij voor maart 2011 met helderheid zal komen over de ideeën over de opschaling van de provincies in de Randstad en de infrastructuurautoriteit. Hij zal daarbij, in lijn met wat Schouw vroeg, schetsen wat de relatie is tussen de infrastructuur-autoriteit en de voornemens op bestuurlijk terrein. Ook neemt hij de vraag van Bruins Slot (CDA) mee hoe het kabinet omgaat met de taakdifferentiatie bij gemeenten en welke grenzen er daarbij zijn.
Over de wenselijkheid van een nieuw bestuursakkoord met de mede-overheden, waarnaar met name Bruins Slot en Schouw informeerden, hield de minister zich op de vlakte. Donner bleef benadrukken dat een bestuursakkoord geen doel op zich is, maar een instrument kan zijn om afspraken te maken als partijen daaraan behoefte hebben.
Schouw heeft vervolgens een motie ingediend met het verzoek de Kamer te informeren over de visie van het kabinet op een bestuursakkoord met de decentrale overheden en de Kamer verslag te doen van het overleg daarover met de decentrale overheden. Opvallend is dat de motie tevens de regering wil bewegen op korte termijn een bestuursakkoord te sluiten met de decentrale overheden.
Donner kondigde aan de Wgr-plus te willen afschaffen, zoals het regeerakkoord bepaalt, en er geen andere voorziening voor in de plaats te stellen. De taken gaan in beginsel terug naar de gemeenten. Wel wordt nog bekeken hoe een en ander zich verhoudt tot de Infrastructuurautoriteit, gelet op de taken van de plusregio's op het gebied van openbaar vervoer en infrastructuur.
Schouw vroeg Donner of het beleidskader voor herindelingen gehandhaafd blijft. De provincie kan op grond daarvan onder voorwaarden het initiatief tot herindeling van gemeenten overnemen indien één (of een minderheid) van de betrokken gemeenten een herindeling afwijst.
Heijnen vroeg zich af hoe het verder gaat met herindelingvoorstellen die nu nog bij de minister liggen: Bergen (Limburg), Muiden (Noord-Holland) en Renswoude (Utrecht).
Donner was zich bewust van de voorstellen die op tafel liggen. Hij kon echter niet toezeggen voor de herindelingverkiezingen van volgende week woensdag, 24 november, duidelijkheid te scheppen over zijn plannen daarvoor. Hij bekijkt welke implicaties het regeerakkoord heeft voor het herindeling-kader, maar benadrukte dat de actieve rol van provincies in het regeerakkoord staat.