IPO-visie op Omgevingswet: krachtig instrument voor provincies

Met de nieuwe Omgevingswet verwachten de provincies een krachtig instrument in handen te krijgen voor hun rol als gebiedsregisseur. Ook vergemakkelijkt de wet het maken van integrale afwegingen. Deze verwachting spreken de provincies uit in de brief van het IPO aan minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu.

De Omgevingswet versterkt de provinciale kerntaken op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling en leefomgevingsbeleid. In de visie van het IPO is de wet gericht op het realiseren van overheidsdoelen en het reduceren van de complexiteit van de wetgeving in het fysieke domein. Alle wetten die aan dit domein gerelateerd zijn, gaan in principe mee in de Omgevingswet.

De wet biedt politiek-bestuurlijke afwegingsruimte voor het beheer en de ontwikkeling van de leefomgeving. Het IPO gaat uit van ‘decentraal plus’, waarmee ruimte aan provincies is  voor regionaal maatwerk met betrekking tot EU-normstelling (als ondergrens) en nationale normstelling.

De Omgevingswet is er voor gebiedsontwikkelingen en complexe inrichtingen, maar ook voor alledaagse projecten en vergunningen. De zogenoemde Elverding-benadering verdient een bredere toepassing dan infrastructuur, maar de waarde ervan neemt af bij kleinere ontwikkelingen en projecten. De nieuwe wet is in de ogen van het IPO eerst beter en eenvoudiger en (daardoor) misschien sneller. De provincies denken graag mee over de principes en hoofdlijnen van de Omgevingswet.

Heeft u een vraag of een opmerking over dit bericht?
Neemt u dan contact op met de afdeling communicatie: communicatie@ipo.nl of (070) 888 1294