Op 26 januari deed de rechter uitspraak in de zaak die Omroep Brabant had aangespannen tegen een bezuinigingsbesluit van de provincie Noord-Brabant. Deze wil de komende jaren bezuinigen op de regionale omroep, oplopend tot 1,7 miljoen euro in 2015. De uitspraak is niet alleen voor Noord-Brabant van belang, maar ook voor andere provincies. Het is nog niet duidelijk of Noord-Brabant tegen de uitspraak in beroep gaat. RTV Noord-Holland gaat nu ook naar de rechter.
De vraag hoe de provincie kan aantonen dat met minder geld het niveau van 2004 gehandhaafd kan blijven beantwoordt de rechter helaas niet. Wel doet de rechter een aantal opmerkelijke uitspraken.
Het besluit van Noord-Brabant is volgens de rechter ongegrond omdat de provincie niet voldoende heeft bewezen dat de kwaliteit en de kwantiteit op peil 2004 blijven als de provincie minder subsidieert.
De rechter verklaarde dat de provincie in beginsel mag korten op de subsidie, mits de provincie aannemelijk kan maken dat de regionale omroep het activiteitenniveau 2004 handhaaft met een lager bedrag dan het bedrag dat gelijk is aan het budget 2004 plus de reële index.
De Mediawet (2008) zegt hierover in artikel 2.170, eerste lid:
Gedeputeerde Staten zorgen voor de bekostiging van het functioneren van ten minste één regionale publieke media-instelling in de provincie door vergoeding van de kosten die rechtstreeks verband houden met het verzorgen van de regionale publieke mediadienst, voor zover die kosten niet op andere wijze zijn gedekt, op zodanige wijze dat:
- Een kwalitatief hoogwaardig media-aanbod mogelijk is en continuiteit van bekostiging is gewaarborgd;
- In ieder geval per provincie het in 2004 bestaande niveau van de activiteiten met betrekking tot de verzorging van media-aanbod door de regionale publieke media-instelling(en) ten minste gehandhaafd blijft.
IPO en Stichting Regionale Omroep Overleg en Samenwerking (ROOS) hebben destijds een pragmatische invulling gegeven aan het wettelijk begrip “instandhouding activiteitenniveau 2004”. Ieder jaar wordt een landelijke index vastgesteld op basis van gegevens van CBS en CPB (bestuurlijke afspraak tussen IPO en ROOS).
De rechter betoogt dat de kwantiteit en kwaliteit van het media-aanbod niet los van elkaar kunnen worden gezien. Bij de kwaliteit van het media-aanbod moet volgens de rechter in ogenschouw worden genomen dat het veranderend mediagebruik de omroep dwingt om het media-aanbod steeds aan te passen aan de eisen van het publiek. De rechter baseert zich daarbij niet op de wet maar op de Memorie van Toelichting. De provincie had in het verweer aangevoerd dat de wens van de kijker voor het aanbod niet bepalend kan zijn om de ondergrens van het niveau 2004 vast te stellen.
Opvallend is ook dat de rechter in reactie op het verweer stelt dat kwaliteit niet alleen gaat over programmering, maar over het gehele media-aanbod, inclusief de inhoud.
Maar de Mediawet bepaalt ook dat de provincie zich niet met de inhoud van de programmering mag bemoeien. Dat is de verantwoordelijkheid van het Commissariaat van de Media en het Programmabeleid Bepalend Orgaan. Met andere woorden: de provincie mag zich niet bemoeien met de inhoud van de programma’s, maar als er een bezuiniging aan de orde is moet de provincie wel aannemelijk maken dat de inhoud van het programma-aanbod op peil 2004 blijft.
In de uitspraak gaat de rechter niet in op de vraag hoe de afspraken over de invulling van het activiteitenniveau 2004 (onder voorbehoud van goedkeuring door provinciale staten) zich verhouden tot het budgetrecht van provinciale staten.
Toch valt ook lering te trekken uit de uitspraak. Als een provincie van mening is dat de omroep voldoende aanvullende inkomsten heeft uit reclame en uit eigen reserves moet dat expliciet ten grondslag liggen aan het subsidiebesluit. Verder lijkt het verstandig om bij subsidiebesluiten een kwalitatieve en kwantitatieve maatstaf aan te leggen.
Noord-Brabant gaat de komende tijd benutten om het vonnis te bestuderen en zich te bezinnen op vervolgstappen. Wat de andere provincies naar aanleiding van de uitspraak doen is nog niet bekend.