Boermarken: duizend jaar later....
IPO Zomercolumn: Walter Kooy

Pakweg duizend jaar geleden organiseerde het platteland zich in Boermarken. Hele praktische samenwerkingsverbanden die dingen regelden die geregeld moesten worden: wegonderhoud, verdeling van landbouwgrond, dat soort dingen. En als het niet geregeld hoefde te worden, dan gebeurde dat ook niet. Vergaderen alleen als het echt nodig was, en langdurig mandaat geven aan sleutelfiguren die het vertrouwen van de streek hadden.

In eigentijdse beleids-speak: bottom up, doelmatig, doeltreffend, verantwoordelijkheid bij de ondernemer, ruimte voor eigen initiatief......Dat zijn precies de randvoorwaarden die we nu, 1000 jaar later, meekrijgen bij het vormen van de agrarische collectieven die het nieuwe stelsel voor agrarisch natuurbeheer moeten gaan uitvoeren.

Uitstekende uitgangspunten, dat zeker. De Boermarken bleken een ongekend effectieve organisatievorm die in een groot deel van noordwest Europa voorkwam. Geleidelijk transformeerden ze naar gemeenten, gingen op in waterschappen. En soms bestaan ze ook nu nog, onder andere in ons eigen Drenthe.

Het grote verschil met duizend jaar geleden is dat de vorming van de agrarische collectieven niet echt bottom up is. Het concept is "top down": de overheid wil niet langer subsidie-relaties onderhouden met 10.000 individuele boeren maar met 40 collectieven, die dan contracten met die 10.000 boeren moeten afsluiten. En de ruimte voor eigen initiatief en voor eigen verantwoordelijkheid wordt vrij sterk ingeperkt door Brusselse regelgeving, Nederlandse beleidswensen en heel begrijpelijke zorgen van natuurbeschermingsorganisaties. Dat is razend ingewikkeld. Voor je het weet hebben we de zaak niet efficiënter en effectiever gemaakt, maar alleen maar anders, en misschien zelfs nog bureaucratischer dan het was.

Maar toch. De vorming van deze agrarische collectieven is een enorme kans voor overheid én boeren om het agrarisch natuurbeheer efficiënter en effectiever te organiseren. Een uitdaging  voor de overheid om los te durven laten en te sturen op hoofdlijnen en resultaten in plaats van op details en maatregelen. En voor de boeren om zich te positioneren als een betrouwbare, deskundige en effectieve beheerder van natuur en landschap, waar je als overheid en samenleving graag zaken mee doet. Waar je ook graag andere taken dan alleen natuurbeheer aan toevertrouwt. De boeren, voor dit doel georganiseerd in de Stichting Collectief Agrarisch Natuurbeheer, gaan er alles aan doen om deze kans te benutten.

Van de overheid mogen we verwachten dat bij ieder besluit de vraag wordt gesteld: wordt het zo écht efficiënter en effectiever? Is dit bottom up, of gewoon top down in een nieuwe verpakking?

Het wordt spannend het komende jaar. De 40 collectieven worden nu opgericht, de natuurbeheerplannen worden opgesteld, de collectieven gaan hun gebiedsoffertes opstellen.

Voor de zomervakantie van 2015 weten we of het gelukt is.

Ik hoop dat we dan - duizend jaar later - 40 nieuwe Boermarken hebben gekregen.  

Walter Kooy, projectdirecteur
Stichting Collectief Agrarisch Natuurbeheer (SCAN)  www.scan-collectieven.nl
 

----------------------------------------------------------------

Over de 'IPO Zomercolumn': In de ‘IPO Zomercolumn’ wordt vanuit een fris, eenZON.jpg
nieuw, of ander perspectief een voor provincies belangrijke dossier belicht. De – speciaal voor deze gelegenheid genodigde –columnist is inhoudelijk betrokken bij en

provinciaal begaan met het dossier. Een overzicht van alle bijdragen aan de 2014 ‘IPO Zomercolumn’ treft u aan op de overzichtspagina.