Met solidustekens in de ogen rondlopen….
IPO Zomercolumn: Wijnand van der Sanden

Zevenenveertig gouden munten uit de Vroege Middeleeuwen. Dat is de bijzondere vondst die twee detectorzoekers afgelopen januari in Drenthe deden. Kort daarna kreeg ik ze onder ogen. Het moment dat de vinders mij de muntschat lieten zien, zal ik niet snel vergeten. Al was het maar vanwege de triomfantelijke blik in hun ogen na het bevestigende antwoord op hun vraag ‘is het iets bijzonders?’

Dat de muntvondst bijzonder is, was van meet af aan duidelijk. De bijzondere samenstelling en de exacte datering bleken pas na determinatie door mijn numismatische collega Paul Beliën van De Nederlandse Bank. Gerekend naar het gewicht aan goud  - meer dan 200 gram - is deze muntschat de grootste uit 6de eeuw in Nederland. Het betreft zonder uitzondering zogeheten solidi. Het gewicht van elke afzonderlijke solidus bedraagt tussen de 4-4,5 gram.

De schat bestaat uit Laat-Romeinse, Byzantijnse, Ostrogothische en Merovingische/Frankische munten, geslagen in onder meer Constantinopel, Rome, Ravenna en Laon. Een van de Frankische munten toont de buste van de Merovingische koning Theodebert (534-548). Deze munt is de eerste munt van deze koning die op Nederlandse bodem is gevonden. Het merendeel van de munten uit de schatvondst is van Byzantijnse origine. Drie keizers zijn vertegenwoordigd: Anastasius (491-518), Justinus I  (518-527) en Justinianus I (527-565).

Al met al een indrukwekkend complex. Mijn uitgangspunt was dan ook dat deze bijzondere vondst het beste af zou zijn in een vitrine in het Drents Museum.

De verschillende stappen die gezet moesten worden waren onder meer het gedetailleerd laten documenteren van de muntschat, het taxeren van de schatvondst door een onafhankelijke beëdigd taxateur, het betrekken van de grondeigenaar, het bereiken van overeenstemming met de vinders en het betrekken van het Drents Museum, zodat daar de financiën… en de vitrine vrijgemaakt konden worden. Dit alles zonder ruchtbaarheid te geven aan de ontdekking.

Dit soort precaire processen vraagt om zorgvuldig handelen. Het heeft al met al maanden geduurd, niet alleen omdat het determineren, beschrijven, wegen en fotograferen van de munten tijd vraagt, maar ook omdat er iedere keer weer overeenstemming over de volgende fase bereikt moest worden.

Inmiddels is de muntschat in het Drents Museum te bewonderen. Hij wordt door het museum gerekend tot de hoogtepunten van de collectie. Alle partijen, inclusief vinders en grondeigenaar, zijn tevreden over de uitkomst.

Is het nu klaar? Nee. Over de context en de reden waarom de 47 munten werden begraven, is nog niets bekend. Een waarderend gravend onderzoek zou daarover uitsluitsel kunnen geven. Een dergelijk onderzoek staat daarom ook bovenaan mijn wensenlijst. En dan moet de vondst nog gepubliceerd worden in een archeologisch of numismatisch tijdschrift, zodat ook collega’s in binnen- en buitenland de vondst in hun analyses kunnen betrekken. Voorlopig blijf ik dus nog met solidustekens in de ogen rondlopen…….

Wijnand van der Sanden is Provinciaal archeoloog bij de provincie Drenthe.

Provincies hebben een wettelijke taak op het gebied van archeologische monumentenzorg. Zo zijn provincies verplicht een depot in stand te houden waar roerende monumenten die zijn gevonden bij het doen van opgravingen op juiste wijze  kunnen worden opgeslagen. Ook is het zo dat voorwerpen die zijn gevonden bij het doen van opgravingen en waarop niemand zijn recht van eigendom kan bewijzen, eigendom zijn van de provincie (of gemeenten met een goedgekeurd depot) waar zij zijn gevonden. In de provincie Drenthe worden alle vondstmeldingen door een provinciaal archeoloog geregistreerd. Een belangrijke taak dus voor de provincie waarbij je nog wel eens iets bijzonders mee maakt.

------------------------------------------------------------------ZON.jpg
Over de 'IPO Zomercolumn': In de ‘IPO Zomercolumn’ wordt vanuit een fris, een
nieuw, of ander perspectief een voor provincies belangrijke dossier belicht. De – speciaal voor deze gelegenheid genodigde –columnist is inhoudelijk betrokken bij en
provinciaal begaan met het dossier. Een overzicht van alle bijdragen aan de 2014 ‘IPO Zomercolumn’ treft u aan op de overzichtspagina.