Oproep: Rijk en regio moeten innovatiekrachten bundelen!
IPO Zomercolumn: Michaël van Straalen

Het innovatievermogen van de topsectoren wordt in belangrijke mate bepaald door kleine en middelgrote bedrijven. Rijk en regio’s moeten daarom hun krachten zo veel mogelijk bundelen om deze bedrijven een steun in de rug te even. 

Het topsectorenbeleid is een belangrijke aanjager van onze economie. De afgelopen jaren is door alle betrokken partijen hard gewerkt aan de aansluiting van het mkb bij dat topsectorenbeleid. Dat is van wezenlijk belang, maar niet eenvoudig. Het mkb is immers zeer divers. Dat vraagt om een eerste focus op de koplopers; de mkb-ondernemer die kansen in de markt ziet voor innovatieve producten die nieuwe euro’s kunnen opleveren. De overheid moet met goede regelingen de aansluiting van deze koplopers op het innovatiebeleid verder tot stand brengen. En daarnaast natuurlijk ook aandacht en instrumenten blijven houden voor het brede, meer volgende mkb.

Het is positief dat bij de inrichting van dit innovatie-instrumentarium de brug wordt geslagen naar de regio. Juist in de regio immers is de slagkracht richting het mkb groot en kan het topsectorenbeleid echt tot in de haarvaten van dat mkb doorwerken. Eveneens positief is dat in de regio ook eigen instrumenten beschikbaar zijn om innovatie te stimuleren.

Ik zou graag zien dat rijk en regio deze krachten sterker bundelen. Er zijn vele goede initiatieven maar er is veel versnippering en relatief weinig geld. Ondernemers hebben behoefte aan eenvoudige en toegankelijke regelingen. De huidige MIT-regeling (MKB-Innovatiestimulering Topsectoren) is er zo een. Niet voor niets slaat de MIT goed aan bij ondernemers; dat blijkt wel uit de overtekening. Bij deze regeling draait het om samenwerking, tussen bedrijven onderling en tussen sectoren, in de fase die moet leiden tot nieuwe producten en diensten die inspelen op de wensen van toekomstige consument en maatschappij. Met de MIT-regeling hebben we een instrument dat de mogelijkheid biedt om de mkb-ambities in het topsectorenbeleid te verwezenlijken en bovendien de regionale invulling van het topsectorenbeleid verder concreet te maken.

De beschikbare financiële middelen zijn nu echter te beperkt om het verschil te kunnen maken. Rijk en regio hebben samen al gezorgd voor een budget van 32 miljoen euro voor dit jaar, maar er ligt een veelvoud aan voorstellen met privaat commitment die niet gefinancierd kunnen worden. Dit is een reëel risico voor het draagvlak van het topsectorenbeleid, maar ook een gemiste kans om het regionale innovatiebeleid stevig te positioneren. Het opzetten van netwerken en R&D samenwerking, ook cross-sectoraal en op maatschappelijke thema’s, kost immers tijd en energie, die zal wegebben als de overheid - zowel rijk als regio - zich niet een voldoende partner toont!

Ik roep rijk en regio dan ook om middelen en regelingen slim te combineren en zo veel mogelijk onder te brengen in de MIT. De start van de uitvoering EFRO 2014-2020 biedt een uitgelezen kans om hierin met elkaar een slag te maken. Aan de bewindspersonen van Economische Zaken vraag ik te bezien of middelen binnen andere budgetten voor de MIT kunnen worden bestemd. Denk bijvoorbeeld aan een deel van het innovatiekrediet, dat vooralsnog een onderuitputting kent.

Door een substantiëlere rijksbijdrage en de inzet van Economische Zaken om samen met regio’s naar een multiplier te streven, moet het mogelijk zijn om het door de topsectoren gewenste volume van 100 miljoen per jaar te halen. Ik ben ervan overtuigd dat de mkb-bedrijven in de topsectoren hier dan een bedrag in dezelfde orde van grootte tegenover kunnen zetten. 

Met een dergelijke impuls laten we niet alleen het mkb verder aanhaken bij het topsectorenbeleid, maar stimuleren we ook de activiteiten in regio’s en provincies. Bovendien kunnen deze bedrijven met hun nieuwe initiatieven vele andere mkb’ers inspireren om een nieuwe richting te kiezen.

Michaël van Straalen
voorzitter MKB-Nederland
 
------------------------------------------------------------------ZON.jpg
Over de 'IPO Zomercolumn': In de ‘IPO Zomercolumn’ wordt vanuit een fris, een
nieuw, of ander perspectief een voor provincies belangrijke dossier belicht. De – speciaal voor deze gelegenheid genodigde –columnist is inhoudelijk betrokken bij en
provinciaal begaan met het dossier. Een overzicht van alle bijdragen aan de 2014 ‘IPO Zomercolumn’ treft u aan op de overzichtspagina.