Het paard, de kameel en de kikkers voor de kruiwagen
IPO Zomercolumn Walter Kooy

Het wordt tijd voor een college beleidsecologie. De eerste les die ik kreeg toen ik al vrij lang geleden mijn eerste baantje kreeg bij de provincie Utrecht: maak geen kameel! De hoogste baas van de provincie heette toen nog gewoon de griffier en deze bekeek nog bijna alle stukken die naar Gedeputeerde Staten gingen hoogstpersoonlijk. En mijn eerste nota als secretaris van een werkgroep waar ik twee weken op gezweet had kwam terug met een dikke rode streep erdoor. "Kameel!", had de griffier er bij geschreven. Hij wilde het me één keer uitleggen. Een gedeputeerde vraagt een werkgroep een voorstel te doen voor een nieuw paard. De werkgroep gaat aan de gang om een slank, gezond en snel paard te ontwerpen. Ieder werkgroeplid draagt krachtig bij vanuit de belangen van de eigen afdeling. Daardoor krijgt het paard enorme hoeven zodat het niet door het ijs kan zakken, twee waterbulten om de risico's op uitdroging te beperken, hangoren zodat daar geen stof in kan waaien en een grote bek om daarmee de kaas van een rijksboterham te eten. En dus krijg je een kameel, die vervolgens niet vooruit te branden is.  En daar, zei de griffier, heeft jouw gedeputeerde niet om gevraagd. Het was een wijze les. Maar het zal u opgevallen zijn dat je in de dagelijkse praktijk toch nog vrij veel kamelen ziet.

walter kooy.jpg

De provincies, het ministerie van Economische Zaken, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO) en Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) zijn samen met de landbouworganisaties bezig om een nieuw stelsel voor agrarisch natuurbeheer in te voeren. Vanaf 1 januari 2016 zullen 40 collectieven , waarin 10.000 boeren georganiseerd zijn, zelf de verantwoordelijkheid nemen voor het agrarisch natuurbeheer. Geen 10.000 beschikkingen meer, maar 40. De collectieven stellen binnen de kaders van het provinciaal natuurbeheerplan zelf een beheerplan voor hun eigen gebied op, sluiten beheercontracten af met de boeren, controleren of die contracten worden nagekomen en betalen vervolgens de boeren uit. Met als resultaat lagere kosten en betere resultaten.

We zijn samen ruim anderhalf jaar bezig met de voorbereiding. Zorgen dat er 40 collectieven worden opgericht, dat ze gecertificeerd zijn,dat er 40 ecologisch effectieve gebiedsaanvragen worden ingediend, dat er een IT-systeem is waarin je 10.000 beheercontracten  kunt vastleggen én dat je alles kunt verantwoorden en controleren. En daarbij lopen we tegen een bijna hilarische hoeveelheid op te lossen problemen aan. Want  je moet met de EU, 2 ministeries, 2 uitvoerende diensten, 12 provincies, 6 landelijke landbouworganisaties, 1 certificeerder, 40 collectieven , 163 Agrarische Natuurverenigingen en 10.000 boeren tot afspraken  komen. En iedereen denkt daarbij in eerste instantie vanuit het eigen beleid, de eigen regelgeving, de eigen IT, de eigen jaarplanning, het eigen financieel systeem,  de eigen controle.

Dat kan een kameel van ongekende omvang opleveren. Maar we zijn er bijna, en het nieuwe stelsel is nog steeds een paard. Niet zo slank, gezond en snel als we beoogden. Maar nog steeds: een paard.  Per 1 januari 2016  gaan overheden en boeren  echt van start  met een nieuwe aanpak waarmee we bereiken wat we willen: doelmatiger, doeltreffender, lagere kosten, betere resultaten. Ik heb er het afgelopen jaar regelmatig aan getwijfeld, gedacht: als dit zo doorgaat komen we er niet uit. We moeten dit samen doen. Maar de kikkers springen aan alle kanten uit deze kruiwagen, iedereen houdt vast aan eigen standpunt en eigen invalshoek, niets beweegt, en het lijkt niemand meer wat te interesseren dat we zo ons doel niet halen.

En toen  gebeurde er wat bijzonders. Binnen die tientallen organisaties die samen deze onmogelijke klus moesten klaren kwamen er als vanzelf mensen tevoorschijn die de oplossing centraal stelden, het  eigen belang van de eigen organisatie niet meer  voorop zetten, hun nek uitsteken, vloeibaar maken wat gestold was. Een bijzondere diersoort, deze medewerkers. Deze kikkers  trekken nu de kruiwagen van het agrarisch natuurbeheer richting 2016. Conclusie van dit college beleidsecologie: maak van een paard geen kameel en zet de kikkers vóór de kruiwagen. En als u dit soort kikkers ontdekt in uw eigen organisatie, geef ze dan de ruimte?

 

Over de auteur: Walter Kooy is projectdirecteur van de Stichting Collectief Agrarisch Natuurbeheer (SCAN)

------------------------------------------------------------------ZON.jpg

Over de 'IPO Zomercolumn': In de ‘IPO Zomercolumn’ wordt vanuit een fris, een
nieuw, of ander perspectief een voor provincies belangrijke dossier belicht. De – speciaal voor deze gelegenheid genodigde –columnist is inhoudelijk betrokken bij en
provinciaal begaan met het dossier. Een overzicht van alle bijdragen aan de 2015 ‘IPO Zomercolumn’ treft u aan op de overzichtspagina.