Modernisering middenbestuur: olie in de spaghetti
IPO Zomercolumn Pieter Tordoir

De vraag of de provinciale indeling van Nederland moet worden gemoderniseerd houdt de gemoederen reeds lang bezig. Onlangs mocht ik met onderzoekspartners Ate Poorthuis en Piet Renooy een uitdagende opdracht voor het ministerie van BZK uitvoeren: breng de economische en maatschappelijke dynamiek in kaart die relevant is voor de taken en indeling van het middenbestuur.  Ons rapport, getiteld ‘De veranderende geografie van Nederland, de opgaven op mesoniveau’ geeft een gedetailleerd beeld van ruimtelijke samenhang en systeemwerking op regionaal en interregionaal niveau. Als BZK hoopte op ideale provinciegrenzen hebben we ze niet kunnen helpen.  Burgers en bedrijven handelen in een provinciegrensdoorsnijdende spaghetti, hoe je die ook wendt of keert. Nederland wordt een geïntegreerde stadsstaat. Dat is maar goed ook want daarmee concurreren we internationaal. Alleen de nationale grenzen zijn en blijven hard—overigens een reden voor leegloop van grensstreken.  Vooral grensontkennend meebewegen met maatschappelijke partijen, het adagium van het IPO Kompas 2020, is zo bezien geen gekke koers voor provincies.

Geen bestuurlijke spaghetti maar bestuurlijke olie
In een tijd dat burgers en bedrijven steeds meer in bestuursgrensdoorsnijdende netwerken opereren verdwijnt het onderscheid tussen het lokale, regionale en (inter-)nationale niveau. Het subsidiariteitsprincipe, dat stelt dat bestuurstaken op het daartoe meest geëigende schaalniveau dienen te worden uitgevoerd, geeft minder soelaas voor toedeling van taken. Daardoor dreigt dat iedere bestuurslaag contact wil met de ongrijpbare burger en zich met alles gaat bemoeien. Grensontkennend meebewegen in de spaghetti van de netwerksamenleving leidt dan snel tot interbestuurlijke spaghetti en strijd, en dat moeten we niet willen. Maatschappelijke spaghetti vraagt geen bestuurlijke spaghetti maar bestuurlijke olie. Dat oliën van de netwerksamenleving en bijgevolg het netwerkbestuur zou naar mijn smaak de kerntaak kunnen zijn van modern middenbestuur. 
 
Knopen doorhakken
In de interbestuurlijke strijd hebben provincies zich de afgelopen decennia enigszins teruggetrokken tot streken en taken die afgeschermd lijken van de stedelijke netwerken gedomineerde samenleving: plattelandsgebieden, kleine bedrijven, recreatie en het beheer van natuur en erfgoed. Dat is niet de weg voorwaarts. Juist in de verbanden van stedelijke regio’s en hun onderlinge netwerken is een oliënd middenbestuur broodnodig. Die verbanden ontwikkelen zich zeker niet vanzelf optimaal en verlengd lokaal bestuur is daarvoor ook zeker niet voldoende. Alleen met een democratisch gekozen middenbestuur kunnen conflicten effectief worden beslecht en knopen doorgehakt.
 
Tanden om door te bijten
Zo beschouwd kom ik tot het volgende advies aan provinciebestuurders: richt u tot alle beleidsvelden en gebieden waar gemeentegrensoverschrijdende samenhang speelt en neem daarbij de hoofdverantwoordelijkheid voor die samenhang. Niet alleen met olie—overtuigingskracht en geld—maar ook met tanden om door te bijten. Richt u niet op afgeschermde ‘eigen’ beleidsthema’s noch op de individuele burger, maar op de andere bestuurslagen.  Zo krijgen we orde in de spaghetti en zo had Thorbecke het overigens ook eigenlijk bedacht.
 

Over de auteur: Pieter Tordoir is hoogleraar economische geografie en planologie aan de UvA en directeur-eigenaar van de onderzoekspraktijk Ruimtelijk Economisch Atelier Tordoir

------------------------------------------------------------------ZON.jpg

Over de 'IPO Zomercolumn': In de ‘IPO Zomercolumn’ wordt vanuit een fris, een
nieuw, of ander perspectief een voor provincies belangrijke dossier belicht. De – speciaal voor deze gelegenheid genodigde –columnist is inhoudelijk betrokken bij en
provinciaal begaan met het dossier. Een overzicht van alle bijdragen aan de 2015 ‘IPO Zomercolumn’ treft u aan op de overzichtspagina.