“One Vision” of “Vision Zero”: minder verkeersslachtoffers door proactieve provincies
IPO Zomercolumn Peter van der Knaap

Nederland was jarenlang wereldkampioen in het terugdringen van het aantal verkeersslachtoffers. Dàt blijven, en niets minder, was de nationale ambitie in 2008.  Het communicatiebureau dat eraan meedacht is er nog altijd trots op. Het is dan ook een prachtig doel: wereldkampioen… En het werkt: landen met een ambitieuze doelstelling voor verkeersveiligheid doen het stukken beter dan landen zonder zo’n doelstelling.

petervanderknaap.jpg

Het aantal verkeersdoden bedroeg vorig jaar in ons land 570. Dat zijn er natuurlijk 570 te veel, maar volgens de laatste internationale statistieken doet alleen Malta het statistisch gezien beter dan Nederland. Wat trouwens komt doordat Malta veel wegen langs steile kusten heeft:  sommige verkeersdoden eindigen daardoor vaak onder het kopje ‘verdrinking’. Maar dit terzijde. Ook terzijde, maar niet onbelangrijk: de statistieken zijn gebaseerd op geregistreerde aantallen. En de registratiegraad staat in ons land onder druk.

Maar toch: een goede score voor Nederland, en dat is geen toeval. Het is te danken aan de jarenlange en gezamenlijke inzet van rijksoverheid, gemeenten, maatschappelijke organisaties als ANWB en Fietserbond en natuurlijk: de provincies! Belangrijk is ook dat ons land al vroeg heeft gekozen voor een systematische aanpak van onveilige wegen en van onveilig gedrag op die wegen.

Het motto: ongevallen voorkomen door de feilbare en kwetsbare mens als uitgangspunt te nemen en duidelijke en ‘vergevingsgezinde’ wegen aan te leggen. Klinkt bijna poëtisch maar het doel is duidelijk: wegen met een duidelijke functie die fouten helpen voorkomen en – als het tòch misgaat – de gevolgen van ongevallen zoveel als mogelijk beperken.

Overigens is het beeld voor het aantal ernstig verkeersgewonden minder positief: het is zelfs onwaarschijnlijk dat we de doelstelling – maximaal 10.600 ernstig verkeersgewonden per jaar vanaf 2020 – zonder ingrijpende maatregelen gaan halen. Dat komt in belangrijke mate door het aantal oudere fietsers, iets waar dus terecht veel aandacht voor is.

Onze systematische aanpak van verkeersonveiligheid – Duurzaam Veilig Wegverkeer – wordt in het buitenland vaak geprezen. Tegelijkertijd kijken steeds meer mensen voor inspiratie naar Zweden.  En daar kunnen we wat van leren: wat hebben de Zweden wat wij niet hebben? Ik zie daarbij even af van Volvo, want dat is welbeschouwd een Chinees merk. (Maar wel heel duidelijk als het om veiligheidsambities gaat trouwens.)

Op de eerste plaats hebben de Zweden een mooi etiket: ‘Vision Zero’. Het doel is duidelijk en simpel: verkeersdoden zijn onaanvaardbaar, nul slachtoffers is het doel. Overigens is dat geen letterlijk doel, maar als moreel uitgangspunt is het wel heel duidelijk en ook aansprekend.

Op de tweede plaats benut men in Zweden veiligheidsindicatoren – zogeheten “Safety Perfomance Indicators” ofwel SPI’s – om bestuurlijke afspraken te maken over wie wat doet. U kunt denken aan het percentage snelheidsovertreders of bestuurders met teveel alcohol op, maar ook aan de kwaliteit van infrastructuur. Die indicatoren zijn niet in Zweden uitgevonden: dat is vooral in internationaal verband gebeurd. Met een stevige inbreng van Nederland. Wat apart is aan Zweden is dat die indicatoren daar heel nadrukkelijk gebruikt worden om bestuurlijke afspraken te maken over wie wat doet.

Een aansprekend doel en duidelijke afspraken. Dat is allebei heel goed. Maar wij hebben een troef: de provincies. Die hebben ze wel in Zweden, maar ze spelen geen actieve bestuurlijke rol. En dat is bij ons gelukkig wel anders! Provincies zijn in ons land niet alleen verantwoordelijk voor de veiligheid van de provinciale wegen en voor de veiligheid op die wegen, ze hebben daarnaast ook een belangrijke regievoerdersrol binnen de provincies, met name richting gemeenten.

Die belangrijke schakelrol in ons wegverkeer spelen de provincies met verve. Een aantal Nederlandse provincies hanteert voor verkeersdoden bijvoorbeeld een nuldoelstelling (zoals Limburg met “Maak van de nul een punt”). Dat getuigt van ambitie en het zorgt ook voor veel aandacht. Belangrijker nog is dat de provincies in IPO-verband het initiatief hebben genomen om de verkeersveiligheid op een proactieve manier te verbeteren. Proactief? Ja: het doel is om niet te reageren als het al mis is gegaan, maar om zoveel mogelijk ongevallen te voorkomen. Hoe? Door op voorhand, bijvoorbeeld bij groot onderhoud, díe maatregelen te nemen waarvan je mag verwachten dat zij voor meer veiligheid zullen zorgen. En dat is slim: waarom immers de put pas dempen als het kalf er al in gevallen is?

De provincies willen nu met behulp van veiligheidsindicatoren gaan inschatten waar de grootste risico’s zitten en waar dus met prioriteit actie geboden is. Is het de inrichting van de weg, of ligt het aan de omgeving? Of is er sprake van een hardnekkige groep weggebruikers die zich op een bepaalde plek niet aan de snelheidslimiet houdt?

De afgelopen jaren is door de provincies geïnvesteerd in deze aanpak en is samen met SWOV ProMeV ontwikkeld: een systeem waarmee de veiligheid van verkeerssituaties vooraf in kaart kan worden gebracht (ProMeV = Proactief Meten van Verkeersveiligheid). En dat biedt – naar Zweeds voorbeeld – perspectief voor maatregelen en voor een duidelijke en effectieve samenwerking met rijk en gemeenten, en tussen provincies onderling.

Dat perspectief moeten we waarmaken. Met z’n allen. Want één ding is duidelijk: alleen een systematische aanpak van verkeersonveiligheid werkt. Minder verkeersdoden en minder ernstig gewonden is alleen haalbaar als je er met z’n allen voor staat èn gaat. Als er eenheid is in visie en beleid. Waardoor de weggebruiker weet waar hij of zij aan toe is. Waardoor geld effectief wordt ingezet en maatregelen maximaal werken. Want misschien hebben we in Nederland geen Vision Zero, maar komen we wel tot One Vision!

Over de auteur: Peter van der Knaap is directeur-bestuurder van SWOV – Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid

------------------------------------------------------------------ZON.jpg

Over de 'IPO Zomercolumn': In de ‘IPO Zomercolumn’ wordt vanuit een fris, een
nieuw, of ander perspectief een voor provincies belangrijke dossier belicht. De – speciaal voor deze gelegenheid genodigde –columnist is inhoudelijk betrokken bij en
provinciaal begaan met het dossier. Een overzicht van alle bijdragen aan de 2015 ‘IPO Zomercolumn’ treft u aan op de overzichtspagina.