5 vragen aan...Fleur Gräper

 

Fleur_Graper_-_foto_2.jpg

 Fleur Gräper-Van Koolwijk (D66), Groningen

Portefeuille Mobiliteit

 

"Groningers moeten het eind van mijn periode ervaren hebben dat de provincie voor hun belangen stond en problemen daadkrachtig te lijf zijn gegaan.De samenwerking binnen het IPO is belangrijk om het collectief provinciaal belang onder de aandacht te brengen en daar zet ik me graag voor in."

 
Welke kansen / uitdagingen ziet u als IPO-bestuurder voor de portefeuille Mobiliteit?
De belangrijkste uitdaging op het gebied van mobiliteit is het verbinden van de verschillende vormen van mobiliteit: fiets, auto, bus en voet. Het zal meer nog dan nu in de toekomst gaan om de mix. Dat betekend dat je sowieso moet samenwerken. Met de betrokken partijen in je eigen provincie, maar nadrukkelijk ook met de buurprovincies en in gezamenlijkheid met het Rijk. In die nauwe samenwerking zie ik uitdagingen, maar vooral ook kansen. Als het aan mij ligt krijgt verduurzaming nog meer nadruk, bijvoorbeeld door vergroening van het openbaar vervoer of door slimmer gebruik te maken van restproducten bij het aanleggen bij wegen. Daarbij moet de keuzevrijheid van mensen hoe ze gebruik maken van alle verkeers- en vervoersmodaliteiten maximaal zijn.
 
Wat verwacht u van de samenwerking binnen IPO-verband?
In mijn werk als gedeputeerde voor de provincie Groningen ben ik veel bezig met het leggen van verbindingen. Tussen mensen, partijen en inhoudelijk. Omdat mijn ervaring is dat je samen sterker staat en verder komt. Ik verwacht van de samenwerking tussen provincies precies hetzelfde. Door kennis te delen, samen innovatietrajecten op te starten, respect te hebben voor elkaars standpunten, oog te hebben voor elkaars belangen - ook als deze verschillen - kun je meer bereiken dan je als een enkele provincie zou kunnen.
 
Wat is uw drijfveer als bestuurder?
Ik geloof in de kracht van de samenleving en wil met alle betrokkenen de opgaven waar we in Groningen voor staan, zoals de gevolgen van de gaswinning en aardbevingen, energietransitie, het versterken van de economie en het terugdringen van werkloosheid, tot een goed einde brengen. Inwoners, bedrijven en kennisinstellingen spelen daarbij een belangrijke rol, maar ook de overheid. Daar een bijdrage te mogen leveren, dat voelt als een eer.
 
Wat is uw visie op het middenbestuur?
Het middenbestuur is een in mijn ogen een zeer nuttige bestuurslaag. Dit bestuur kan op zeer goede wijze verbindingen leggen op regionaal niveau, maar ook tussen gemeenten, de regio en het rijk. Maar ook de langere termijn belangen bewaken. Hoe belangrijk dat is, zag je in Groningen toen we geconfronteerd werden met de problematiek rondom de aardbevingen. De provincie speelt een essentiële rol in de contacten met het Rijk over de hoeveelheid gas en de compensatie voor onze inwoners. Maar ook waar het gaat om investeringen in wegen of een goed ruimtelijk ordeningsbeleid. Gezien mijn politieke kleur zal het geen verrassing zijn dat ik wel vind dat voor een effectief en efficiënt bestuur de schaal van het middenbestuur en het lokale bestuur vergroot zou moeten worden.
 
Wat moeten ‘ze’ in Den Haag weten over de provincies?
Ik denk dat ‘Den Haag’ al heel veel weet over de provincies, maar dat ‘ze’ nog meer gebruik kunnen maken van de kennis en ervaring die er bij de provincies en in de regio aanwezig is. Ook hier geldt dat je samen verder komt dan alleen. Een mooi voorbeeld van hoe dat vorm kan krijgen is het ministerie van OCW. Daar merken we bij de totstandkoming van de nieuwe Rijkscultuurnota dat men echt open staat voor goede inbreng en initiatieven uit de regio en ook oog heeft voor aansluiting op het cultuurbeleid van de regio.
 
Wat is – naast Groningen uiteraard – uw favoriete provincie en waarom?
Er gaat natuurlijk niets boven Groningen! Maar als ik dan toch een andere provincie moet noemen dan is dat Zuid-Holland aangezien ik daar geboren en opgegroeid ben en daar goede herinneringen aan heb.