Akkoord over aanpassing ABP-pensioenregeling

10 juli 2017

Op 6 juli 2017 hebben Overheids- en onderwijswerkgevers  en centrales van overheidspersoneel een onderhandelaarsakkoord bereikt over vereenvoudiging van de ABP-pensioenregeling. Naast vereenvoudiging wordt de pensioenrekenleeftijd aangepast als gevolg van stijging van de fiscale pensioenrichtleeftijd van 67 jaar naar 68 jaar. Met deze wijzigingen stijgt de pensioenpremie per 1 januari 2018 niet met 2,2%-punt maar met ongeveer 1,4%-punt. Het VSO en het SCO, leggen het onderhandelaarsakkoord voor aan hun achterbannen. Na instemming gaan de overeengekomen wijzigingen per 1 januari 2018 gelden voor het personeel bij overheid en onderwijs.

Het Verbond Sectorwerkgevers Overheid (VSO) en de Samenwerkende Centrales voor Overheidspersoneel (SCO) zijn al enige tijd in overleg over vereenvoudiging van de ABP-pensioenregeling. De regeling is in de afgelopen jaren door elkaar opvolgende wijzigingen erg complex geworden. Hierdoor wordt de regeling moeilijker uitlegbaar en uitvoerbaar. Om de regeling te vereenvoudigen is de pensioenregeling op de punten van nabestaandenpensioen, pensioenopbouw tijdens WW en arbeidsongeschiktheidspensioen aangepast. De wijziging bevat een aanzienlijke verbetering van het partnerpensioen. Daar waar de vereenvoudiging een versobering zou kunnen meebrengen, hebben partijen geprobeerd deze zoveel mogelijk te beperken of compenseren.

De pensioenpremie zal per 1 januari 2018 stijgen. Deze stijging is wel lager dan eind 2016 door het ABP was aangekondigd. Dit komt door de premiedaling van de verhoging van de pensioenrekenleeftijd. Een deel van deze premiedaling is gebruikt voor vereenvoudiging en verbetering van de pensioenregeling, en het restant om de aangekondigde stijging te mitigeren.

Het akkoord bevat ook afspraken over overgang naar maandelijks aanleveren van het pensioengevend salaris per 2022. Hiermee volgt de pensioenopbouw directer de salarisontwikkeling. Maandaanlevering vraagt om wijziging van de administratieve verwerking van salarissen. Dit vraagt om een zorgvuldige voorbereiding en voldoende doorlooptijd om deze wijziging te kunnen invoeren. De doorlooptijd kost dan ook een aantal jaren. Bovendien realiseren sociale partners zich dat de mogelijke aanpassing van het pensioenstelsel, waarover thans wordt gesproken, aanleiding is om te bespreken of invoering van de maandaanlevering op de beoogde datum in de huidige pensioenregeling nog opportuun is.  Dit zal besproken worden in 2019.


Gerelateerde berichten

Wat moet en mag de integere ambtenaar?

01 november 2017 - Op 28 november vindt in Utrecht het integriteitsdebat ‘Integriteit in de avond’ plaats. Onder leiding van prof. Zeger van der Wal (hoogleraar Ien Dales leerstoel) kunnen volksvertegenwoordigers van gedachten wisselen over integriteitsvraagstukken en inspiratie opdoen bij sprekers uit wetenschap en praktijk. 
Lees meer

De CAP regeling is vernieuwd!

07 september 2017 - De afspraken over de arbeidsvoorwaarden en de rechtspositie van het provinciepersoneel zijn opgenomen in de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies (CAP) en in de Uitvoeringsregelingen van de CAP. Die zijn per 1 september 2017 gewijzigd. De wijziging betreft de Regeling Jaargesprekken, die per 1 september is vervallen. 
Lees meer

Provincies liggen ver voor op doelstelling garantiebanen

04 juli 2017 - De provincies liggen ver voor op de doelstelling van het aantal garantiebanen, zoals afgesproken in het Sociaal Akkoord (2013). Meer dan de helft van het aantal te realiseren banen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in 2023 is nu, medio 2017, al gerealiseerd. De overheid moet voor 1 januari 2024 in totaal 25.000 garantiebanen hebben gerealiseerd.
Lees meer