“Detailhandel in de wei neerleggen is zelden een goed idee” – Limburg gaat leegstand te lijf

26 april 2016

Provincies pakken hun rol in het tegen gaan van leegstand in de binnenstad. Gedeputeerde Josan Meijers (Gelderland) liet eerder zien dat de provincie opkomt voor het bovenlokale belang en gemeentelijke plannen voor winkelcentra aan de buitenranden van de stad tegengaat. In Overijssel wordt flink geïnvesteerd in het beschikbaar krijgen van de relevante ‘leegstandsgegevens’ waarmee de provincie samen met gemeenten de leegstand te lijf kan.

Ook in Limburg ziet de provincie leegstand als een serieus probleem. Het leegstandspercentage in Limburg is hoger dan het landelijk gemiddelde maar volgt de landelijke tendens. De economische effecten  voor de werkgevers en werknemers in de detailhandelssector en ook de ruimtelijke ordeningsvraagstukken die voortvloeien uit de winkelleegstand worden hier ook nog eens versterkt door de sterkere vergrijzing en de grensligging (80% van de Limburgse grens is buitenlandse grens).

Gedeputeerde Hans Teunissen heeft bij de provincie de portefeuille ruimtelijk beleid. Hij erkent niet alleen het probleem maar kijkt ook alvast vooruit naar structurele oplossingen: “We hebben ‘teveel van veel teveel’. Dat geldt niet alleen voor winkels, maar ook voor ander vastgoed: bedrijventerreinen, maar ook op het gebied van recreatie. We moeten op zoek naar structurele oplossingen. Al kunnen we nu niet voorzien hoe de detailhandel er over tien jaar voor staat, we moeten wel zorgen voor wendbare werknemers en ondernemers die in ieder geval in enige mate met trends en ontwikkelingen mee kunnen en in staat zijn mee te bewegen en te innoveren.”

De provincie Limburg zet in op een zogenaamde driesporen aanpak om leegstand te lijf te gaan. Het eerste spoor is het maken van regionale of soms zelfs subregionale visies op detailhandel. Dit vloeit voort uit het provinciale omgevingsplan en gebeurt in een onderlinge samenwerking tussen de provincie en gemeenten. Deze landen uiteindelijk in bestuursafspraken en worden geborgd in de provinciale omgevingsverordening. De lokale aanpak staat in Limburg centraal en het gemeentelijk detailhandelsbeleid wordt door de provincie gerespecteerd (spoor twee). De provincie wil de gemeenten graag ondersteunen bij de twee bovengenoemde sporen en werkt aan een ‘toolbox’ waarin de juiste kennis (harde data, trends, succesvolle aanpakken) over leegstand zit en waarmee de regionale en lokale aanpak bij het tegengaan van leegstand wordt gefaciliteerd.

Met de driesporen aanpak alleen red je het echter niet erkent Teunissen. Het gaat ook om een verandering in mentaliteit: “Niet alleen kijken naar wat niet kan, maar ook naar wat wél kan. Daarbij zie ik het ook echt als onze taak om eenieder te wijzen op zijn rol en verantwoordelijkheden: net zoals wij een rol en verantwoordelijkheid hebben, hebben ondernemers en vastgoedeigenaren dat ook. Samen moeten we het doen in dit proces, waarbij ik onze rol ook echt zie als die van verbinder en in de kennisdeling.”

In Limburg staat dus de lokale aanpak centraal en worden regionale of subregionale visies gestimuleerd. Een mooi voorbeeld hiervan is het ALDI-convenant dat Stadsregio Parkstad Limburg onlangs sloot met supermarktketen ALDI. De Parkstadgemeenten constateerden dat ze een gezamenlijk belang hebben in het toekomstbestendig maken van de regionale detailhandelsstructuur. Hiertoe maakten de gemeenten eerder al een Regionale Retailstructuurvisie.

Martin de Beer (wethouder in Heerlen en bij Parkstad Limburg voorzitter van Bestuurscommissie Economie & Toerisme) zag een verplaatsing van een vestiging van ALDI in één van de Parkstadgemeenten als een kans om die regionale visie op retail in de praktijk te brengen: “De verplaatsing van vestigingen van ALDI speelde in meerdere gemeenten in Parkstad en dat was aanleiding om op regionale schaal afstemming te organiseren. We willen komen tot een win-winsituatie voor Parkstad en ALDI. Zij zoeken locaties met een goede bereikbaarheid, voldoende parkeergelegenheid en de juiste uitstraling. Wij willen de totale winkelvoorraad in de regio in vierkante meters terugbrengen door winkels te clusteren en de komst van nieuwe winkels op ongewenste locaties tegen te gaan. We zien elkaars belangen en daarom hebben we elkaar ook in dit convenant gevonden.”

Parkstad Limburg en ALDI kijken nu samen naar geschikte locaties die voldoen aan de uitgangspunten uit het convenant. De Beer: “We voeren het convenant nu samen uit door beoogde locaties nader uit te werken en daaropvolgend de benodigde planologische procedures te doorlopen. Hierbij werkt de regio als procesbegeleider en zijn gemeenten en ALDI gesprekspartners en uitvoerders. Dit convenant dient ook als een soort blauwdruk om met andere supermarktketens in gesprek te gaan, die nodigen wij dan ook van harte uit.”

De regionale samenwerking ziet De Beer als een succesfactor in dit verhaal:  “Het is goed dat er bij dit soort vraagstukken een partij is die op beperkte afstand functioneert maar wel een verlengstuk is van de gemeenten. Daarbij is het van belang dat de bestuurders in deze regio de intergemeentelijke afstemming als vanzelfsprekend ervaren en dit ook als zodanig oppakken.” Een voorbeeld dus voor andere regio’s in Limburg en natuurlijk ook daarbuiten. Hierbij kan de provincie Limburg een aanjagende rol spelen.

Teunissen is het hier mee eens: “Ik zie dit als een goed voorbeeld, wat ik ook betrek bij de toolbox. Dit is juist een voorbeeld van wat er in die toolbox en driesporen aanpak zit: goede voorbeelden, wat werkt wél en wat niet? Dat is belangrijke ondersteuning om niet overal het wiel opnieuw uit te vinden. In algemene zin is deze werkwijze overal toe te passen: het probleem waar we voor staan vraagt om een gezamenlijke aanpak en focus, dus in de zin van samen optrekken en iedereen wijzen op zijn verantwoordelijkheden en rol in dit proces denk ik dat dit voor elke provincie geldt. Tegelijkertijd is de problematiek natuurlijk overal anders, zeker als je provincies met een negatieve bevolkingsprognoses vergelijkt met de Randstedelijke provincies. Wat het van ons allemaal vraagt is het maken van de juiste keuzes: of je nu groeit of krimpt, een solitaire detailhandelslocatie ‘in de wei’ neerleggen is zelden een goed idee.”


Gerelateerde berichten

IPO, G32 en G4 nodigen het rijk uit samen op te trekken bij de verstedelijkingsopgave

13 oktober 2017 - IPO, G4 en G32 hebben tijdens de Bestuurlijke Adviesraad voor de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) het advies “De verstedelijkingsopgave van Nederland” aangeboden aan Peter Heij, Directeur-Generaal Ruimte van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Dit advies is in opdracht van provincies en gemeenten opgesteld door de vereniging Deltametropool en is een uitnodiging aan het Rijk om, in lijn met de ambitie uit het nieuwe Regeerakkoord, samen verder te bouwen aan de NOVI en gezamenlijke afspraken te maken voor de urgente verstedelijkingsopgave.
Lees meer

Praktijkbijeenkomst IPO Energie & Ruimte

16 juni 2017 - De snelheid van en het draagvlak voor de energietransitie worden voor een groot deel bepaald in het ruimtelijk domein. Het energievraagstuk is niet alleen een omvangrijke ruimtelijke opgave, het biedt ook nieuwe perspectieven voor transformaties in stad en regio.
Lees meer

Nieuwe Handreiking en Helpdesk Ladder voor duurzame verstedelijking

29 mei 2017 - Per 1 juli 2017 werken gemeenten en provincies met de nieuwe Ladder voor duurzame verstedelijking.  Met de Ladder bepalen zij of er in de regio noodzaak is tot bouwen op een plek buiten bestaand gebied. Per 30 mei 2017 kunnen zij via www.infomil.nl de nieuwe Handreiking en de Helpdesk benutten. Komende maanden zal het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een presentatie geven over de nieuwe Ladder tijdens bijeenkomsten die de provincies organiseren voor gemeenten in hun regio, zoals in Overijssel op 22 juni aanstaande.
Lees meer

Gerelateerde documenten