Een unicum: Provincies schrijven Eerste en Tweede Kamer dat ze nieuwe wet interbestuurlijk toezicht niet goed kunnen uitvoeren

28 september 2012

Op 1 oktober 2012 treedt de wet Revitalisering Generiek Toezicht in werking. Op dit moment is het de provincies volstrekt onduidelijk wat van hun als toezichthouder wordt verwacht en welke inzet daarvoor nodig is. Het IPO heeft in een brief aan de Eerste en Tweede Kamer aangegeven dat provincies niet verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor een goede uitvoering van de wet.

De provincies nemen het Interbestuurlijk toezicht (IBT) over van de voormalig VROM Inspectie (VI) Het toezicht op gemeenten en waterschappen op het belangrijke terrein van milieu en ruimtelijke ordening komt bij de provincies te liggen. Dat gebeurt op basis van vertrouwen, sober en proportioneel, uitgaande van een inschatting van risico’s. Een ingrijpende stelselherziening, volgens de minister Liesbeth Spies van Binnenlandse Zaken, en daarom is er ook sinds 2009 door de drie overheden intensief gewerkt aan deze ’veranderopgave’.

Door het kabinet is onomwonden toegezegd dat de provincies zullen worden gecompenseerd voor de financiële consequenties van de nieuwe taken. Daarvoor is samen met de VI geïnventariseerd wat de omvang van de nieuwe taken is zodat berekend kon worden wat daarvoor nodig is. De VI heeft voor de provincies in beeld gebracht wat de risicovolle gemeentelijke taken zijn waarop het IBT van toepassing is. Het gaat dan bijvoorbeeld om de verwijdering en verwerking van asbest, brandveiligheid bij opslag gevaarlijke stoffen, risicovolle inrichtingen, constructieve veiligheid, brandveiligheid en de handhaving van bestemmingsplannen.

Provincies hebben berekend dat ze voor een risicogericht toezicht een basisaantal van 30 formatieplaatsen nodig hebben, voorlopig aangevuld met 12 vanwege het feit dat op een aantal risicogebieden uitvoeringstekorten zijn omdat gemeenten nog niet voldoen aan de wettelijke criteria. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu biedt de provincies echter maar zes fte aan, wat neerkomt op een halve formatieplaats per provincie. En wat de provincies met deze zeer beperkte mankracht geacht worden te doen, en vooral niet te doen, is nu de grote vraag.

Het IPO ziet na vele pogingen tot overleg met het Rijk geen andere uitweg meer dan het parlement te wijzen op deze dreigende risicovolle situatie.


Heeft u een vraag of een opmerking over dit bericht? Neemt u dan contact op met de afdeling communicatie: communicatie@ipo.nl of (070) 888 12 96

Gerelateerde berichten

Je bent ambtenaar en ook reserve officier

20 november 2017 - Stel: de ambtenaar in je team is ook reserve officier bij Defensie. Dit is een interessante combinatie van werkzaamheden, maar het heeft tegelijkertijd consequenties voor de arbeidsvoorwaarden. In de ‘Handreiking reservisten’ kunnen leidinggevenden, HR-adviseurs en werknemers bij provincies en waterschappen lezen hoe ze hiermee om moeten gaan. Op 20 november vond in het Huis van de Provincies de officiële ondertekening plaats van de beide documenten, voor provincies en waterschappen. 
Lees meer

Johan Remkes is voorlopig IPO-voorzitter

17 november 2017 - Johan Remkes is IPO-voorzitter voor de duur van de vaststelling van het interbestuurlijke programma. In dit programma maken het Rijk en de decentrale overheden afspraken over de opgaven in het regeerakkoord die om een gezamenlijke aanpak vragen. Belangrijke aanleiding hiervoor is de ‘Gezamenlijke investeringsagenda naar een duurzaam Nederland’ van de koepels van decentrale overheden.    
Lees meer

Provincies op koers met realisatie Natuurnetwerk Nederland

14 november 2017 - De provincies liggen ruim op schema met de inrichting van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De daling van de gemiddelde natuurkwaliteit, die sinds 1994 is ingezet, is inmiddels gestopt. In sommige gebieden neemt de kwaliteit zelfs licht toe. Bij een aantal individuele ecosystemen, zoals open duin en heide, is deze positieve trend nog niet zichtbaar. Dat zijn de belangrijkste conclusies uit de jaarlijkse voortgangsrapportage van het Natuurpact. 
Lees meer