Efficiënter lobbyen in Brussel

16 februari 2018

In Brussel lijkt het wel of iedereen langs elkaar heen lobbyt: de provincies, het IPO, G4, Den Haag. Wat is überhaupt onze invloed daar? Zoveel lidstaten, Europese regio’s en bedrijven. Moeten de provincies hier wel hun tijd in stoppen? Jazeker, maar we moeten wel efficiënter te werk gaan. Om die reden stuurde men binnen het IPO aan op een concreet advies voor een effectievere Europese lobby op de dossiers van de IPO-Meerjarenagenda met een Europese dimensie. De laatste maanden van 2017 ging men hiermee aan de slag en op 6 februari werd het advies gepresenteerd.

IPO-adviseur Hugo van de Baan, een van de betrokkenen, vertelt:
“Kort samengevat: focus op drie prioritaire thema’s, stel een ‘dedicated person’ aan bij het Huis van de Nederlandse Provincies (HNP) in Brussel en lever deze persoon vanuit het IPO inhoudelijke input aan.”
In oktober 2017 kregen IPO-adviseurs Hugo van de Baan en Doorle Offerhaus de opdracht om samen met Rob van Eijkeren van het Huis van de Provincies (HNP) een concreet advies uit te werken voor de lobby in Brussel van de Europese dossiers van het IPO. Hun taak was, zoals in de opdracht geformuleerd:
“te adviseren over én in te regelen van de organisatie van Europese prioritaire dossiers, Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC) overleg en overige overlegstructuren om het HNP te voorzien van relevante inhoud bij het Brusselse lobbyproces”.

Een advies was nodig, vertelt Hugo, want voor de doorontwikkeling van het IPO en het HNP is het van belang is dat de Brusselse lobby effectief is.

Iedereen heeft het druk
“Zoals vaak geldt: iedereen heeft het druk. De lobbyisten van de provincies in Brussel richten zich in eerste instantie op thema’s die vanuit de eigen provincies van belang zijn.

Niet zo vreemd, want dat is op zichzelf al een hele klus. Maar het gevolg is dat een verzoek vanuit het IPO om ook te lobbyen op een gezamenlijke insteek vanuit de provincies meestal minder prioriteit heeft.

Om effectief te werken, is het bovendien belangrijk onderscheid te maken tussen inhoud en lobby. Voorkom daarbij dat dubbel werk wordt gedaan. Dat betekent dat het IPO, in afstemming met de provincies, moet zorgen voor de inhoud en het HNP zich in Brussel moet richten op de lobby en belangenbehartiging. Dit natuurlijk in goede onderlinge samenwerking. ”

Want het is evident: Europa is belangrijk voor de provincies. Veel van het beleid waar de provincies verantwoordelijk voor zijn, wordt op hoofdlijnen bepaald in Brussel. Binnen EU-verband komen hier de meest uitlopende dossiers aan de orde waarbij de besluitvorming vaak zeer complex is. Daarom is het essentieel dat de provincies inzetten op die dingen die er voor de provincies écht toe doen én waarop invloed kan worden uitgeoefend.

Hoe kan het beter gaan?
“Eigenlijk is het vrij simpel: de inzet van de gezamenlijke provincies moet efficiënt en effectief zijn, anders haken de afzonderlijke provincies af.

Om tot een succesvollere werkwijze te kunnen komen, hebben we in ons advies drie belangrijke kernpunten geformuleerd.

Ten eerste: op het gebied van de inhoud wordt het IPO de eerst verantwoordelijke: wij ‘laden de boodschap’. Dat betekent dat het IPO, in afstemming met de provinciale achterban, de inhoudelijke standpunten aanreikt die het HNP kan gebruiken in haar lobby. Coördinatie, taken en verantwoordelijkheden hiervoor zijn in het advies nader uitgewerkt.

Daarnaast lijkt het essentieel scherp te focussen, kortom, ons in eerste instantie te richten op drie prioritaire thema’s van de Europa agenda van het IPO: Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), Klimaat en Energie (de Energie Unie) en Cohesiebeleid na 2020 (Europese Structuur en investeringsfondsen).

Dit betekent overigens niet dat andere thema’s helemaal niet op de agenda komen. Uiteraard speelt actualiteit hierin een belangrijke rol.

En ‘last but not least’: de lobbyactiviteiten moeten bij 1 persoon worden belegd: ‘een ‘dedicated’ person’ die vanuit het HNP - en aangestuurd door het IPO - verantwoordelijk is voor de gezamenlijke lobby, uiteraard in afstemming met de andere lobbyisten bij het HNP.”

Hugo is verheugd dat inmiddels een ‘dedicated person’ is gevonden: vanaf april zal deze functie worden ingevuld door Alexander van den Bosch. Hij is ook de spin in het web als het gaat om de contacten met belangrijke Brusselse gremia, zoals de Permanente Vertegenwoordiging (PV), het Europees Parlement (EP) ende Europese Commissie (EC).

En nu doen!
In het advies wordt het volgende nog eens benadrukt: provincies zijn een  gelijkwaardige partner van het Rijk in de Europese besluitvorming op meerdere belangrijke dossiers, zoals het dossier EU-biodiversiteitsstrategie 2020, en zorgen voor doorontwikkeling van deze rol.

Daarnaast is het voor de provincies belangrijk om betrokken te zijn bij de procedure voor het beoordelen van de Nieuwe Commissie Voorstellen (BNC), vanwege de signaleringsfunctie op het gebied van de voorstellen die door de EC worden gelanceerd. Ook hiervoor is een werkwijze  uitgewerkt in het advies.

En dan, tenslotte: “De titel van de laatste alinea in het advies zegt genoeg”, vindt Hugo: ”En nu doen! We zien dat het anders moet, we hebben op een rij gezet waar het anders kan. De bemensing is geregeld, dus nu is het een kwestie van doen!”


Gerelateerde berichten

‘Ondernemer verdwaalt in EU-regelgeving’

05 oktober 2018 - Betere regelgeving is één van de speerpunten van de Europese Commissie. Ondernemers lopen te vaak tegen die regels aan, ten koste van de regionale economie, constateert Robbert Lauret, adviseur Europese programma’s bij provincie Noord-Brabant. Hij blikt alvast vooruit op de workshop die tijdens het IPO-Jaarcongres over het thema wordt gehouden. 
Lees meer

Problemen bij grensoverschrijdende samenwerking: oplossing lijkt nabij

01 oktober 2018 - In grensoverschrijdende samenwerking ontstaan regelmatig problemen doordat verschillen in regelgeving van de lidstaten met elkaar botsen. “Dat scheelt acht procent economische groei”, vertelt EU-lobbyist Johanna Neyt in een vooruitblik op de workshop hierover tijdens het IPO-Jaarcongres. 
Lees meer

‘Zonder EFRO wordt het moeilijk voor de provincies’

07 september 2018 - Krijgen provincies vanuit Europa straks nog geld voor innovatie en regionaal economisch beleid? Dat zal op 12 oktober tijdens het IPO Jaarcongres de hamvraag zijn tijdens de workshop over het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Voorafgaand aan het congres vertelt Sidony Venema, medewerker bij het Huis van de Nederlandse Provincies in Brussel, waarom EFRO zo belangrijk is voor de provincies. “Juist in Nederland heeft EFRO heel veel effect gehad”
Lees meer