Europese Commissie presenteert nieuwe voorstellen voor het Europees landbouwbeleid

01 juni 2018

Op 1 juni heeft de Europese Commissie haar plannen gepresenteerd voor het landbouwbeleid (GLB) voor de periode 2021-2027. De Europese Commissie wenst voor deze periode een budget van 365 miljard euro te reserveren.[1] In het nieuwe GLB ligt de nadruk meer op innovatie, milieu, klimaat, de verduurzaming van de landbouwsector en de ontwikkeling van landelijke gebieden. De huidige systematiek van twee pijlers, met enerzijds rechtstreekse betalingen aan boeren (pijler 1) en anderzijds het ondersteunen van plattelandsontwikkeling (pijler 2), blijft behouden.

Een nationaal landbouwplan voor pijler 1 en pijler 2
Belangrijkste verandering is dat de Commissie een nieuw ‘delivery model’ voorstelt. Hierbij worden alle activiteiten samengebracht onder één nationaal landbouwplan voor zowel pijler 1 als pijler 2. Dit geeft de lidstaten meer ruimte bij het opstellen van specifieke, gebiedsgerichte landbouwmaatregelen. Ook laat het nieuwe GLB toe om delen van het landbouwplan op regionaal niveau uit te voeren. Het nationaal GLB plan moet in ieder geval een sterkte-zwakte analyse van het betreffende landbouwgebied bevatten, inclusief een interventiestrategie voor het platteland. Specifieke aandacht gaat daarbij uit naar interventies gericht op de verbetering van het milieu en klimaat, het bevorderen van innovatie en het aantrekken van jonge boeren. De Europese Commissie beoordeelt de ingediende nationale landbouwplannen binnen uiterlijk 8 maanden. Ieder jaar ontvangt de Europese Commissie een voortgangsrapportage van de lidstaten. Daarnaast worden lidstaten verzocht een partnerschap te organiseren met de betrokken overheidslagen, waaronder regio’s. Verdere vereenvoudiging en het realiseren van een meer resultaatgerichte aanpak staan centraal in dit nieuwe GLB. 
 
Plattelandsbeleid gericht op innovatie, klimaat en duurzaamheid
De Commissie stelt een aantal prioriteiten voor het plattelandsontwikkelingsfonds voor. Interventies moeten met name gericht zijn op het stimuleren van een slimme en veerkrachtige landbouwsector, die zorgt voor voedselzekerheid, de ondersteuning van klimaatdoelstellingen (minimaal 30%) en een versterkt profiel van plattelandsgebieden. Deze doelstellingen worden aangevuld met sector-overstijgende doelen zoals kennisontwikkeling, innovatie en verdere digitalisering in de landbouw en plattelandsgebieden. Voor Nederland wenst de Commissie per jaar 73 miljoen Euro te reserveren uit het plattelandsontwikkelingsfonds. Lidstaten kunnen maximaal 15% van de ontvangen directe betalingen (via pijler 1) overhevelen naar het plattelandsontwikkelingsfonds (pijler 2). Bovendien stelt de Commissie voor dit percentage te verhogen met 15% wanneer de interventies gericht zijn op het behalen van de Europese milieu- en klimaatdoelstellingen. Een minimum van 30% van de bestedingen in pijler 2 zullen gericht zijn op milieu- en klimaat gerelateerde maatregelen.
 
Degressieve betalingsregeling voor boeren
Een opvallende nieuwe maatregel binnen dit GLB voorstel is het instellen van een subsidieplafond. Hiermee tracht de Commissie de ongelijkheden te verminderen in een systeem waar ongeveer 80 procent van de GLB-middelen naar 20 procent van de bedrijven gaat. Het subsidieplafond wordt ingesteld op een maximale inkomenssteun van € 100.000 per bedrijf. De inkomenssteun wordt afgebouwd vanaf een directe inkomenssteun tussen de € 60.000-75.000 per jaar. Dit voorstel sluit aan bij het idee van een degressieve betalingsregeling zoals reeds vermeld in de voorgestelde meerjarenbegroting 2021-2027.[2] In een dergelijk systeem zouden de betalingen per hectare worden verlaagd nadat een bepaald aantal hectares is bereikt. De verwachting is dat het voorgestelde plafond voor betalingen vooral lidstaten raakt waar bedrijven groter zijn dan elders in de EU. Ook zal meer inkomenssteun worden verleend aan kleinere en middelgrote boerenbedrijven en is het voorstel om 2% van de directe inkomenssteun te reserveren voor jonge boeren.
 
Achtergrondinformatie
Het Europees gemeenschappelijk landbouwbeleid heeft tot doel om een rationele groei van agrarische productie te realiseren, een eerlijke levensstandaard te bieden voor de agrarische gemeenschap, de markten te stabiliseren, voorraden te verzekeren en eerlijke prijzen voor consumenten te garanderen (art. 28, Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie). De publicatie van deze GLB verordening is het begin van de onderhandelingen tussen de Europese Commissie, de lidstaten en het Europees Parlement over alle aspecten van het landbouwbeleid na 2020. Denk hierbij aan de toekomstige architectuur, de algemene principes en de verdeling van de budgetten. Aangezien provincies verantwoordelijk zijn voor het ruimtelijk-economisch beleid in Nederland, gaat de aandacht vooral uit naar het nieuwe plattelandsontwikkelingsbeleid.
 
Links: 
 Voor meer informatie: Alexander van den Bosch, Ilse Buijs, Kees Stolk 
 

 [1] Zie publicatie op 2 mei jl. inzake de EU meerjarenbegroting 2021-2027, COM (2018) 321 final

[2] Zie IPO-persbericht d.d. 2-05-18 n.a.v. publicatie EU meerjarenbegroting 2021-2027


Gerelateerde berichten

‘Ondernemer verdwaalt in EU-regelgeving’

05 oktober 2018 - Betere regelgeving is één van de speerpunten van de Europese Commissie. Ondernemers lopen te vaak tegen die regels aan, ten koste van de regionale economie, constateert Robbert Lauret, adviseur Europese programma’s bij provincie Noord-Brabant. Hij blikt alvast vooruit op de workshop die tijdens het IPO-Jaarcongres over het thema wordt gehouden. 
Lees meer

Problemen bij grensoverschrijdende samenwerking: oplossing lijkt nabij

01 oktober 2018 - In grensoverschrijdende samenwerking ontstaan regelmatig problemen doordat verschillen in regelgeving van de lidstaten met elkaar botsen. “Dat scheelt acht procent economische groei”, vertelt EU-lobbyist Johanna Neyt in een vooruitblik op de workshop hierover tijdens het IPO-Jaarcongres. 
Lees meer

‘Zonder EFRO wordt het moeilijk voor de provincies’

07 september 2018 - Krijgen provincies vanuit Europa straks nog geld voor innovatie en regionaal economisch beleid? Dat zal op 12 oktober tijdens het IPO Jaarcongres de hamvraag zijn tijdens de workshop over het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Voorafgaand aan het congres vertelt Sidony Venema, medewerker bij het Huis van de Nederlandse Provincies in Brussel, waarom EFRO zo belangrijk is voor de provincies. “Juist in Nederland heeft EFRO heel veel effect gehad”
Lees meer