Gedeputeerde Hester Maij: “We moeten samen het initiatief nemen om volgende stappen te zetten. De visie is er. En dat is pas het begin.”

10 februari 2015

“We moeten in Europa wel realistisch met de praktijk omgaan”. Die boodschap heeft Hester Maij, rapporteur biologische landbouw namens het Comité van de Regio’s,  met kracht uitgedragen in de realisatie van het eindrapport over de toekomst van de biologische landbouw in Europa. “We delen allemaal de doelstelling van duurzame ontwikkeling, maar de uitwerking van de maatregelen van de Europese Commissie kunnen het tegenovergestelde bereiken. Daarvoor hebben wij gewaarschuwd. En met succes” stelt Maij. De unanieme aanname van haar ‘opinion’ in december is voor haar zeker niet het eindstation, maar juist het begin.  

“Met ons signaal: het doel is helder, maar de uitwerking klopt niet, zitten wij vooraan in de reeks van adviezen die de Europese Commissie ontvangt. Ik merk dat onze ‘opinion’ wordt gebruikt en meegenomen door andere instellingen en geïnteresseerden”.  Als verklaring geeft Maij niet alleen de goede inhoudelijke onderbouwing in het rapport – “mede dankzij alle gesprekken met stakeholders” – maar ook het benoemen van de afstand tussen de ideeën van de Commissie en “wat er daadwerkelijk in de praktijk gebeurt”. Voor haar rapport geeft ze aan dat “de visie en inhoud niet uit Brussel is gekomen”. Maij stelt dat je “als ambassadeur van de regio met ferme stem hoort door te geven wat de praktijk is zodat we daar gezamenlijk realistisch mee omgaan in de beleidsvoorbereiding.”

Een tweede belangrijke boodschap uit Maij haar rapport is dat de sector de kans moet krijgen om verder te groeien.  “De biologische landbouw draagt bij aan een duurzame en innovatieve Europese toekomst. Het is een groeimarkt. De Europese vraag is groter dan het aanbod.” Al vanaf de zomer van 2014 pleitte Maij in dat kader voor behoud van flexibiliteit en diversiteit in de sector. “In het definitieve rapport hebben we die noodzaak extra benadrukt.” Als voorbeeld noemt zij de vereiste van de Europese Commissie dat naast het productieproces voor een biologisch product, ook het eindproduct aan veel strakkere normen moet voldoen dan reguliere producten. “Dat is niet realistisch. We kunnen invloeden van buitenaf niet onder de verantwoordelijkheid van de agrariër laten vallen.  Stel dat de wind net verkeerd staat waardoor de oogst van een biologische boer beschadigd wordt door het sproeien van zijn buurman.” 

“We hebben in Europa een kippensoort die als het vriest naar binnen moet. Volgens de voorstellen van de Europese Commissie verkrijgen ze dan niet het predicaat biologisch. Dat zou betekenen dat in Scandinavië of in berggebieden de biologische boeren deze dieren niet meer kunnen houden.”  Het zijn voorbeelden die volgens Maij duidelijk laten zien dat “je niet te rigide moet zijn in de praktijk. Je moet de kans benutten die je krijgt om te groeien.”  Precies daar zit voor Maij het strijdpunt richting de toekomst. Het draait om het evenwicht tussen beleid en uitvoering die eenzelfde doel nastreven: een duurzaam en innovatief Europa. “Omdat wij in de regio’s direct te maken hebben met de Europese wet- en regelgeving kunnen wij het signaal op het juiste moment afgeven. Voor de toekomst van de biologische landbouw was dit het juiste moment.”

De komende periode is haar inzet gericht op het “laten landen van het rapport, binnen en buiten Brussel. Ik zie het rapport als het beginpunt.” De afgelopen weken heeft ze meerdere malen met de collega’s uit het Europees Parlement gesproken die graag haar mening horen. “Ik heb gesproken met alle partijen uit de keten. Van producent tot consument. Die informatie is ook voor het Europees Parlement van waarde”. Buiten Brussel spreekt ze binnenkort op een biologische beurs en een seminar over biologische landbouw. “We moeten samen het initiatief nemen om volgende stappen te zetten. De visie is er. En dat is pas het begin.”

Hester Maij, gedeputeerde landelijk gebied en culturele infrastructuur van de provincie Overijssel, is als lid van het Europees Comité van de Regio’s in de zomer van 2014 gekozen tot rapporteur biologische landbouw. In september 2014 heeft zij in een interview met het IPO gesproken over haar rapporteurschap, werkwijze en verwachtingen. Lees hier: "Als ambassadeur van de regio's weten wij waar het Europese voorstel voor de biologische landbouw hapert".

foto Hester Maij


Gerelateerde berichten

Efficiënter lobbyen in Brussel

16 februari 2018 - In Brussel lijkt het wel of iedereen langs elkaar heen lobbyt: de provincies, het IPO, G4, Den Haag. Wat is überhaupt onze invloed daar? Zoveel lidstaten, Europese regio’s en bedrijven. Moeten de provincies hier wel hun tijd in stoppen? Jazeker, maar we moeten wel efficiënter te werk gaan. Om die reden stuurde men binnen het IPO aan op een concreet advies voor een effectievere Europese lobby op de dossiers van de IPO-Meerjarenagenda met een Europese dimensie. De laatste maanden van 2017 ging men hiermee aan de slag en op 6 februari werd het advies gepresenteerd. IPO-adviseur Hugo van de Baan, een van de betrokkenen, vertelt: “Kort samengevat: focus op drie prioritaire thema’s, stel een ‘dedicated person’ aan bij het Huis van de Nederlandse Provincies (HNP) in Brussel en lever deze persoon vanuit het IPO inhoudelijke input aan.”
Lees meer

Steden en regio’s hebben een ander Europa nodig

31 mei 2016 - Stedelijke gebieden hebben een EU met wet- en regelgeving en subsidies nodig die beter aansluit op de dagelijkse praktijk in steden en regio’s, luidde de boodschap tijdens het mede door het IPO georganiseerde 'Forum on the EU Urban Agenda'.
Lees meer

EU is de zolder op het huis van Thorbecke maar bewoners vechten bouwvergunning aan

14 april 2016 - Het belang van de regio als uitvoerder van EU-beleid én nationaal beleid toe neemt toe. Het natuurbeleid bijvoorbeeld wordt in Europa gemaakt maar is in Nederland gedecentraliseerd naar de provincies. Het gevolg is dat het belang van het rijk in de EU-beleidsvorming relatief afneemt.
Lees meer