Het interbestuurlijk programma: wanneer, waarom en hoe?

11 december 2017

De totstandkoming van het Interbestuurlijk Programma … het zal toch niet zo lang duren als de formatie van afgelopen zomer? Iedereen is nieuwsgierig: Met wie wordt er gesproken? Waarover?

En wat wordt het resultaat?

Michiel Koetsier (provincie Gelderland) is ‘ingevlogen’ om invulling te geven aan het programma, samen met een zogenaamde kopgroep: “We zijn nog zoekende, maar er is een duidelijk doel: een set heldere spelregels voor onderlinge samenwerking tussen de departementen, gemeenten, waterschappen en provincies. Vertrekpunt is het besef dat belangrijke maatschappelijke opgaven niet door één overheid kunnen worden opgelost. In de gezamenlijke aanpak zijn wederzijdse afhankelijkheid, gelijkwaardigheid, partnerschap en gedeelde verantwoordelijkheid sleutelwoorden.”

Ze zijn al een aantal weken hard aan de slag, de zogenaamde kopgroep:
Henry Meijdam (IPO), Hester Menninga (IPO), Johan Osinga (Overijssel),
Marcel Visser (Zuid-Holland), Henri Kool (Utrecht), Harrold Lesschen
(Zuid-Holland) en Michiel Koetsier (Gelderland).

De kopgroep werkt toe naar een set van heldere spelregels voor onderlinge samenwerking tussen de departementen, gemeenten, waterschappen en provincies. En ze formeren op hoofdlijnen een kapstok voor verschillende thema’s die als basis dient voor de toekomstige samenwerking met de departementen.

Hun belangrijkste doel is een optimale samenwerking tussen de overheden zodat er rond belangrijke maatschappelijke opgaven een meer gezamenlijke aanpak tot stand komt. Michiel: “Daarvoor brengen wij het gesprek tussen de overheden op gang. Alleen als we het samen eens zijn, elkaar begrijpen en met elkaar in gesprek zijn geweest, kunnen we daarna in de praktijk doen wat nodig is.

Het uiteindelijke doel is te komen tot een gelijkwaardig partnerschap (één overheid) en het is een goede manier om ons als een stevige gesprekspartner te tonen.”

De belangrijkste vragen die ze willen beantwoorden: Hoe kunnen we als decentrale overheden het beste met elkaar samenwerken? Wat is daarvoor nodig? En wat is het vertrekpunt? Waar staan we op dit moment?

Helder kader en zelfbewuste opstelling
Michiel Koetsier, de programmaleider van het IBP, constateerde tijdens een bijeenkomst van diverse decentrale overheden dat er onderling nog weinig connectie is: “In een werkgroep over Regionale Economie pleitte iedereen alleen maar voor zijn eigen onderwerp vanuit zijn eigen achtergrond en werkplek. De terugmelding plenair was dat dit nogal een lastig thema was. Ik heb toen in de groep gegooid dat het juist daarom een goed onderwerp is voor het IBP.

Het is toch zot dat mensen langs elkaar heen werken, terwijl ze allemaal in het zelfde gebied bezig zijn met onderwijs, de arbeidsmarkt en participatie en met bedrijven die behoefte hebben aan goed opgeleid personeel dat hun bedrijf kan bereiken. Bovendien verbaasde het me, blijkbaar was men helemaal niet zo goed op de hoogte van de kennis en kunde van de andere partijen, terwijl er toch ook goede praktijkvoorbeelden zijn. Na deze oproep veranderde de sfeer en werd er beter naar elkaar geluisterd.

Er was bijna opluchting, want de aanwezigen ontdekten dat ze ook van de ander konden leren en dat de sleutel voor hun probleem bij een ander kon liggen. Mooi om te zien dat een grote groep zich enthousiast meldde voor een vervolggesprek.”

Kortom, optimale samenwerking is vereist. Maar hoe kom je tot optimale samenwerking? Koetsier: “Het belangrijkste is een helder kader. Zoals gezegd, een set met spelregels waaraan elke partij moet voldoen. En (!) er is een zelfbewuste instelling van de provincies nodig. We moeten het Rijk niet alleen gaan vragen wat we nodig hebben, maar ook laten zien wat we te bieden hebben. Zo kunnen we elkaar verrijken.”

Ook al kost het nog de nodige inzet van alle betrokkenen en is de deadline nabij, toch is Koetsier hoopvol: “We willen een vliegende start maken in de samenwerkingsafspraken met het Rijk, zodat we als interbestuurlijk samenwerkende overheden onze doelen voor de komende jaren bereiken!”

Het streven is in januari 2018 een eerste concept van het IBP te kunnen presenteren.


Gerelateerde berichten

Ook Clemens Cornielje en Willibrord van Beek stoppen als commissaris

16 april 2018 - Niet alleen Johan Remkes, de commissaris van de Koning in Noord-Holland, kondigde vorige week zijn vertrek aan. Ook de commissaris van Gelderland, Clemens Cornielje en de commissaris van Utrecht, Willibrord van Beek, maakten bekend dat zij gaan stoppen.
Lees meer

‘Een lastige afweging’ noemt Johan Remkes zijn vertrek bij de provincie Noord-Holland

11 april 2018 - Voormalig IPO-voorzitter Johan Remkes stopt als commissaris van de Koning in de provincie Noord-Holland. Hij legt zijn functie per 1 januari 2019 neer om meer tijd te krijgen voor zijn privéleven, zo schrijft hij in een brief aan Provinciale Staten van Noord-Holland en aan minister Kasja Ollongren (BZK). 
Lees meer

Succesvolle bijeenkomst Statenlidnu in Venlo

06 april 2018 - Donderdagavond 5 april was de eerste regio bijeenkomst van Statenlidnu in Venlo. Alle deelnemers kijken tevreden terug op een interessante avond met gouden tips en een workshop Nepnieuws maken. Zoals een van de aanwezigen het verwoordde: ’Ik ga morgen mijn collega’s vertellen dat ze echt iets gemist hebben. De volgende keer ben ik er zeker weer bij!’
Lees meer