Hester Maij (IPO) over het nieuwe Rijkscultuurbeleid: "Experimenteren, van elkaar leren en samen daar in investeren."

11 december 2017

Maandag 4 december stuurde het IPO namens de provincies samen met de VNG aan minister Van Engelshoven een brief met aanbevelingen voor de aanpak van het cultuurbeleid. We vroegen Hester Maij (provincie Overijssel) vanuit het IPO deze brief toe te lichten. “Ik verwacht veel van de samenwerking met het Rijk en de nieuwe minister. Dat baseer ik op de aanknopingspunten die het regeerakkoord biedt voor de nieuwe insteek van het cultuurbeleid.”

Hester Maij: “Voor mij is de kern van onze brief, die we overigens samen met de VNG sturen, samengevat in één zin: de kracht vanuit de regio’s benutten en de knelpunten aanpakken.

Ik geloof sterk in eigen kracht, de kracht van de regio’s en de stedelijke netwerken.

Elke regio heeft zijn eigen kleur en opgaven, bijvoorbeeld de stedelijke regio’s Enschede of We the North (Assen, Leeuwarden, Groningen en Emmen). In Enschede is de muziekcomponent erg belangrijk, daar hebben we het Orkest van het Oosten en de Reisopera.

Door vanuit regio’s en de stedelijke netwerken te werken, kunnen we kansen benutten. Opgaven uit de regio’s verbinden, cultuur hierbij inzetten als katalysator, maatwerk leveren en vooral ook de kwaliteit verbeteren.

Het grote voordeel om vanuit regio’s te werken, is dat we werken dáar waar de energie zit en waar instellingen ingebed zijn in (culturele) ecosystemen en elkaar beïnvloeden en versterken. Dat is, mijns inziens, een van de sleutels om kansen te verzilveren.

Daarnaast maak ik mij hard voor een goede geografische en sociale spreiding. Cultuur moet voor een ieder toegankelijk zijn. Het gaat om een complete keten in de regio en per regio vraagt dit om maatwerk. Hierbij moeten we ook aandacht hebben voor de witte vlekken. Dat is bijvoorbeeld ook wat ik bedoel met ‘knelpunten aanpakken’. 

Kunt u benoemen wat hierbij, in tijdsplanning, de meest logische en haalbare strategie is? Wat heeft de meeste prioriteit? 
Wat ik zie, is dat door de provincies, de overheden en de instellingen al gewerkt wordt aan de versterking van de culturele infrastructuur in hun regio. Zoals de Raad voor Cultuur het noemt: het ontwikkelen van culturele ecosystemen in stedelijke regio’s. We zien er naar uit dit samen met de minister te gaan oppakken en verder uit te bouwen wat al in gang is gezet. Ik vind het van belang om het met elkaar, dus samen, te doen. Iedere overheidslaag vanuit zijn rol en toegevoegde waarde, maar wel samen. Daarom sturen we als IPO en VNG ook gezamenlijk een brief. 
 
Wat is een belangrijke taak/rol voor het IPO hierbij?
Ik denk dat het welslagen van de beweging naar meer aandacht en werken vanuit de regio’s mede afhankelijk is van hoe wij als overheden met elkaar in gesprek zijn. Het IPO levert hierin een actieve bijdrage om dit overleg en de afstemming goed te laten verlopen: tussen provincies onderling, maar vooral ook met OCW en gemeenten.
 
Wat wordt er van de afzonderlijke provincies verwacht?
Ik zie dat de provincies ook nu al actief betrokken zijn bij de invullingen van de stedelijke regio’s. Zij moeten, en hebben ook, hun tentakels in het veld. Ze moeten goed weten wat er speelt op het niveau van de verschillende netwerken en regio’s. Ze zijn in overleg met de gemeenten en andere stakeholders in het culturele veld in hun regio’s. De provincies hebben de opgaven die spelen in de regio’s helder en kunnen dit verbinden aan de culturele opgaven van stedelijke netwerken. Kort gezegd: ze weten wat waar nodig is. Ze kunnen dit inbrengen op lokaal, regionaal en nationaal niveau.
 
Wat is de meest ideale samenwerking rondom de aanpak die is aanbevolen? Tussen provincies, tussen provincies en het IPO, tussen het IPO en het Rijk?
Nogmaals: voor mij is de meest ideale aanpak: Samen! De drie overheidslagen (nationaal, regionaal en lokaal) samen met de spelers in het veld. De sleutel voor de aanpak zit hier niet alleen in ‘hoe organiseer je het proces’, maar ook in: Op welke manier doen we het met elkaar? Het gaat om houding en gedrag: elke speler moet proberen te werken vanuit eigen kracht en op een positieve en constructieve manier. We willen samen bouwen.
 
Hoe ziet u de kansen in Den Haag? Verwacht u dat (delen uit) dit voorstel worden opgenomen en uitgewerkt?
Die zie ik alleen maar positief! Ik verwacht veel van de samenwerking met het Rijk en de nieuwe minister. Dat baseer ik op de aanknopingspunten die het regeerakkoord biedt voor de nieuwe insteek van het cultuurbeleid.
 
Kunt u, in uw eigen woorden, kort de verschillen aangeven in aanbod en aandacht voor cultuur in de diverse provincies? Wat ligt hieraan ten grondslag?
Wat ik zie, is dat elke provincie net weer verschillende opgaven heeft, zowel in algemene zin als op cultureel gebied. We hebben elk onze eigen kleur. Natuurlijk zijn er ook overeenkomsten. Maar de opgaven in een dunbevolkte provincie als Zeeland is veel anders dan een provincie in het hart van Nederland, zoals Utrecht, die veel dichter bevolkt is en een andere economische en sociale structuur heeft.

Dit biedt ook kansen om van elkaar te leren waar het gaat om het ‘hoe’:

Hoe leg je sterke verbindingen tussen de culturele spelers in het ecosysteem? Hoe leg je de verbindingen met de brede opgaven die spelen in de regio? Hoe laat je cultuur hierin een katalysator zijn? Hoe stem je vraag, aanbod en opgave op elkaar af? Hoe kun je dat het beste organiseren? Op regionale schaal zijn we hier al mee bezig, maar de lessen kunnen en moeten we nog goed met elkaar delen.

Welke groepen mensen spreekt u het liefst als eerste aan? Kortom, welke groep moet nog meer gestimuleerd worden om van cultuur te genieten en te leren? Of misschien heeft u hier een andere mening over?
Cultuur moet toegankelijk zijn voor iedereen! Welke doelgroepen eventueel achterblijven kan per regio verschillen, vandaar dat juist een regionale aanpak effectief kan zijn. Dit betekent voor mij overigens niet dat alles wat cultuur betreft ook maar gesubsidieerd moet worden.

Als je cultuur toegankelijk wilt maken voor eenieder, is het van het grootste belang om op jonge leeftijd te beginnen met het laten kennis maken en stimuleren van cultuur. Cultuureducatie is hiervoor cruciaal! Ik vind dat er veel meer aandacht voor cultuur nodig is in de scholen. Cultuur zou een stevig onderdeel moeten worden van het curriculum. Dit vraagt aandacht en inzet op nationaal niveau. Op regionaal niveau dragen wij zorg voor de inbedding van cultuureducatie in de bestaande culturele infrastructuur. Daar is de afgelopen jaren hard aan gewerkt door provincies, gemeenten en culturele instellingen. Dit is dan ook echt een uitstekend voorbeeld waar je de kracht (en de ‘kleur’) van de regio’s in kunt terugzien. 

Wat is voor u de drijfveer om met dit onderwerp aan de slag te gaan?
Ik geloof sterk in eigen kracht. Maar ik zie soms ook dat het zo georganiseerd is dat het mis kan gaan  in het stelsel mis. In de zomer van 2016 bleek bijvoorbeeld dat voor Overijssel alle aanvragen bij de Rijkscultuurfondsen waren afgewezen, dan wel op de B-lijst waren terecht gekomen. Met het wegvallen van deze categorie instellingen vallen er gaten in de culturele infrastructuur.

De basis is niet meer op orde. En dat kan toch niet de bedoeling zijn? Ik zie nu dat we de tijd hebben om het anders te doen met elkaar. Zoals ik in het begin al zei: we hebben nu de kans om onze kracht als regio’s te benutten en de knelpunten aan te pakken. Dat is mijn drijfveer!

En ik wil vooral dit nog meegeven: we moeten niet alleen met elkaar gaan praten, maar vooral ook doen! Met elkaar proberen, experimenteren, daarvan leren en samen daar in investeren. Als IPO en VNG hebben we dit daarom ook nadrukkelijk meegenomen in onze brief aan de minister.

Hier geloof ik echt in. We doen dit al in de regio’s. En ik zie dat dit werkt. 


Gerelateerde berichten

Een passend cultureel aanbod in de eigen regio: een meerwaarde voor ons levensgenot

19 maart 2018 - Op 12 maart jl. presenteerde minister Van Engelshoven de cultuurbrief Cultuur in een open samenleving. Hierin nodigt het kabinet andere overheden uit stedelijke en regionale profielen op te stellen ter voorbereiding op de nieuwe subsidieperiode (start 2021). Een IPO-werkgroep doet al het nodige voorwerk. Actieve regio’s komen hier regelmatig bij elkaar om kennis uit te wisselen over het cultuurbeleid. Voorzitter Daphne Wassink: ‘Er is zoveel dynamiek en cultureel talent in de provincies. We willen dit laten zien aan het Rijk én we willen ze hierbij betrekken. Daarom werken we nu in de stedelijke en regionale profielen al een beleidsplan uit voor de nieuwe subsidieperiode.’
Lees meer

Het digitale project Zeeuwse Ankers: leerzaam, verbindend en economisch interessant

23 februari 2018 - Sinds september 2017 is Marc Kocken sectorhoofd Erfgoed en Publiek van de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (SCEZ). Hij is zeer enthousiast over de Zeeuwse Ankers, een succesvol project waarin met verschillende communicatiemiddelen de verhalen van de provincie Zeeland worden verteld. ‘Prachtig toch, als je via een website of in een tocht langs plaatsen, objecten en erfgoed de geschiedenis van een provincie leert kennen.’ Misschien komt het door zijn archeologische achtergrond dat hij zo geniet van het historische verhaal dat een provincie typeert. En als sectorhoofd bij SCEZ ziet Marc ook de economische component: ‘De provincies spelen daarbij een belangrijke rol’, aldus Marc.
Lees meer

Dankzij IPO inbreng geen verplichting tot keuze voor één regionale omroep 

19 februari 2018 - Donderdag 15 februari is het spoedwetsvoorstel wijziging van de Mediawet als hamerstuk aangenomen. Via het IPO hebben de gezamenlijke provincies succesvol geprotesteerd tegen de verplichting om bij meerdere regionale omroepen in hun provincie een keuze te moeten maken. Deze verplichting is door de provincies teruggelegd bij de minister en het Commissariaat van de Media.  
Lees meer