Innovatie in Noord-Brabant: samen slim elektrisch laden

27 augustus 2018

De provincie Noord-Brabant is een topregio op het gebied van duurzame mobiliteit. Ze heeft ambitieuze doelstellingen en er is een sterke technologische sector, met tal van universiteiten, kenniscentra en bedrijven die zich bezighouden met elektrisch rijden. De provincie werkt succesvol met hen én met gemeenten samen, om elektrisch rijden in de provincie te faciliteren.

De provincie heeft in 2017 het honderdduizend elektrische voertuigenplan opgesteld. In dat plan hebben de provincie en netwerkbedrijf Enexis Groep afgesproken dat er binnen enkele jaren honderdduizend elektrische voertuigen in de provincie rijden. Die stoten immers minder broeikasgassen uit en maken vrijwel geen geluid. Daarnaast versterkt elektrisch rijden de economie omdat veel marktpartijen zich bezighouden met de elektrificatie van vervoer. Nu wil de provincie haar aanpak versnellen, om nog eerder 100.000 elektrische voertuigen te halen.

Laadpunt aanvragen
Eén onderdeel van het honderdduizend voertuigenplan is de aanbesteding die de provincie heeft uitgeschreven voor 2500 extra slimme laadpunten, om particulieren te faciliteren in de overstap naar een elektrische of hybride auto. De provincie deed deze aanbesteding namens 54 gemeenten uit Noord-Brabant en een aantal uit Limburg. In alle deelnemende gemeenten kunnen particulieren sinds vorig jaar een publiek laadpunt aanvragen. De aangevraagde laadpunten worden op volgorde van aanvraag geplaatst, mits de aanvrager gebruiker is van een elektrische of hybride auto en geen ruimte heeft om de laadpaal op eigen terrein te plaatsen. Nuon-Heijmans, de winnaar van de aanbesteding, plaatst de laadpunten vervolgens op maximaal 300 meter afstand van het huis van de aanvrager. Die laadpaal is openbaar te gebruiken door iedereen met een laadpas.
 
Minder dan verwacht
Inmiddels zijn er ongeveer 350 nieuwe laadpunten bijgeplaatst. Jeroen van Gestel, projectleider bij de provincie Noord-Brabant: “Dat is nu nog minder dan verwacht, maar dat heeft vooral te maken met de veranderende fiscale regelgeving waardoor elektrisch rijden minder gestimuleerd werd. We verwachten nog steeds dat we alle 2500 laadpunten kunnen plaatsen. Er wordt immers voorspeld dat de verkoop van elektrische auto’s enorm gaat toenemen en de vraag naar laadpunten zien we in de vijf grotere gemeenten in Brabant al flink groeien.”
 
Geen verschillende regels
De provincie is namens de gemeenten verantwoordelijk voor het contract- en procesmanagement van dit project. Van Gestel: “Vanuit die rol heeft ze al diverse successen behaald, bijvoorbeeld in het oplijnen van gemeenten. Zonder hun toestemming mogen Nuon-Heijmans en de provincie immers geen laadpunten plaatsen in de publieke ruimte van gemeenten. De provincie probeert daarom zoveel mogelijk gemeenten te laten meedoen. En we hebben een rol in het realiseren van overeenstemming en uniformering tussen deelnemende gemeenten, omdat een aannemer niet in elke gemeente met verschillende regels te maken wil hebben. Dan wordt het namelijk te veel werk voor een aannemer, en zal hij ergens anders zijn geld proberen te verdienen.”
 
Prijsdoorbraak
Van Gestel: “Doordat veel gemeenten deelnemen, hebben we nu een prijsdoorbraak gerealiseerd. Dit is de derde aanbesteding van de provincie Brabant. Bij de eerste aanbesteding moest de provincie nog geld bijbetalen voor installatie en exploitatie van de laadpunten. Nu hebben we gezorgd dat er een groot aantal laadpalen met één aanbesteding weggezet zou worden onder dezelfde voorwaarden en condities in een groot aantal gemeenten en voor een langere periode. Daardoor verdient Nuon-Heijmans de kosten nu terug en hoeven we geen geld meer bij te leggen.” 

Het proces van de aanvraag van een laadpunt door een particulier tot de realisatie ervan, nam bij de eerste aanbesteding nog meer dan twintig weken in beslag. Van Gestel: “Dat vonden we onacceptabel, dus hebben we aangestuurd op het verkorten van dat proces naar ongeveer twaalf weken. Zo leggen we bij elke aanbesteding de lat hoger. En telkens blijken onze wensen haalbaar.” De provincie wil ook dat de leverancier van de laadpaal in de toekomst niet per definitie ook degene is die de stroom levert. “Nu is dat vaak nog wel zo,” zegt van Gestel. “Maar we willen in de toekomst dat de consument zelf de leverancier kan kiezen, en dat hij ook zelf opgewekte energie naar de laadpaal kan sturen.”

Lokale energiebronnen
De provincie wil de aanpak voor meer duurzame mobiliteit en de energietransitie nu versnellen en uitbreiden. Dat doet ze door pilots versneld uit te rollen, en met nieuwe producten als slimme laadinfra en nieuwe diensten zoals laden op eigen zon. Dat laatste gebeurt bijvoorbeeld in Best. Daar is een koppeling gemaakt tussen reeds aanwezige zonnepanelen van mensen in de buurt en een publiek laadpunt. Elektrisch rijden wordt hierdoor goedkoper en dus aantrekkelijker. Doordat de energie wordt gebruikt op de plaats waar het wordt opgewekt, zijn er immers minder transportkosten en gaat er geen energie verloren door transport. Daarbij wordt het netwerk niet onnodig belast. Als er geen zonne-energie is omdat de zon niet schijnt, komt er ‘gewone’ duurzame energie van het net. 

In Best wordt ook getest met slimme laadpunten. Deze laden sneller op momenten dat er van hetzelfde net minder energie wordt gebruikt, of wanneer er veel energie beschikbaar is omdat de zon bijvoorbeeld volop schijnt. Bij piekmomenten laden de slimme laadpunten langzamer. Zo wordt het elektriciteitsnetwerk ontlast en is het stabieler, waardoor de toename van elektrisch vervoer gefaciliteerd wordt.

Vertrouwen in de toekomst
De provincie ziet de komende jaren met vertrouwen tegemoet. De resultaten van de pilots worden onder regie van de provincie gedeeld met andere gemeenten, en waar dit van toegevoegde waarde is wordt het in overleg met de gemeenten ook geïmplementeerd. Van Gestel: “Het succes is dan ook vooral te danken aan de goede samenwerking met belangrijke partners zoals de gemeenten en de sterke innovatieve sector in de provincie.”  

Gerelateerde berichten

Provincies en vervoerregio’s investeren fors in meer fietsparkeerplaatsen en snelfietsroutes

24 september 2018 - Provincies en vervoerregio’s willen samen met gemeenten de komende jaren 111 miljoen euro investeren om het tekort van 150.000 fietsparkeerplaatsen bij stations zoveel mogelijk terug te dringen. Ook investeren zij tenminste 400 miljoen euro in ruim 600 km aan extra snelfietsroutes. Dat staat in plannen die de organisaties op 22 september ingediend hebben bij staatssecretaris Van Veldhoven van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, naar aanleiding van haar uitvraag voor besteding van de 100 miljoen ‘fietsgeld’ uit het regeerakkoord. Zo investeren decentrale overheden en het Rijk in kansrijke projecten om mensen op de fiets te houden en krijgen.  
Lees meer

‘Meer asfalt is een doodlopende weg’

24 september 2018 - Er gebeurt veel op het gebied van slimme en duurzame mobiliteit. Het is binnenkort dan ook één van de thema’s tijdens het IPO-jaarcongres in Brussel. Beleidsadviseurs Arnoud Crommelin en Chantal Schoemaker (provincie Gelderland) blikken alvast vooruit op de workshop ‘Slim op weg naar 2030!’. 
Lees meer

Campagne tegen bellen in het verkeer

13 september 2018 - Minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur gaf op 13 september het startsein voor een jarenlange campagne tegen appen en bellen in het verkeer. In de campagne wordt met verschillende partijen samengewerkt, waaronder de gezamenlijke provincies.
Lees meer