"Internationalisering maakt integraal onderdeel uit van de Limburgse agenda” - interview Stefan Kupers

10 juni 2014

Het ‘regent’ grensoverschrijdende samenwerkingsprojecten in Limburg. “Te lang was er sprake van concepten die bleven hangen in  goedbedoelde wenselijkheden. Nu boeken we vooruitgang: veel concrete projecten in uitvoering.” Stefan Kupers, bestuursstrateeg internationalisering bij de provincie Limburg, benadrukt de “complexe, uitdagende situatie” die ten grondslag ligt aan het verwezenlijken van de grensoverschrijdende samenwerking “met vijf bestuurlijke entiteiten, veel verschillende steden, drie talen in drie landen”. Daar tegenover plaatst hij de welkome positieve houding vanuit de volkscultuur. “De mensen voelen van oudsher een grotere mate van verbondenheid met de buurregio’s om hen heen dan met de verre Randstad”.

“We doen het als provincie zeker niet alleen. Scholen, ziekenhuizen, politie. Ze werken samen over de grens heen. Het leeft dus gelukkig bij veel meer instellingen in de samenleving dan alleen bij de provincie. Geografie en historie dragen ook een flink steentje bij. Kupers legt uit dat Limburg een relatief jonge provincie is die in de 19e eeuw nog geruime tijd deel uitmaakte van België en Duitsland. Limburg heeft ook een lange grens die op sommige plekken slechts zes kilometer breed is. “Het buitenland is in de hele provincie fysiek enorm dichtbij” stelt Kupers. “Limburg is in die zin de vooruitgestoken hand van Nederland naar Europa.” Niet alleen voor Limburg geldt deze uitgestoken hand. Kupers stelt in bredere zin dat de grensprovincies “in toenemende mate een vertegenwoordigende rol voor Nederland naar de buurlanden en buurregio’s” vervullen.

De Technologische Top Regio Eindhoven-Leuven-Aken (TTR ELAt) is een grensoverschrijdend innovatie-concept dat geleid heeft tot concrete samenwerking. “We versterken de economische samenwerking door de aanwezige kwaliteiten met elkaar te verbinden”. In de euregio zijn niet alleen veel kennisinstellingen gevestigd die innovatie bevorderen, maar ook verschillende bedrijven en onderwijscampussen. Dankzij een euregionaal innovatiefonds (GCS) vindt nu een 20-tal grensoverschrijdende innovatieprojecten plaats. Kupers noemt meer voorbeelden. Op gebied van life science werken de ziekenhuizen van Maastricht, Aken en het onderzoekscentrum in Jülich samen aan onderzoek met behulp van ultrasterke  scanners. Op de Chemelot-campus wordt in twee nieuwe onderzoeksinstituten hoogwaardig onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van biomedische en biobased materials door de technische universiteiten van Eindhoven, Aken (de RWTH) en de Universiteit Maastricht. In het tuinbouwgebied rondom Venlo groeit de samenwerking met de Duitse buren rondom voeding. “Limburg gaat niet alleen voor de economie, maar ook voor cultuur en arbeidsbeleid de grensoverschrijdende samenwerking aan. Internationalisering maakt integraal onderdeel uit van de Limburgse agenda” aldus Kupers.

De provincie is aanjager, initieerder en ondersteuner. “Het gekke is dat in de drukte en hectiek van alledag veel partijen er niet aan toekomen dat stapje over de grens te zetten. De provincie probeert de partijen bij elkaar te brengen, te verbinden met behulp van informatie en waar nodig ook met wat financiële ondersteuning.” Dat doen we niet alleen op economisch gebied, maar ook op het gebied van gezondheidszorg, cultuur, veiligheid en de fysieke leefomgeving. Ook politiek is er veel draakvlak voor het versterken van de grensoverschrijdende samenwerking.  Internationalisering in brede zin maakt deel uit van de portefeuille van de Commissaris van de Koning, de Gouverneur in Limburg, en daarnaast zijn alle gedeputeerden verantwoordelijk voor de internationalisering van hun eigen portefeuille. Kupers geeft aan dat ook Provinciale Staten zelf goed betrokken willen zijn. “Ze gaan via de Euregio Maas-Rijn bijvoorbeeld praten met de vertegenwoordigers van de provincie Luik of van Belgisch-Limburg. Ja, men begint elkaar echt op te zoeken.”

Dat het idee van projecten over de landsgrens heen soms rooskleuriger klinkt dan de weerbarstige praktijk blijkt wel uit de ervaring met grensoverschrijdend openbaar vervoer. “Er is geen evidente businesscase. Infrastructuur is duur. Juridisch gezien is de vraag wie de concessie verleent. De technische aanpak van veiligheid, maar ook van de spanningskabels, sluit niet op elkaar aan.” Het is zo maar een rijtje uitdagingen die opgelost moeten worden alvorens de sneltram van Hasselt naar Maastricht rijdt, of de treinverbinding tussen Maastricht en Aken wordt verbeterd. Desalniettemin is “grensoverschrijdend openbaar vervoer een mooi project”. Kupers benadrukt dat het belang van goede grensoverschrijdende verbindingen  inmiddels breed onderkend wordt en er zijn de nodige stappen voorwaarts gezet.

Voor Limburg is de grensoverschrijdende samenwerking wezenlijk, essentieel. Voor Stefan Kupers is de internationalisering in Limburg de complexe uitdaging waarmee hij zijn eigen horizon verbreed. “Internationaal wordt vaak als hobbyisme gezien, in Limburg wordt het gevoeld als echt belangrijk. Internationaal is de toekomst en de toekomst is belangrijk”.

De provincie Limburg heeft haar internationalisering, specifiek de grensoverschrijdende samenwerking met als 2 voorbeelden de Technologische Top Regio Eindhoven-Leuven-Aken (TTR ELAt) en de euregionale railagenda als succesvolle opgaven van provinciale taakuitoefening ingebracht in het gezamenlijk proces van alle provincies en het IPO voor de aanscherping van het profiel van provincies naar de toekomst (“Profiel Provincies”). Tijdens drie bijeenkomsten zijn de succesprojecten van de provincies op creatieve wijze gepresenteerd voor de uitwisseling van “best practices” en “lessons learnt”. De projecten van de provincies vormen de basis voor Kompas2020. Zo vormen de maatschappelijke prestaties de basis voor de provincie van de toekomst. Op 3 april heeft de presentatie van Limburg, door onder andere Stefan Kupers plaatsgevonden.

Meer informatie over het project en de profielbijeenkomsten op 30 januari, 20 maart en 3 april 2014 op de "Profiel Provincies"-pagina    


Gerelateerde berichten

‘Ondernemer verdwaalt in EU-regelgeving’

05 oktober 2018 - Betere regelgeving is één van de speerpunten van de Europese Commissie. Ondernemers lopen te vaak tegen die regels aan, ten koste van de regionale economie, constateert Robbert Lauret, adviseur Europese programma’s bij provincie Noord-Brabant. Hij blikt alvast vooruit op de workshop die tijdens het IPO-Jaarcongres over het thema wordt gehouden. 
Lees meer

Problemen bij grensoverschrijdende samenwerking: oplossing lijkt nabij

01 oktober 2018 - In grensoverschrijdende samenwerking ontstaan regelmatig problemen doordat verschillen in regelgeving van de lidstaten met elkaar botsen. “Dat scheelt acht procent economische groei”, vertelt EU-lobbyist Johanna Neyt in een vooruitblik op de workshop hierover tijdens het IPO-Jaarcongres. 
Lees meer

‘Zonder EFRO wordt het moeilijk voor de provincies’

07 september 2018 - Krijgen provincies vanuit Europa straks nog geld voor innovatie en regionaal economisch beleid? Dat zal op 12 oktober tijdens het IPO Jaarcongres de hamvraag zijn tijdens de workshop over het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Voorafgaand aan het congres vertelt Sidony Venema, medewerker bij het Huis van de Nederlandse Provincies in Brussel, waarom EFRO zo belangrijk is voor de provincies. “Juist in Nederland heeft EFRO heel veel effect gehad”
Lees meer