Minister Kamp heeft vertrouwen in doelstelling wind op land

06 oktober 2016

Woensdag 5 oktober vond in de Tweede Kamer een Algemeen Overleg over energie plaats.  Onder andere verplichte regelgeving op het gebied van besparing en de stand van zaken rond wind op land passeerden de revue.  

Minister Kamp stelde vast dat de grote bedrijven bij lange na niet erin geslaagd zijn om, op basis van vrijwilligheid en  een-op-eenafspraken,  vóór de inmiddels verstreken deadline de gestelde besparingsdoelen te realiseren. Hij kondigde aan dat hij daarom, conform zijn eerdere waarschuwingen, aan de gang gaat met het uitwerken van verplichtende regelgeving. Alles lijkt erop te wijzen dat de provincies hiermee, in het kader van hun VTH-taken, een nieuwe nadrukkelijker rol erbij krijgen die essentieel is voor de energietransitie.

Een aantal belangrijke Tweede Kamerfracties legden er nadruk op dat er vele wegen richting duurzame energie bestaan en dat de kansen voor elk ervan vaak sterk afhankelijk zijn van locatie-specifieke factoren. Er werd er dan ook voor gewaarschuwd om zaken niet vanuit ‘Den Haag’ op te leggen,  maar vooral ruimte te bieden aan lokale initiatieven en lokale overheden. De beslissing om al dan niet nieuw aan te leggen woonwijken aan het gasnet te koppelen,  zou, bij wijze van voorbeeld, aan lokale en regionale overheden gelaten moeten worden, aldus bepaalde woordvoerders. Nu geldt nog een wettelijke aansluitplicht in dit soort gevallen.

Waar het ging om het halen van de overeengekomen doelstellingen in het Nationaal Energie Akkoord, kwam de minister ook te spreken over de doelen inzake ‘wind op land’. Hij herinnerde aan de ambitie om reeds in 2020 6.000 megawatt aan windenergie te hebben gerealiseerd, en constateerde dat de teller nu op 5.200 megawatt staat. Vanuit de Kamer klonken bezorgde vragen of de te realiseren extra capaciteit aan wind op land, 6.000 megawatt, echt aanvullend is of uiteindelijk feitelijk lager uitvalt omdat gelijktijdig oude windmolens buiten gebruik worden gesteld. Een netto-bruto-vraag dus. Minister Kamp kon de Kamer hierin geruststellen: 6.000 Megawatt bovenop de reeds bestaande capaciteit; dus echt extra. 
Kamp gaf aan dat hij druk bezig is om zaken op gebied van wind op land te bespoedigen. In die context wees hij op ingebruikname van een nieuwe radarinstallatie, beslissingen inzake wijziging van regelgeving met betrekking tot plaatsing van windmolens bij waterkeringen, de green deal met de waterschappen over ter beschikking stelling van gronden voor windmolens, en ook een aantal projecten waaronder een groot windpark tussen Almere en Zeewolde. Alles overziende claimde hij dat het zijns inziens nog steeds haalbaar moet zijn om de doelstellingen in 2020 te hebben gerealiseerd.

Gerelateerde berichten

‘Leidraad afvalstof of product’ aangeboden aan Omgevingsdiensten, IPO en VNG

13 juli 2018 - Gedeputeerde Nienke Homan (Groningen) heeft de ‘Leidraad afvalstof of product’ op 13 juli namens het IPO in ontvangst genomen. Het IPO, de Omgevingsdiensten en VNG kregen de leidraad namens de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat aangeboden door de DG Milieu en Internationaal. De leidraad bevat richtsnoeren voor een zoveel mogelijk uniforme toepassing van de begrippen ‘afvalstof’ (‘zich ontdoen’), ‘bijproduct’ en ‘einde-afvalstatus’.
Lees meer

Wind op land: later dan gepland, maar meer dan voorzien

10 juli 2018 - Windparken op land zijn later gereed dan gepland, maar er wordt straks meer duurzame stroom opgewekt dan voorzien. In 2020 zal de productiecapaciteit van 6.000 Megawatt (MW) – zoals afgesproken in het Energieakkoord – nog niet volledig worden gehaald. Daarentegen groeit de projectcapaciteit van de geplande windparken na 2020 naar bijna 6.900 MW. Dat concludeert de RVO in de ‘Monitor Wind op Land 2017’, die vandaag door minister Wiebes (EZK) en minister Ollongren (BZK) naar de Tweede Kamer is gestuurd.
Lees meer

Hoofdlijnen Klimaatakkoord gepresenteerd

10 juli 2018 - Op dinsdag 10 juli is het Klimaatakkoord op hoofdlijnen door Ed Nijpels, voorzitter van het Klimaatberaad, aangeboden aan minister Wiebes van EZK. Dit is het resultaat na maanden onderhandelen door overheden, waaronder de provincies, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven. Het IPO is blij met de inbreng die de provincies hebben kunnen leveren en dat de regionale energie strategieën (RES) een belangrijke plek krijgen in het Klimaatakkoord.  
Lees meer