Provincies en de ondergrond: “we gaan er niet over, maar het gaat ons wel aan”

12 december 2013

De winning van schaliegas, aardwarmte, de opslag van CO2, provincies moeten er meer over te zeggen krijgen. IPO-portefeuillehouder ‘ondergrond’ Bert Gijsberts pleit voor een grotere rol voor provincies bij besluitvorming over de ondergrond. Daarnaast maakt de Flevolandse gedeputeerde zich grote zorgen over de gevolgen van de winning van schaliegas en begrijpt hij niet dat het rijk een aparte structuurvisie voor schaliegas opstelt terwijl overheden juist bezig zijn met een integrale structuurvisie voor de ondergrond als geheel.

Bert_Gijsberts_portret.JPG
Wie gaat er in Nederland eigenlijk over de ondergrond?
“Dat is nog best een ingewikkeld verhaal. Bovengronds zijn provincies verantwoordelijk voor het grootste deel van ruimtelijke ordening, maar onder de grond ligt het gecompliceerder. We moeten allereerst een onderscheid maken tussen de diepe en ondiepe ondergrond. In de ondiepe ondergrond, tot 500 meter onder het maaiveld, liggen de provinciale verantwoordelijkheden met betrekking tot het saneren van verontreinigde bodem,
beheer van grondwater en stimulering van duurzame energie.
Voor wat betreft de diepe ondergrond is het rijk bevoegd gezag. Maar ingrepen in de diepe ondergrond (zoals boren naar olie, (schalie)gas en geothermie) raken provinciale ambities en belangen, zoals goede ruimtelijke ordening en duurzaamheid. Vanuit die provinciale bevoegdheden en betrokkenheid ben ik
van mening dat provincies wel degelijk iets van ingrepen in de diepe ondergrond mogen vinden: “we gaan er niet over, maar
het gaat ons wel aan”."
 
Veel provincies hebben of werken aan visies op de ondergrond om de belangen van de provincies in de ondergrond te borgen. Daarnaast werkt het rijk aan een eigen structuurvisie voor de ondergrond. Hoe verloopt eigenlijk de samenwerking tussen rijk en provincies op dit vlak?
“Het rijk heeft besloten om een structuurvisie ondergrond (STRONG) op te stellen, om zo de nationale belangen in de ondergrond te borgen. Thema’s zoals energievoorziening, (drink)watervoorziening, opslag (zoals CO2, zout) en grondwater komen in STRONG aan de orde. De structuurvisie is alleen bindend voor het rijk, maar via wetgeving (zoals de Mijnbouwwet en Omgevingswet) en via bestuurlijke afspraken heeft STRONG wel degelijk invloed op provinciale plannen. Het is voor provincies dus van belang om goed aangehaakt te zijn bij de totstandkoming van STRONG. We zitten, net als de VNG en Unie van Waterschappen, in het procesteam en bestuurlijk beraad STRONG waarin we meepraten over de inhoud en het proces, daarnaast proberen we de belangen van decentrale overheden vroegtijdig in te brengen.”
 
Dus eigenlijk zijn provincies hartstikke tevreden?
“Nee, met STRONG alleen zijn we er niet. STRONG moet het afwegingskader worden voor de wetgeving die over de diepe ondergrond gaat, de zogenaamde Mijnbouwwet. Op basis van deze wet besluit het rijk welke activiteiten wel en niet toegestaan worden in de diepe ondergrond. Binnen de huidige Mijnbouwwet spelen de decentrale overheden praktisch geen rol. Als het aan provincies ligt wordt deze wet aangepast. Het IPO maakt zich hier hard voor.”
Hoe moet de Mijnbouwwet dan precies worden aangepast?
“De besluitvorming is nog gebaseerd op het principe “wie het eerst komt, die het eerst maalt”. Terwijl ingrepen in de diepe ondergrond de bovengrondse (provinciale en lokale) belangen sterk beïnvloeden. De huidige Mijnbouwwet maakt geen ruimtelijke of doelmatigheidsafweging mogelijk. Daarom pleit ik voor aanpassing van de Mijnbouwwet zodat ruimtelijke en milieueffecten meewegen in de vergunningverlening. Alleen op deze wijze wordt een zorgvuldige en integrale afweging van ingrepen in de ondergrond mogelijk. In samenhang daarmee zou ook het huidige provinciale advies op mijnbouwvergunningaanvragen zwaarder moeten meewegen bij de vergunningverlening. Provincies zijn tenslotte goed bekend met regionale aspecten.”
 
Wanneer we het over de ondergrond hebben kunnen we niet om het onderwerp ‘schaliegas’ heen. Meerdere provincies en gemeenten verklaarden zich de laatste maanden ‘schaliegas vrij’. Welke argumenten spelen bij provincies een rol?
“Provincies zijn verantwoordelijk voor een goede grond- en drinkwaterkwaliteit. Het zogenaamd ‘fracken’ van klei- en schalielagen om het gas eruit te halen gebeurt met chemicaliën. Als provincies zijn we bang dat boringen in of nabij drinkwaterbeschermingsgebieden, kunnen leiden tot vervuiling van het grondwater. Voorts leidt het fracken soms tot aardbevingen en is er veel schoon water voor nodig. Maar ook de bovengrondse effecten zijn groot: ruimtegebruik voor boorlocaties, geluidsoverlast, verkeersbewegingen, en ga zo maar door. Tot slot, schaliegas is een fossiele brandstof. Provincies zetten zich juist stevig in voor de transitie naar duurzame energie, zoals wind- en bodemenergie.”
 
Maar hoe moet het nu verder?
 “Voor de provincies is de nut en noodzaak van schaliegas niet aangetoond. De provincies willen graag een breed maatschappelijk debat voeren over schaliegas, waarin de maatschappelijke, sociale, technologische, milieu- en ruimtelijke aspecten, maar ook de mondiale energiemarkt een plek krijgen. Op basis van dat debat kan vervolgens een besluit genomen worden of Nederland naar schaliegas wil boren.”
 
Komen deze zorgen van provincies en gemeenten ook aan bod in STRONG? En welke afspraken heeft u daar over kunnen maken met het rijk?
“Opvallend genoeg is minister Kamp juist een apart traject gestart om te komen tot een structuurvisie schaliegas. Ik maak mij hier grote zorgen over. Integrale afwegingen van functies in de ondergrond moeten plaatsvinden in STRONG. Een afzonderlijke structuurvisies schaliegas doet afbreuk aan het integrale karakter van STRONG en leidt mogelijk tot afnemend draagvlak voor het ruimtelijk beleidskader dat de structuurvisie STRONG moet worden. Daarnaast wordt de integrale afweging van schaliegas in relatie tot andere ondergrondse gebruiksmogelijkheden en bovengrondse effecten lastig, omdat STRONG nog niet is afgerond als de structuurvisie schaliegas is opgesteld. Daarnaast heeft STRONG een breed draagvlak, doordat provincies en gemeenten bij de voorbereidingen al intensief betrokken zijn, in bijvoorbeeld het Bestuurlijk Beraad of in het procesteam. Maar doordat het onderwerp schaliegas uit STRONG is gehaald, kunnen provincies minder sturing geven aan de structuurvisie schaliegas. Via IPO gaan we zo snel mogelijk met beide ministers spreken over de afstemming van de twee visies en de betekenis voor de Mijnbouwwet.”

Gerelateerde berichten

Congres over leegstand

05 juni 2018 - Om ruimtelijke kwaliteit te vergroten en leegstandcijfers te verlagen is regionale afstemming hard nodig. Het IPO houdt daarom op 10 september de werkconferentie ‘Revitalisering vastgoed, Nederland (ver)bouwt’.  
Lees meer

Decentrale overheden vragen om extra geld voor versnelde aanpak wateroverlast

01 juni 2018 - Provincies, gemeenten en waterschappen doen een dringend beroep op het kabinet om sneller maatregelen tegen overlast door hoosbuien mogelijk te maken en te voorkomen dat de gevolgen van klimaatverandering terecht komen bij burgers en bedrijven. De decentrale overheden vragen minister Van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) om met extra middelen vanuit het Rijk over de brug te komen om grote schade en overlast zoveel mogelijk te beperken.
Lees meer

IPO onderschrijft thema’s Nationale Woonagenda

24 mei 2018 - Het IPO onderschrijft de thema's van de Nationale Woonagenda die op 23 mei door minister Ollongren is ondertekend en naar de Tweede Kamer gestuurd. Verhuurders, bouwers, projectontwikkelaars, investeerders, makelaars, bewonersorganisaties en de overheid hebben hierin afspraken gemaakt voor een gezamenlijk aanpak voor het sneller bouwen van meer woningen, het beter benutten van de bestaande woningvoorraad en het zorgen voor de betaalbaarheid van het wonen. Dat zijn de speerpunten uit de Nationale woonagenda.
Lees meer