Provincies willen geen numerus fixus voor technische opleidingen

28 oktober 2016

Het instellen van een numerus fixus voor acht technische opleidingen is geen goed idee vinden de 12 provincies. Zij roepen minister Bussemaker op om in gesprek te gaan met de technische universiteiten om een oplossing te vinden voor het capaciteitsvraagstuk. Juist nu is in de regio behoefte aan goed opgeleide technische arbeidskrachten.

Minister Jet Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kondigde onlangs aan dat het aantal technische opleidingen met een numerus fixus in 2017 verdubbelt. Op dit moment geldt voor vier technische opleidingen een instroombeperking, voor het komende jaar zou dat voor acht opleidingen gelden. Eén van de redenen van de numerus fixus is het feit dat de technische opleidingen qua capaciteit en faciliteiten niet zijn meegegroeid met het groeiend aantal nieuwe studenten.

Provincies zijn verantwoordelijk voor de regionale economie. Elke regio kent een specifieke arbeidsvraag die past bij het regionale economische profiel en de maatschappelijke opgaven die er spelen. In veel regio’s is sprake van een zogenaamde technische revolutie die zich op verschillende wijzen manifesteert. We zien een razendsnelle ontwikkeling op het gebied van onder meer ICT, robotisering, 3D-printen en nano- en biotechnologie. Dit heeft grote invloed op de structuur van onze economie, de werkgelegenheid en de arbeidsverhoudingen.

De provincies zien in de regio een ‘mismatch’ tussen de vraag naar arbeid en het aanbod. Een ‘mismatch’ die zich met name in de technieksector manifesteert. Mede hierom werken de provincies in het Nationaal Techniekpact 2020 samen met het kabinet aan het vergroten van de instroom in bèta- en technische studies. Deze aanpak werpt vruchten af. De algemene doelstelling dat 40% van de jongeren kiest voor een opleiding in de techniek komt in zicht.

Eddy van Hijum, gedeputeerde economie in Overijssel en lid van het IPO-bestuur: “Gezien de ontwikkelingen op de regionale arbeidsmarkt en het succes van het Techniekpact betreuren provincies dat juist nu een instroombeperking voor maar liefst acht technische opleidingen wordt ingesteld. Een numerus fixus voor technische opleidingen staat haaks op de ontwikkelingen op de regionale arbeidsmarkt, en gaat ten koste van het perspectief van zowel studenten als werkgevers.”

De provincies roepen minister Bussemaker per brief op in gesprek te gaan met de technische universiteiten om te zoeken naar oplossingen voor de knelpunten in capaciteit en faciliteiten. In de brief bieden de provincies de minister aan om met haar mee te denken over de wijze waarop we op regionaal niveau kunnen bevorderen dat meer studenten met een afgeronde technische opleiding daadwerkelijk in de techniek gaan werken. Wij stellen voor om hierover in het kader van het Techniekpact op korte termijn concrete afspraken te maken. 


Gerelateerde berichten

Wat gebeurt er al op ‘de weg naar’ een circulair Nederland in 2050?

20 april 2018 - Hoe komen we tot een circulaire economie, hoe kunnen we dit gezamenlijk aanpakken, wat zijn de kansen en uitdagingen? Hierover praten de provincies met elkaar op een IPO-bijeenkomst op 26 april. In dit artikel neemt Carina van Dijk, verantwoordelijke voor de opgave circulaire economie, je mee in hoe provincie Flevoland zich inzet om de transitie te realiseren.
Lees meer

Verening Circulair Friesland volop bezig met circulaire economie

16 april 2018 - De Vereniging Circulair Friesland (VCF) is volop bezig met de transitie naar een circulaire economie. Directeur Houkje Rijpstra vertelt over hun ambitieuze aanpak en licht toe hoe deze aansluit op de transitieagenda’s. 
Lees meer

Kennisdeling en samen optrekken bij de aanpak van leegstand

13 april 2018 - In januari 2018 is het IPO gestart met de uitvoering van het kennisprogramma Leegstand. Dit programma richt zich op leegstand in de brede zin van het woord: bedrijventerreinen, kantoren, winkels, wonen, agrarisch en maatschappelijk vastgoed. Kennisdelen tussen de provincies en van elkaar leren staan hierin centraal. Bovendien kan het probleem alleen worden aangepakt door een goede samenwerking tussen lokale ondernemers, vastgoedeigenaren, gemeenten en de provincie.
Lees meer