‘Regionale Energiestrategie gaat verder dan ambities’

27 augustus 2018

De ambtelijke bijeenkomsten over een regionale aanpak van de energietransitie hebben binnen gemeenten, provincies en waterschappen tot een groter gevoel van urgentie geleid, constateert Richard Kleefman, adviseur Energietransitie bij het IPO. Deze week starten de bestuurlijke bijeenkomsten, die tot bestuurlijke afspraken en regiovorming moeten leiden. “Er is werk aan de winkel.”

Verschillende regio’s hebben reeds eerder een Regionale Energiestrategie (RES) gemaakt. Waarom gaat iedereen nu met een nieuwe RES aan de slag? 
“De RES is expliciet bedoeld om de uitvoering van de energietransitie te realiseren. De huidige RES’en gaan vooral over ambities. De nieuwe RES gaat verder en is tevens een bouwsteen voor het ruimtelijk beleid. Ook is in de RES expliciet een rol weggelegd voor de samenleving. Dus dat bedrijven ook betrokken raken en dat er overeenkomsten komen waarin dat geregeld wordt. De RES is weliswaar niet heel anders dan de vorige RES, maar méér en beter. Deze RES gaat er veel meer voor zorgen dat de energietransitie-opgaven ook daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden.”
 
De ambtelijke bijeenkomsten over de RES zijn inmiddels achter de rug. Wat hebben die opgeleverd? 
“Alle betrokken partijen zijn nu in gesprek met elkaar, als ze dat niet al waren. Niet alleen beleidsadviseurs die zich met energie bezighouden, maar ook degenen die zich bezighouden met ruimtelijke ordening. Dat is van wezenlijk belang, want de RES betekent ook wat voor het omgevingsbeleid. De ruimtelijke opgave ligt op dit moment heel prominent op tafel. Hoeveel ruimte is er per regio voor windmolens en zonneparken? En hoe zorg je er voor dat een woonwijk anders vormgegeven wordt? Het is daarom een goede zaak dat er bij de bestuurlijke bijeenkomsten niet alleen bestuurders aanwezig zijn, maar ook raads- en statenleden. Want zij gaan over ruimtelijk beleid. Ik merk dat er discussie loskomt over die impact op de ruimtelijke omgeving en dat was tot nu toe nog niet het geval. De urgentie wordt veel meer dan voorheen gevoeld.”  
 
Wat moeten de bestuurlijke bijeenkomsten gaan opbrengen?
“Datzelfde gevoel voor urgentie, en eigenaarschap. Daarbij is van belang dat we niet alleen met elkaar blijven praten. Er moeten bestuurlijke afspraken komen waarbij ook de samenleving betrokken is. We zitten nu nog in het stadium dat er regio’s worden gevormd. In september zullen deze er zijn en elke regio zal vervolgens moeten gaan werken aan het opstellen van een ‘aanbod’. Dit aanbod, wat medio 2019 er in concept moet liggen, bevat het aandeel van de opgave van de regio aan de nationale opgave van de sectortafels elektriciteit en gebouwde omgeving (uit het klimaatakkoord). Deze opgave gaat dus over hoeveel hernieuwbare energie er mogelijk uit die regio kan komen. En op welke manier en in welke mate de warmtetransitie van de gebouwde omgeving kan worden uitgevoerd. Dit moet dan eind 2019 leiden tot een definitief voorstel dat vervolgens moet leiden tot uitvoeringsprogramma’s en omgevingsbeleid. Daarvoor moet wel wat in gang worden gezet. Er is dus werk aan de winkel.”
 
Wat wordt in dat proces specifiek van de provincies gevraagd?
“Dat zij er voor zorgen dat de Regionale Energiestrategieën er komen, zij hebben de verantwoordelijkheid genomen om er voor te zorgen dat de regio’s gevormd worden. De provincies hebben ook aangeboden dat zij voor de eerste anderhalf à twee jaar de organisatie financieren. Daarnaast vragen we ze om actief mee te doen in de regio’s. Ze zijn niet alleen regisseur, maar hebben zelf ook assets, denk bijvoorbeeld aan de provinciale gebouwen of het duurzaam inkoopbeleid waarmee ‘gespeeld’ kan worden. Om een voorbeeld voor dit laatste te geven: het inzetten op groene stroom van een grote leverancier is één. Maar je kunt er ook voor kiezen een uitvraag te doen waarin is opgenomen dat het aandeel lokaal opgewekte duurzame stroom moet toenemen. Waarbij dat zoveel mogelijk in samenwerking met bewoners of bedrijven gebeurt. Niet eenvoudig om op te stellen maar het kan wel. Een ander voorbeeld is de OV- concessie, waarbij de laadinfrastructuur aan lokale opweklocaties kan worden gekoppeld. Kortom: de provincies moeten dus zelf ook hun bijdrage leveren. En uiteindelijk brengt dat heel veel op. Minder CO2-uitstoot, maar ook innovatie en economische groei. Want om de energietransitie te laten slagen, moet er veel ontwikkeld worden wat ook elders kan worden toegepast. Dit kan een economisch voordeel opleveren, nieuwe bedrijvigheid en nieuwe banen.”   
 

Gerelateerde berichten

Tevreden met snelle reactie kabinet; zorgen over uitblijven heldere keuzes voor klimaat

08 oktober 2018 - De gezamenlijke provincies zijn tevreden met de snelle reactie van het kabinet op de hoofdlijnen voor het Klimaatakkoord. Tegelijkertijd zijn er zorgen over de inhoud van de reactie: het kabinet geeft wel richting, maar heldere kaders blijven uit en veel wordt doorgeschoven naar de tafels. Dat maakt het lastig om per 1 december concrete voorstellen met bijbehorende instrumenteninzet gereed te hebben.  Juist nu is samenwerking nodig om die noodzakelijke concrete uitwerking voor elkaar te krijgen. Wij werken door aan ons aanbod voor de regionale uitwerking in de Regionale Energie Strategieën (RES). En we roepen het kabinet op om mee te denken aan de klimaattafels, aldus de gezamenlijke provincies in een eerste reactie.
Lees meer

Regionale Energiestrategie: wat betekent dit?

04 oktober 2018 - Een Regionale Energiestrategie (RES): wat is dit? Wat is het doel van de RES? En wat levert het op? Het IPO maakte samen met de VNG en Unie van Waterschappen een publicatie met antwoorden op deze vragen.
Lees meer

120 miljoen euro voor ‘proeftuinen’ aardgasvrije wijken in 27 gemeenten

01 oktober 2018 - Minister Ollongren (Binnenlandse Zaken) kent aan 27 gemeenten een rijksbijdrage toe voor het aardgasvrij maken van een wijk. Daarvoor is uit de Klimaatenvelop van het kabinet 120 miljoen euro beschikbaar. In het Programma Aardgasvrije Wijken doen gemeenten kennis en ervaring op om bestaande wijken haalbaar en betaalbaar te verduurzamen. Het IPO is partner binnen het programma om kennis en ervaring uit te wisselen binnen de provincies. Elke provincie heeft minimaal één proeftuin.
Lees meer