Vijf transitieagenda’s schetsen contouren voor circulaire samenleving in 2050

16 januari 2018

Op maandag 15 januari nam staatssecretaris Stientje van Veldhoven (I&W) tijdens de start van de week van de circulaire economie namens het kabinet de vijf transitieagenda’s in ontvangst die de contouren schetsen voor een circulaire Nederlandse samenleving in 2050. Jan-Nico Appelman, gedeputeerde van provincie Flevoland, benadrukte het belang van de rol van de provincies als decentrale overheid hierin. De vijf aangeboden agenda’s zijn het vervolg op het vorig jaar gesloten Grondstoffenakkoord. Hierin staan afspraken om de Nederlandse economie te laten draaien op herbruikbare grondstoffen. Het Rijk, de decentrale overheden en het bedrijfsleven tekenden in januari 2017 het akkoord. De vijf transitieagenda’s omschrijven nu concreet welke stappen worden gezet voor een volledig circulaire economie in 2050.

Bijdrage provincies
Jan-Nico Appelman ziet hierbij een belangrijke rol voor de provincies; ‘Juist de provincies zijn in staat om de sectorale sporen uit de transitieagenda’s te verbinden en om kansrijke initiatieven op te schalen. We stimuleren vanuit de provincie regionale clusters van bedrijven en kennisinstellingen en zorgen voor arbeidspotentieel met inzet van revolverende fondsen en Human Capital-agenda’s. Zo dragen we bij aan versnelling op de transitie naar volledig circulair in 2050. Alle provincies hebben inmiddels beleid op circulaire economie en zetten in op duurzaam inkopen’. Hiernaast riep Appelman op om als overheden te streven naar in ieder geval 10% ciculair in te kopen in 2023. ‘En wat mij persoonlijk betreft mag dat zelfs nog wel meer zijn,’ aldus Appelman.
 
De vijf transitieagenda’s
De agenda Biomassa en Voedsel beschrijft wat ervoor nodig is om onze voedselvoorziening circulair te maken. De transitieagenda Bouw gaat over onze gebouwen en infrastructuur, zoals wegen, bruggen, dijken, spoor en riolering. De agenda Consumptiegoederen gaat zowel over producten met een korte omloopcyclus, zoals verpakkingen en wegwerpmaterialen, als producten met een langere omloopcyclus, zoals kleding en wasmachines. Alle producten met Kunststoffen zijn over ruim dertig jaar circulair. Ze hebben een kleine milieuvoetprint en zijn gemaakt van hernieuwbare kunststoffen van een gegarandeerde kwaliteit. Tot slot beschrijft de transitieagenda Maakindustrie hoe we de voorzieningszekerheid van kritische materialen kunnen vergroten, de milieudruk van producten uit deze industrie kunnen verlagen en de kringloop van producten uit de maakindustrie kunnen vervolmaken.

De vijf transitieagenda’s zijn hier te downloaden. 

Lees meer over Circulaire economie


Gerelateerde berichten

Meld je aan voor congres Revitalisering vastgoed

09 juli 2018 - Om ruimtelijke kwaliteit te vergroten en leegstandcijfers te verlagen is regionale afstemming hard nodig. Het IPO houdt daarom op 10 september in Amersfoort de werkconferentie ‘Revitalisering vastgoed, Nederland (ver)bouwt’.Je kunt je vanaf nu voordit congres aanmelden. 
Lees meer

EFRO helpt chirurgische zorg te verbeteren

02 juli 2018 - Voor provincies staat er de komende tijd het nodige op het spel. Er wordt onderhandeld over de Europese fondsen voor de periode 2021-2027. Het Europese fonds Regionale Ontwikkeling (EFRO) is van groot belang voor onze regionale economische groei en werkgelegenheid. Maar: in hoeverre blijven de bijdragen hieraan vanuit Europa behouden? Het IPO verzamelde voorbeeldprojecten die laten zien hoe waardevol EFRO is als fundamentele pijler onder de regionale economie. Vierde deel van een serie: hoe EFRO chirurgen wereldwijd met elkaar verbindt, met Nederland als centraal middelpunt.
Lees meer

200 miljoen euro voor het MKB

02 juli 2018 - De ministerraad heeft op voorstel van staatssecretaris Keijzer van Economische Zaken en Klimaat (EZK) ingestemd met het MKB-Actieplan. De afgelopen maanden maakte de staatssecretaris een ‘MKB-tour’ door Nederland en sprak met ondernemers over hun drie grootste uitdagingen: personeel, digitalisering en financiering. Het MKB-actieplan helpt het midden- en kleinbedrijf met het oplossen hiervan. Het kabinet stelt tot en met 2021 hiervoor 200 miljoen euro beschikbaar.
Lees meer