Vlaams Nederlandse Delta: "de poort van Europa, een magneet voor bedrijven" - interview

16 juni 2014

“Internationaal worden de havens van de Rijn, de Schelde en de delta van de Maas vaak al als één geheel gezien. Het is een gemiste kans als we in de onderlinge samenwerking daar niet op inspelen. De zeehavens zijn de economische motoren. Tezamen zijn ze de grootste zeehaven ter wereld.” Tom de Graaf, lid van de kerngroep van de Vlaams Nederlandse Delta (VND) namens de provincie Noord-Brabant, gelooft in de gezamenlijke kracht van de partijen die de VND vormen. “Het is geen project, maar een samenwerkingsverband tussen drie Vlaamse provincies en drie Nederlandse provincies. Er ligt een gezamenlijke toekomstvisie voor de economische en logistieke ontwikkeling van de regio.”  

In 2011 is het samenwerkingsverband Vlaams Nederlandse Delta officieel opgericht. Naast een bestuurlijk netwerk kent het verband ook een zeehavenoverleg. “De regio is de poort van Europa, een magneet voor bedrijven.” De Graaf typeert de samenwerking tussen de havens als “voor zover mogelijk”. “Competitiewerking tussen de havens houdt ze ook scherp. Dat is goed voor de economische ontwikkeling van de gehele regio. Dus in concurrentie met elkaar maar samenwerking waar mogelijk.”  

De provincie Noord-Brabant speelt een centrale rol in de samenwerking. Noord-Brabant ligt tussen de zeehaven van Antwerpen en de zeehaven van Rotterdam. De provincie vorm tevens de schakel voor beide havens naar het achterland. “Plus het feit dat Brabant zelf over de zeehaven Moerdijk beschikt positioneert de provincie als de spin in het web van de VND.” Naast deze geografische ligging speelt de provincie een belangrijke rol in de samenwerking vanuit economische invalshoek. “Brabant beschikt over een groeiende maakindustrie en is ook op logistiek gebied een sterke speler. Het is goed voor de economische belangen van de provincie de samenwerking te zoeken met de partners in de Nederlands Vlaamse Delta.”    

Eén van de belangrijkste uitdagingen is de bestuurlijke inrichting van het samenwerkingsverband. “De Vlaamse provincies functioneren anders dan bij ons. In België liggen de verantwoordelijkheden voor de ruimtelijke ontwikkeling en de infrastructuur niet bij de provincie maar bij de gewesten.” De Graaf wijst erop dat daarom goede betrokkenheid van de beide rijksoverheden belangrijk is. Een tweede aandachtspunt is de communicatie. “Open communicatie tussen de partijen laat nog wel eens te wensen over. Af en toe is er nog wat sprake van achterdocht.” Verwonderlijk is dat zeker niet. De Graaf haalt het voorbeeld aan van de uitdieping van de Westerschelde. ”Dat dossier heeft het pad voor de verdergaande samenwerking niet geëffend.”    

Het initiatief van de Vlaams Nederlandse Delta is van de provincies afkomstig. De Graaf legt uit dat de universiteiten van Rotterdam en Antwerpen een ruimtelijk-economische en logistieke analyse hebben opgesteld resulterend in een gezamenlijke toekomstvisie over de VND in 2040 (zie www.vndelta.eu). “Het document is niet formeel door de afzonderlijke provincies vastgesteld maar bij het opzetten van de projecten wordt het wel als uitgangspunt gebruikt. In de analyse zijn negen structurerende krachten benoemd die de inrichting van het gebied in de komende decennia sturen. Projecten moeten passen binnen deze sturende krachten.”  

Aansluitend is het unieke in de samenwerking dat zeer regelmatig bestuurlijk overleg wordt gevoerd door alle betrokken partijen aan één tafel om de voortgang van de projecten te bespreken. Het samenwerkingsverband kent een goed functionerend bestuurlijk netwerk waarin “partijen en bestuurders elkaar weten te vinden. Iedereen heeft de kans om van twee walletjes te eten.” Of zijn het kades? Zeehavenkades?  

De provincie Noord-Brabant heeft het samenwerkingsverband Nederlands Vlaamse Delta als succesvol voorbeeld van provinciale taakuitoefening ingebracht in het gezamenlijk proces van alle provincies en het IPO voor de aanscherping van het profiel van provincies naar de toekomst (“Profiel Provincies”). Tijdens drie bijeenkomsten zijn de succesprojecten van de provincies op creatieve wijze gepresenteerd voor de uitwisseling van “best practices” en “lessons learnt”. De projecten van de provincies vormen de basis voor Kompas2020. Zo vormen de maatschappelijke prestaties de basis voor de provincie van de toekomst. Op 3 april heeft de presentatie van Noord-Brabant door Tom de Graaf plaatsgevonden.  

Meer informatie over het project en de profielbijeenkomsten op 30 januari, 20 maart en 3 april 2014 op de "Profiel Provincies"-pagina       


Gerelateerde berichten

Provincies vragen om voortzetting EU investeringsfondsen in nieuw MFK

18 januari 2018 - Bert Pauli, gedeputeerde van provincie Noord-Brabant en IPO-voorzitter regionale economie, vroeg Euro Commissaris Oettinger ook in het nieuwe MFK de EU investeringsfondsen voor Nederland te behouden. Hij vroeg tevens de Tweede Kamerleden om oog te hebben voor het fundamentele belang van EFRO-middelen. Ter illustratie bood hij de Euro Commissaris en de Tweede Kamerleden een flyer aan met inspirerende innovatieve voorbeelden uit de regio’s.  
Lees meer

Vijf transitieagenda’s schetsen contouren voor circulaire samenleving in 2050

16 januari 2018 - Op maandag 15 januari nam staatssecretaris Stientje van Veldhoven (I&W) tijdens de start van de week van de circulaire economie namens het kabinet de vijf transitieagenda’s in ontvangst die de contouren schetsen voor een circulaire Nederlandse samenleving in 2050. Jan-Nico Appelman, gedeputeerde van provincie Flevoland, benadrukte het belang van de rol van de provincies als decentrale overheid hierin. 
Lees meer

Regionale woningbehoefte: een toezichthoudende rol voor provincies

18 december 2017 - Op 11 december vond in de Tweede Kamercommissie Binnenlandse Zaken het wetgevingsoverleg over de begrotingsonderdelen Wonen en Ruimtelijke Ordening plaats. Diverse Kamerleden stelden de minister de vraag hoe zij haar regisserende rol wil gaan oppakken bij het invullen van de regionale woningbehoefte. De minister gaf aan dat de provincies een toezichthoudende rol hebben en daarbij ook verschillende belangen kunnen afwegen: de belangen tussen infrastructuur, groen en wonen. Zij doen dat volgens de minister over de grenzen van de gemeenten heen. 
Lees meer