Woonplaatsvereiste gedeputeerden versoepeld

05 juli 2018

Gedeputeerden en wethouders kunnen langer buiten de provincie of gemeente wonen waarin zij werken. Het wetsvoorstel dat dit regelt is aangenomen door de Tweede Kamer.

Meer autonomie
De wijziging van de Gemeente- en Provinciewet om de 'vereiste van ingezetenschap' te verruimen is in eerste instantie opgezet voor de gemeenten. Het bleek onhoudbaar om van wethouders te eisen dat ze in de gemeente waarin ze wethouder waren ook te moeten wonen. Zo vertrok soms een wethouder tijdens de zittingsperiode van de raad en kon van de nieuwe wethouder niet verlangd worden dat hij of zij voor misschien maar een paar jaar zou verhuizen naar een andere gemeente. De regering zag dit in en besloot om de gemeentelijke autonomie in dit opzicht uit te breiden.
 
Het aangenomen wetsvoorstel is de uitvoering van een motie uit 2014. In de motie stelde de Kamer dat de beslissing over het woonplaatsvereiste van wethouders aan de gemeenteraad moet worden overgelaten. Dit zou tegelijk moeten gelden voor gedeputeerden. Volgens de Kamer wordt er zo meer recht gedaan aan de lokale autonomie en er is meer maatwerk mogelijk.
 
De gevolgen voor de provincies
Ook in de Provinciewet staat dat gedeputeerden verplicht zijn om te wonen in de provincie waarin zij werken. Er kan, na een ‘gemotiveerd besluit’, ontheffing worden verleend maar die is aan strakke regels gebonden. Zo geldt de ontheffing voor een jaar, waarna hij pas onder bijzondere omstandigheden kan worden verlengd. De verlenging is vaak een administratieve handeling waarvan, aldus het wetsvoorstel, ‘de waarde door geen van de betrokkenen wordt ingezien’. Deze regels worden met het aangenomen wetsvoorstel versoepeld: Provinciale Staten mogen gedurende de statenperiode zelf de duur van de ontheffing bepalen en daar al dan niet voorwaarden aan stellen. 
 

Met een nota van wijziging op het wetsvoorstel is het voorschrift dat een lid van Provinciale Staten voorzitter van een Statencommissie is, vervallen. Het idee is dat de werkdruk van Staten- en raadsleden wordt verminderd.

Tijdens de stemmingen van 3 juli is tegelijk met het wetsvoorstel een motie van het lid Nevin Özütok (GroenLinks) aangenomen. In de motie verzoekt zij de Kamer periodiek te informeren over het gebruik door gemeenten en provincies van de mogelijkheden die zij door deze wetswijziging krijgen.

 


Gerelateerde berichten

Provincies lanceren podcastserie voor aspirant statenleden

31 juli 2018 - “Wat doet een statenlid? Is het iets voor mij? Wat kun je ermee bereiken? Kan ik het combineren met mijn werk en privéleven?” Statenleden tussen de twintig en veertig jaar vertellen in een podcastserie wat erbij komt kijken om provinciaal statenlid te zijn en waarom zij zich verkiesbaar stelden.
Lees meer

IPO-jaarcongres 2018 over het Europa van de regio’s

09 juli 2018 - ‘Europa van de regio’s: kies uw toekomst’. Dit is het thema van het IPO-jaarcongres 2018, dat op 11 en 12 oktober in Brussel gehouden wordt. Het congres gaat over de thema’s waar we, als provincies, inspraak en invloed willen hebben op het beleid dat in de Europese Unie wordt gemaakt.  
Lees meer

Jan Jacob van Dijk over het IBP: ‘Samenwerking is geen keuze’

08 juni 2018 - Samenwerking tussen overheden is geen keuze. “We ontkomen er niet aan. Alleen met samenwerking komen we verder”, zo kijkt Jan Jacob van Dijk naar het interbestuurlijk programma. Van Dijk nam eind mei afscheid als gedeputeerde in Gelderland en bestuurslid van het IPO. We vroegen hem naar zijn visie op het IBP, waarin het IPO met het rijk, VNG en Unie van Waterschappen afspraken heeft gemaakt om samen een aantal grote maatschappelijke opgaven aan te pakken.
Lees meer