Het belangrijkste winstpunt van een energieproject is voor de provincie dat het project bijdraagt aan de klimaatdoelstelling van de provincie. Voor de provincie is de koppeling aan de doelstelling de belangrijkste reden om een energieproject te onderstenen. De eerste toets voor de provincie is dan ook de koppeling met het eigen beleid.
Belang van kasstromen
De ondernemer of een andere partij die het energieproject opzet heeft een ander belang. De reden om het energieproject op te zetten is dat er geld verdient kan worden. Dit vertaalt zich in de kasstromen die gerealiseerd worden. Wat de financiering betreft zijn deze kasstromen nodig om de rente en aflossing te kunnen betalen. Daarnaast vormen de kasstromen de basis voor het te behalen rendement van de ondernemer. Bij ‘nieuwe’ energieprojecten is vaak het probleem dat de kasstromen zich nog onvoldoende hebben bewezen. Vaak is het opstarten van projecten ook behoorlijk duur, omdat er nog veel zaken onduidelijk zijn en uitgezocht moeten worden. Voor de financiering betekent dit een extra risico. Voor de bank is het bijvoorbeeld niet zeker of het energieproject daadwerkelijk gaat lopen en of er kasstromen behaald kunnen worden.
Rendement op het geïnvesteerde vermogen
Het belang van de ondernemer om het energieproject op te zetten is dat hij of zij er ‘onder aan de streep iets aan over houdt’. De intentie van de ondernemer is uiteindelijk om aan het energieproject te verdienen. Bij energieproductie betekent dit dat de ondernemer voldoende kasstromen wil krijgen die uiteindelijk hoger zijn dan alle kosten en belastingen. Bij energiebesparing bestaat deze winst uit een langdurige lagere energierekening. De winst die de ondernemer wil halen wordt vaak afgezet tegen het vermogen dat de ondernemer zelf in het energieproject stopt. Dit is het eigen vermogen van het energieproject. De winst gerelateerd aan dit vermogen is het rendement op het geïnvesteerde eigen vermogen. In het ondernemingsplan staat veelal aangegeven van welk rendement de ondernemer uit wil gaan. Als de ondernemer een heel hoog rendement eist dan kan dit gevolgen hebben voor het slagen van het energieproject. Hoe hoger het rendement hoe meer moeite er gedaan moet worden om dit daadwerkelijk te bereiken. Bij een financiële betrokkenheid van de provincie kan de provincie ook kijken naar de rendementseisen die een ondernemer stelt.
Dilemma van de ‘split incentive’: voordelen aan gebruikers of aan eigenaren
De voordelen van investeringen in duurzame energie en energiebesparing komen voornamelijk ten goede aan de gebruikers van energie. Zij profiteren immers direct van de lagere energiekosten. De gebruikers zijn echter niet altijd de eigenaren. Kijk maar naar huurhuizen of scholen waar de gemeente juridisch eigenaar is en de school slechts gebruiker. De eigenaren zijn echter wel degene die in duurzame energie of energiebesparing moeten investeren, maar omdat zij hier de vruchten niet van plukken hebben bestaat er geen prikkel om te investeren. Dit staat ook wel bekend als de ‘split incentive’. Een mogelijkheid om deze ‘split incentive’ op te lossen is dat de eigenaar of de investeerder zelf de energiebesparingen voor een bepaalde periode kan afromen en kan gebruiken voor het behalen van een rendement. De gebruiker betaalt dan voor een bepaalde periode hetzelfde als voorheen en zal pas na verloop van tijd van de lagere energierekening profiteren. Het voordeel voor de gebruiker is dan wel dat zij geen risico hebben op een almaar stijgende energierekening.
Duurzame business cases: ‘total cost of ownership’
De business case bestaat vaak uit een puur economische berekening van de baten en de kosten. Er wordt wel gepleit om de business cases duurzaam op te gaan stellen. Dit kan bijvoorbeeld door te kijken naar de ‘total cost of ownership’ van een energieproject. De idee is dat niet meer alleen wordt gekeken naar de investeringen, maar dat ook rekening wordt gehouden met toekomstig gebruik, zoals energie. Door ook deze kosten in een ondernemingsplan op te nemen kan nu al rekening worden gehouden met ‘verborgen’ kosten, zoals stijgingen in de energieprijzen.