Gezonde leefomgeving
Lees meer
Klimaatverandering vraagt om een robuust water- en bodemsysteem. Door water en bodem sturend te maken in ruimtelijke keuzes, vergroten we de veiligheid en weerbaarheid van Nederland.
Het IPO werkt aan een stevige borging van de Structurerende Keuzes uit de Kaderbrief Water en Bodem Sturend binnen het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Daarnaast behartigt het IPO dat water en bodem voldoende gewicht krijgen in het rijksbeleid, waarbij provincies ruimte behouden voor eigen invulling en passende uitvoeringscondities.
Lees de IPO zienswijze op de Nota RuimteOm kennisdeling en samenhang met ruimtelijke opgaven te versterken, organiseert het IPO samen met VNG, UvW en IenW kennissessies en bestuurlijke bijeenkomsten. Lopende trajecten zijn onder meer de verankering van water en bodem sturend, de doorontwikkeling van de ‘handreiking weging waterbelang’, en de ‘verkenning Functies en waterbeschikbaarheid’.
De implementatie van de EU‑richtlijn bodemmonitoring en bodemveerkracht wordt een belangrijk thema richting 2050. Daarnaast staan bodem en grondwater nadrukkelijk op de agenda door vraagstukken rond zeer zorgwekkende stoffen zoals PFAS, en het gebruik van secundaire bouwstoffen en zoals de toepassing van staalslakken.
Zie IPO/VNG position paper PFAS Zie IPO position paper StaalslakkenDe gevolgen van klimaatverandering zijn steeds duidelijker voelbaar: vaker wateroverlast, toenemende droogte, hittestress en hogere overstromingsrisico’s. Provincies hebben een belangrijke taak om deze risico’s te beperken en om maatregelen te verbinden aan andere transities, zoals woningbouw, energietransitie en de transformatie van het landelijk gebied.
Dit vraagt om een samenhangende aanpak. Provincies werken aan een leefomgeving die klimaatrobuust is, met voldoende ruimte voor water, groen en verkoeling, terwijl tegelijkertijd wordt ingezet op bereikbaarheid, betaalbare woningen en een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Klimaatadaptatie is daarmee geen losstaand thema, maar een structureel onderdeel van grote transities als de woningbouw, de transitie van het landelijk gebied (stikstof) en de energietransitie.
De beschikbaarheid van zoet drinkwater staat onder toenemende druk. De vraag groeit door bevolkingsontwikkeling en economische activiteiten, terwijl langdurige droogte en verouderende bronnen de leveringszekerheid onder spanning zetten. Dit leidt in sommige periodes tot oproepen om (drink)watergebruik te beperken en tot knelpunten bij nieuwe woningbouw en bedrijfsvestigingen.
Provincies werken samen met het Rijk, drinkwaterbedrijven en andere partners aan bescherming van drinkwaterbronnen, waterbesparing en een betere ruimtelijke borging van drinkwaterbelangen. Dit gebeurt onder meer via het Landelijk Actieprogramma beschikbaarheid drinkwaterbronnen 2023-2030 waarin 14 regionale plannen zijn opgenomen, en via het Nationaal Plan van Aanpak drinkwaterbesparing waarvan de voortgang jaarlijks wordt gemonitord en dat in 2026 wordt herijkt.
Daarnaast werken provincies aan gebiedsdossiers voor drinkwaterwinning om bronnen beter te beschermen en de kwaliteit te verbeteren. Via onder meer de inzet op de structurerende keuzes uit de Kaderbrief Water en Bodem Sturend en het position paper drinkwater brengen provincies het drinkwaterbelang nadrukkelijk onder de aandacht in ruimtelijke afwegingen en rijksbeleid
Lees de IPO position paper DrinkwaterSchoon en voldoende water is van levensbelang voor mens, dier en natuur. Daarom blijven provincies samen met onder andere het Rijk, waterschappen en gemeenten werken aan het behalen van een goede waterkwaliteit en grondwaterkwantiteit en daarmee het behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen. De grootste uitdaging vormt de aanpak van meststoffen en resten van gewasbeschermingsmiddelen uit de landbouw. Daarnaast komen nieuwe uitdagingen op zoals opkomende stoffen, PFAS en medicijnresten, die het oppervlakte- en grondwater onder druk zetten. Provincies proberen deze problemen integraal aan te pakken.
Provincies blijven zich inzetten voor het behalen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). De grootste opgaven liggen bij het terugdringen van meststoffen en resten van gewasbeschermingsmiddelen uit de landbouw. Daarnaast zorgen nieuwe en opkomende stoffen, zoals PFAS en medicijnresten, voor extra druk op de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater.
Deze problematiek vraagt om een aanpak waarin waterkwaliteit en -kwantiteit, landbouw, natuur en ruimtelijke ontwikkeling met elkaar worden verbonden. Provincies brengen hierbij regionale kennis en praktijkervaring in en werken samen met andere overheden en gebiedspartijen aan haalbare en effectieve maatregelen.