IPO-jaarcongres 2026 – Ruimte zonder grenzen
Beste mensen,
· Van harte welkom in Enschede. ‘Het eindpunt van de trein’, schreef Willem Wilmink ooit over deze prachtige stad. ‘Bijna geen mens die zo ver meegaat.’ Kijk eens om u heen. Hier zitten honderden mensen uit alle twaalf provincies die dat wél hebben gedaan.
· Wilmink had het dus mis. Misschien daagde hij ons uit om hem ongelijk te geven. Want dit is niet het einde van de lijn. Hier, aan de rand van het land en ver van de Haagse vergadertafels, wordt Nederland gebouwd. Hier krijgt Nederland vorm.
· Daarom staan we hier goed. Daarom heet dit congres: Ruimte zonder grenzen.
· Dat klinkt als een belofte. Maar het is vooral een opdracht. Want de grote opgaven van dit land trekken zich weinig aan van grenzen. Het woningtekort stopt niet bij een provinciegrens. Water houdt zich niet aan gemeentegrenzen. Elektriciteit kijkt niet waar een streek begint of eindigt. En stikstof heeft geen cartografisch kader.
· Laat ik het eenvoudig houden. Nederland staat voor drie grote opgaven:
Ø We moeten ruimte maken.
Ø We moeten beter samenwerken.
Ø We moeten onze democratie beschermen.
· Daar wil ik vandaag iets over zeggen.
· Wie door Nederland reist, ziet overal dezelfde spanning. Een ondernemer die wil uitbreiden maar geen stroomaansluiting krijgt. Een jong stel dat al jaren zoekt naar een betaalbare woning. Een boer die wacht op duidelijkheid. Een defensieorganisatie die ruimte zoekt om te oefenen. Een gemeente die wil bouwen maar vastloopt in procedures.
· Op papier lijken dat verschillende problemen. In werkelijkheid draaien ze allemaal om dezelfde vraag: hoe verdelen we de schaarse ruimte in Nederland? Want op diezelfde vierkante kilometer moeten woningen komen, natuur worden versterkt, hoogspanningsstations verrijzen, bedrijven groeien, schoon drinkwater worden veiliggesteld én moet defensie haar werk kunnen doen.
· Nederland wil vooruit. Van het stikstofslot af. Meer woningen bouwen. Ons energiesysteem versterken. Onze economie laten groeien. Maar niet alles kan overal. Daarom zijn ruimtelijke keuzes onvermijdelijk.
· Juist daar ligt de kracht van provincies. Wij zijn de bestuurslaag van de ruimte. Wij verbinden nationale ambities met regionale uitvoering. Wij leggen de ruimtelijke puzzel van Nederland. Dat is niet de makkelijkste opgave van het land. Verre van dat. Maar wel één van de belangrijkste. En dat kunnen én willen we niet alleen.
· Een toekomstbestendig Nederland bouwen we samen. Het afgelopen jaar hebben we laten zien wat samenwerking oplevert. We brachten provincies, netbeheerders, gemeenten en bedrijven bij elkaar om sneller netcapaciteit beschikbaar te krijgen. We maakten locaties mogelijk voor nieuwe woningbouw. In het stikstofdossier en bij natuurherstel zijn belangrijke eerste stappen gezet.
· En als het gaat om een steeds urgenter vraagstuk, voldoende schoon drinkwater, werken we samen met drinkwaterbedrijven en waterschappen aan nieuwe winlocaties, zodat toekomstige tekorten kunnen worden voorkomen.
· Dat klinkt misschien bestuurlijk. Maar uiteindelijk gaat het om heel gewone dingen. Om een starter die een huis vindt. Om een ondernemer die kan investeren. Om een ziekenhuis dat aangesloten blijft op het stroomnet. Om een boer die weet waar hij aan toe is. Om water dat gewoon uit de kraan blijft komen. Daar doen wij het voor.
· En we kunnen echt veel bereiken als we het samen doen. Neem het nieuwe financiële verdeelmodel. Twaalf provincies. Twaalf belangen. Eén voorstel. Eén uitkomst. Dat lijkt vanzelfsprekend. Dat is het niet. Iedere bestuurder in deze zaal weet hoeveel werk daarachter zit.
· Ook de samenwerking met onze partners, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen, is sterk.
· En ja, we zitten aan tafel in Den Haag. Niet om brandjes te blussen. Niet als window dressing. Maar omdat de vraagstukken van deze tijd te groot zijn voor één bestuurslaag.
· Voor inwoners maakt het uiteindelijk niet uit welke overheid verantwoordelijk is. Zij verwachten een overheid die betrouwbaar, voorspelbaar en slagvaardig is. Daarom kiezen we steeds nadrukkelijker voor samenwerking als één overheid. Met respect voor ieders verantwoordelijkheid, maar met een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het resultaat.
· Die urgentie wordt gelukkig steeds beter gevoeld. Provincies hebben een zwaarwegende en maatgevende stem gekregen. Dat zegt iets over het gezag van het IPO. Maar dat gezag is niet het werk van één bestuurder of één orgaan. Het is het resultaat van de inzet van honderden bestuurders, ambtenaren en betrokkenen. Dat compliment komt dus ook u toe.
· Tegelijkertijd zijn we er nog niet. Samen aan tafel zitten betekent nog niet automatisch samen vooruitkomen. De lessen van de commissie Polman – die onderzocht hoe Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen beter kunnen samenwerken aan maatschappelijke opgaven – blijven onverminderd relevant. Samen bouwen aan resultaat. Daar gaat het om.
· Kabinet: vraag ons daarom vroeg. Vraag ons volledig. Vraag ons voordat plannen vastliggen. Want uitvoerbaarheid ontstaat niet aan het einde van een proces. Die ontstaat aan het begin.
· Een goed resultaat vraagt ook om investeringskracht. We willen honderdduizenden woningen bouwen, het energiesysteem versterken, natuur herstellen, klimaatbestendig worden en ruimte maken voor nieuwe economische ontwikkeling. Dan moeten de randvoorwaarden wel op orde zijn.
· Neem de woningbouw. Een nieuwe woonwijk in Zwolle, Breda of Winterswijk vraagt niet alleen om huizen, maar ook om ontsluitingswegen, openbaar vervoer en energie-infrastructuur. En bedrijven in Twente, Zeeland of Limburg kunnen alleen groeien als mensen, grondstoffen en producten hun bestemming bereiken.
· Bereikbaarheid is geen sluitstuk van ontwikkeling. Het is een voorwaarde. Juist daarom maken wij ons zorgen over de afnemende ruimte voor investeringen in rijkswegen en nationale infrastructuur. Want als Nederland wil groeien, bouwen en verduurzamen, moet Nederland ook bereikbaar blijven.
· Daarbij moeten we eerlijk kijken naar de manier waarop we investeren. Te vaak kijken we naar de kosten van vandaag. De maatschappelijke vraag is een andere: wat levert een investering ons de komende decennia op?
· Peter Wennink verwoordde dat treffend. Wie alleen naar uitgaven kijkt, ziet kosten. Wie kijkt naar de opbrengsten voor economie, woningbouw, bereikbaarheid en brede welvaart, ziet investeringen.
· Grote opgaven vragen daarom om een investeringssystematiek waarin kosten én baten centraal staan. Niet alleen voor de begroting van volgend jaar, maar voor de welvaart van de volgende generatie. Samenwerken betekent ook: gezamenlijk investeren in – en bouwen aan – de toekomst van Nederland.
· Precies daarom willen provincies, Rijk, gemeenten en waterschappen een samenwerkingsagenda. Voor woningbouw. Voor fysieke en digitale infrastructuur. Voor openbaar vervoer. Voor natuur. Voor klimaatadaptatie. Voor regionale economie. En voor oplossingen voor netcongestie.
· Het is goed dat het Rijk hierin stappen zet. Dat de BBP-onderzoeken naar uitgavenontwikkeling van provinciale taken ‘zwaarwegend’ en ‘maatgevend’ worden genoemd. Want uit die onderzoeken komt klip en klaar dat er een disbalans is tussen provinciale taken en middelen.
· Maar met mooie woorden zijn we er niet. Uiteindelijk komt het aan op bruggen bouwen in plaats van afbreken. Letterlijk. Concrete investeringen zijn keihard nodig om ons land weer vooruit te helpen. Als die investeringen uitblijven, zijn we weer heel snel terug bij af. En staat Nederland stil. Dat is het laatste dat we moeten willen.
· Natuurlijk moeten we eerlijk zijn: niet alles kan tegelijk. De vraag naar arbeidskrachten, materialen, ruimte en uitvoeringskracht is enorm. Dat vraagt om keuzes. Juist daarom is een richting gevende samenwerkingsagenda -gekoppeld aan concrete investeringen in wat Nederland morgen nodig heeft – essentieel.
· Wij hebben daarin zélf ook een opdracht. Als provincies kunnen we nog proactiever zijn. Niet wachten tot we worden gevraagd, maar oplossingen aandragen. Van elkaar leren. Wat werkt in Groningen kan Zeeland helpen. Wat Limburg leert over energie-infrastructuur kan Noord-Holland vooruitbrengen. Besturen is niet twaalf keer hetzelfde wiel uitvinden. Het is één keer leren en elf keer delen.
· Dan mijn derde punt. Misschien wel het belangrijkste. Democratie. Volgend jaar kiezen Nederlanders nieuwe Provinciale Staten. Nieuwe volksvertegenwoordigers. Nieuwe ideeën. Nieuwe generatie bestuurders.
· Dat is goed nieuws. Want democratie leeft van mensen die zeggen: ‘Ik doe mee.’ Maar er is ook reden tot zorg. Volksvertegenwoordigers en bestuurders van gemeenten, provincies en waterschappen krijgen steeds vaker te maken met intimidatie, persoonlijke aanvallen en verbale agressie.
· We zagen dat bijvoorbeeld toen Statenleden thuis werden benaderd in een poging invloed uit te oefenen op democratische besluitvorming. Los van de inhoud van een debat geldt voor mij één principe: volksvertegenwoordigers of bestuurders thuis opzoeken en onder druk zetten gaat alle grenzen te buiten.
· Demonstreren en protesteren zijn grondrechten. Dat hoort bij een democratie. Maar te vaak ontaardt protesteren in intimideren. En wie een volksvertegenwoordiger intimideert, raakt niet één persoon. Die raakt het vrije en onafhankelijke ambt. En daarmee onze democratie.
· Dat mogen we niet wegwuiven. Dat mag niet normaal worden. Daar moeten we ons over uitspreken. En daar moeten we met elkaar over blijven spreken. Onze democratie dient beschermd en onderhouden te worden, zoals de Koning aangaf in de Troonrede.
· Die bescherming gaat verder dan het beschermen van individuele bestuurders. Geopolitieke spanningen, digitale dreigingen en verstoringen van vitale processen vragen om een weerbare samenleving. Een samenleving met sterke gemeenschappen, betrouwbare voorzieningen en overheden die ook in moeilijke tijden blijven functioneren. Ook daaraan werken provincies iedere dag, samen met gemeenten, waterschappen en maatschappelijke organisaties.
· En dan nog iets. Als we willen dat goede mensen zich kandidaat blijven stellen, moeten we ook eerlijk zijn over de voorwaarden waaronder zij hun werk doen. Daarom zeg ik vandaag heel duidelijk: de vergoeding voor Statenleden moet omhoog.
· Het werk wordt steeds complexer. De verantwoordelijkheid groeit. De dossiers worden zwaarder. De maatschappelijke druk neemt toe. Daar hoort een passende waardering bij. Niet als gunst. Maar als erkenning van verantwoordelijkheid.
· Ik ben blij met StatenlidNU. Want het Statenlidmaatschap is de afgelopen jaren, zoals gezegd, niet lichter geworden. Het provinciaal bestuur staat of valt uiteindelijk met sterke Staten. Niet met sterke bestuurders alleen.
· Dan iets feestelijks. Dit jaar bestaat het IPO veertig jaar. Veertig jaar samenwerking tussen twaalf zelfstandige provincies. Niet omdat het moest. Maar omdat het werkt. En dat komt zelden door organisaties of systemen. Dat komt vooral door mensen.
· Peter Teesink nam afscheid als directeur van het IPO. Hij heeft het IPO door een belangrijke overgangsperiode geleid en daar zijn wij hem erkentelijk voor. Rob van Eijkeren nam afscheid als hoofd van het Huis van de Nederlandse Provincies in Brussel.
· Rob, wil je even naar voren komen?
In 1999 vertrok Rob namens Overijssel naar Brussel. Zevenentwintig jaar later nemen we afscheid van hem. In Enschede. In Overijssel. Zo is de cirkel rond.
Al die jaren was Rob onze man in Brussel. Als bureauhoofd van het Huis van de Nederlandse Provincies zorgde hij dat twaalf provincies daar gehoord werden. Vaak zonder dat wij het zagen. Zo gaat dat met goed werk: je merkt het pas als het er niet meer is.
Ons congres heet Ruimte zonder grenzen. Rob deed dat al jaren, zonder er een congres voor nodig te hebben.
Rob, dank je wel. Welkom thuis. En als CdK van de provincie Noord-Brabant mag je ook welkom in mijn provincie, want je gaat in Breda wonen.
· Hartelijk welkom ook aan Alexander van den Bosch, het nieuwe hoofd van het Huis van de Nederlandse Provincies. Alexander, juist nu Europese keuzes steeds directer doorwerken in onze provincies, is een sterke vertegenwoordiging in Brussel belangrijker dan ooit. Veel succes.
· En welkom aan Edward Stigter, onze nieuwe directeur. Fijn dat je jouw ervaring binnen provincie, IPO en Den Haag meebrengt. Veel succes in je nieuwe rol.
Beste mensen,
· Ik rond af. Ik kom terug bij Willem Wilmink. Hij schreef ooit: ‘Je moet de wereld niet kleiner maken dan hij is.’ Misschien is dat wel precies onze opdracht. Want provincies gaan over het creëren van ruimte.
· Ruimte voor woningen. Ruimte voor ondernemers. Ruimte voor natuur. Ruimte voor nieuwe generaties. En ruimte voor een democratie waarin mensen veilig verantwoordelijkheid kunnen nemen. Dat is waar wij als provincies voor staan.
· En waar wij samen met gemeenten, waterschappen en het Rijk voor staan. Verantwoordelijkheid nemen voor de grote opgaven van Nederland. Met heldere afspraken. Met vertrouwen in elkaar. En met oog voor wat inwoners daarvan merken in hun dagelijks leven.
· Ruimte maken. Samenwerken. De democratie beschermen. En dat eindpunt van de trein? Dat laten we graag aan Willem Wilmink. Want de provincie is niet waar Nederland ophoudt. De provincie is waar Nederland vorm krijgt. Ruimte zonder grenzen. Dat is geen slogan. Het is onze opdracht.
Dank jullie wel.