Het Interprovinciaal Overleg zet zich in voor een slagvaardig en resultaatgericht provinciaal bestuur. Een bestuur dat door regionale kracht een bijdrage levert aan Nederland en de kwaliteit van het openbaar bestuur. Een bestuur dat verantwoordelijkheid neemt voor een samenhangende aanpak van maatschappelijke opgaven op (boven)regionaal niveau.
Om als twaalf provincies slagvaardig op te treden, stelt het IPO-bestuur dit bestuursprogramma-2023-2027 op. Met dit programma geeft het IPO-bestuur richting aan wat de provincies in gezamenlijkheid willen bereiken.
Het IPO is in 1986 opgericht en is de belangenbehartiger van en voor de provincies in ‘Den Haag’ en ‘Brussel’. Ook is het IPO het platform van de provincies voor innovatie en kennisuitwisseling.
Tot 2003 kende het IPO de juridische vorm van een gemeenschappelijke regeling. Sinds 2003 is het IPO een vereniging met een bestuur en Algemene Vergadering. De statuten van het IPO, gewijzigd in 2007, 2012 en 2017, treft u hier aan.
Formele positie
Het IPO is een vereniging met rechtspersoonlijkheid en daarmee een privaatrechtelijke samenwerkingsvorm van de twaalf provincies. Het IPO is geen publiekrechtelijk bestuursorgaan en treedt niet in de plaats van de bevoegdheden van Provinciale Staten of Gedeputeerde Staten.
De democratische legitimatie van standpunten die in IPO-verband naar buiten worden gebracht, is gelegen in de wijze waarop de provincies in het IPO zijn vertegenwoordigd en in de verantwoordingslijnen binnen de provinciale democratie. De provincies participeren in het IPO via hun Colleges van Gedeputeerde Staten. Gedeputeerden ontlenen hun bestuurlijk-politieke mandaat aan Provinciale Staten, die hen benoemen en aan wie zij verantwoording afleggen. Standpuntbepaling binnen het IPO vindt plaats volgens de binnen het IPO geldende besluitvormingsprocedures, waarbij alle provincies zijn betrokken.
Het IPO kan als vereniging en gezamenlijke belangenbehartiger namens de provincies standpunten, voorstellen en brieven uitbrengen en overleg voeren met derden. Dit laat onverlet dat formele besluitvorming en publiekrechtelijke bevoegdheden bij de provincies zelf blijven berusten. Indien voor een concrete aangelegenheid een formeel besluit of rechtshandeling van een provincie is vereist, wordt die genomen respectievelijk verricht door het daartoe bevoegde provinciale orgaan. Voor optreden in rechte namens één of meer provincies is, afhankelijk van het type procedure en de procespositie, een afzonderlijke machtiging of volmacht van de betreffende provincie(s) aangewezen.