Windnormen vragen snel besluit, met aandacht voor uitvoerbaarheid
29 september 2026
Provincies en gemeenten werken aan betaalbare en betrouwbare lokale duurzame energie voor inwoners,...
Lees meer
Rijk, provincies, gemeenten en woningcorporaties slaan de handen ineen om snel meer aanvullende woonvormen voor een brede groep woningzoekenden te realiseren. Dat staat in het Akkoord ‘Aanvullende Vormen van Huisvesting’ dat is ondertekend door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Interprovinciaal Overleg (IPO) en Aedes (vereniging van woningcorporaties). De afspraken in dat akkoord moeten zorgen voor meer woonruimte voor onder andere starters, jongeren, aandachtsgroepen en statushouders.
De druk op de woningmarkt heeft grote maatschappelijke gevolgen. Zo is het onder meer voor veel jongeren en mensen met medische of sociale problemen heel moeilijk om een passende woning te vinden. Ook statushouders hebben te maken met het tekort aan woonruimte. Dat belemmert niet alleen hun inburgering en integratie, maar houdt ook de druk op de asielopvang in stand.
Hoewel er via Woondeals en de Wet versterking regie volkshuisvesting hard wordt gewerkt aan versnelling van de woningbouw, is voor de korte termijn extra actie nodig. Dit akkoord zet daarom in op aanvullende woonvormen die sneller beschikbaar zijn dan reguliere nieuwbouw, zoals flexwoningen, het aanpassen van leegstaande gebouwen of het delen van een woning.
Met deze maatregelen willen het Rijk, de provincies, gemeenten en woningcorporaties twee dingen bereiken: meer passende woonruimte voor een brede groep woningzoekenden waaronder starters, jongeren en aandachtsgroepen en op de huisvesting van statushouders
Om deze ambities waar te maken, bevat dit akkoord concrete afspraken over de samenwerking en verantwoordelijkheden. Gemeenten en woningcorporaties maken plannen hoe zij lokaal snel extra woonplekken kunnen realiseren. Provincies brengen partijen bij elkaar, stimuleren de samenwerking tussen gemeenten en monitoren de voortgang. Het Rijk ondersteunt met geld, kennis en extra capaciteit. Zo zorgen alle betrokken organisaties er samen voor dat nieuwe woonvormen sneller van de grond komen.
Dit akkoord heeft geen invloed op de wettelijke taken en afspraken in het kader van interbestuurlijk toezicht (IBT). Bestaande of nieuwe afspraken met de provincie in het kader van IBT blijven leidend.
Rob van Muilekom, IPO-portefuillehouder wonen:
Voor veel starters, statushouders en andere groepen die moeilijk een woning kunnen vinden, is passende woonruimte niet vanzelfsprekend. Met dit akkoord zetten we samen een stap om daar verandering in te brengen. Natuurlijk door nieuwe woningen te bouwen, maar ook door slimmer gebruik te maken van wat er al is. Denk aan het ombouwen van leegstaande panden, het delen van woningen en verplaatsbare woningen. Als provincies helpen we gemeenten om kansen te benutten en belemmeringen weg te nemen. Want we willen dat mensen sneller een plek vinden waar ze zich thuis kunnen voelen.
Om de gezamenlijke plannen te realiseren, is het belangrijk dat de randvoorwaarden op orde zijn. De woningbouwopgave wordt belemmerd door knelpunten als stikstof en netcongestie. Eerder presenteerde de provincies over deze knelpunten de Nationale Rapportage randvoorwaarden woningbouw. Het Rijk stelt ondersteuning en specifieke regelingen beschikbaar om projecten haalbaar te maken en investeringen die anders niet rendabel zijn toch mogelijk te maken. In het akkoord is vastgelegd dat via onafhankelijk onderzoek wordt getoetst of de middelen toereikend zijn. Uit de resultaten volgt een gesprek over eventuele aanvullende maatregelen of bijstelling van de ambities. Het doel blijft helder: mensen sneller aan een passende woonplek helpen.

Het ondertekende Akkoord ‘Aanvullende Vormen van Huisvesting’ met van links naar rechts: Liesbeth Spies (Aedes), Mark Boumans (burgemeester Doetinchem en VNG-bestuurder), Rob van Muilekom (gedeputeerde provincie Utrecht en IPO-portefeuillehouder wonen) en Elanor Boekholt-O’Sullivan (minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening).